Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Carmelitessen hare dierbare gezellinnen vragen. „Ik neem den diamant uit het goud," sprak hij tot de priorin, en gaf aldus zijne hooge achting voor de edelmoedige Zuster te kennen. Dan zegende hij de drie reizigsters, en kon daarbij zijne aandoening niet verbergen bij de gedachte, hoe drie weerlooze vrouwen thans naar een land gingen, waar de ketterij heerschte en teugelloos soldatenvolk alles afstroopte.

Ook Maria Margareta was diep bewogen, maar een laatste bezoek bij het H. Sacrament gaf haar nieuwe kracht, en omringd door hare medezusters, die met tranen haar vaarwel zeiden, ging zij vastberaden naar de kloosterpoort. Hier wachtte het rijtuig, zij wierp nog een laatsten blik op het liefelijk oord, waar zij zoo buitengewoon door God begunstigd was, zoo innig met den Bruidegom harer ziel had mogen omgaan, zooveel gebeden had, zooveel ook geleden : en voort ging het rijtuig door de straten van Antwerpen. Bij de stadspoort hield het even stil; hier verliet de provinciaal het heilig gezelschap en vertrouwde zijne kinderen toe aan den vromen Lintermans en diens dochter. Deze laatste had nu wel in de overgave van het ouderhuis bewilligd, doch haar afkeer tegen de Zusters was nog levendig; door een norsch gelaat, door overgroote koelheid en stugge terughoudendheid toonde zij dit gedurende de reis maar al te duidelijk ; de heilige Zuster leed het geduldig en bad in stilte voor de jammerlijk misleide. Zoo overschreden zij langzamerhand de Belgische grenzen en kwamen op Nederlandsch grondgebied. Hoe baden thans de kloosterlingen Jezus' zegen over hare onderneming af! Hoe smeekten zij Hem, dat Hij toch spoedig mocht terugkeeren in die kerken, waaruit de ketterij Hem gebannen had, dat Hij weder zou heerschen over die harten, die Hem hadden verworpen ! Hoe begrepen zij thans beter

Sluiten