Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

edurende de laatste zeven jaren haars levens dedeninwendigefolteringenenuitwendige kwalen Maria Margareta eene ware martelie onderstaan ; maar alles verdroeg zij met heldhaftig geduld

en bad zelfs om nog meer kruisen. En God verhoorde dikwerf dit haar gebed, doch schonk haar daarbij tevens buitengewone gunsten. In het begin van 1656 waren hare smarten zoo hevig geworden, dat hare bedroefde dochters op een avond meenden, dat zij in doodsstrijd verkeerde. En toch zat zij den volgenden middag in de gemeenschappelijke eetzaal aan den algemeenen disch, en toen hare dochters, blijde verrast, haar vroegen: „Maar, Moeder, gisteren den dood nabij, en nu geheel genezen ?" antwoordde zij : „Ja, gisteren was ik erg ziek, maar dezen nacht is de H. Verena mij van Godswege verschenen en heeft mij de gezondheid teruggegeven. Weest nu zoo goed, en leest uit dankbaarheid de geschiedenis dezer beroemde maagd."

Eenige dagen vóór de vasten van datzelfde jaar kwam de ziekenzuster op een morgen bij haar, en zag, dat zij bitter weende. Op haar bezorgd vragen antwoordde de priorin eenvoudig: „Eene verschijning van den H. Apostel Petrus doet mij zoo schreien." — „Maar, Moeder, daar ben ik blijde over, want zijne bescherming zal u zeker eenigen tijd van uwe pijnen verlossen." — „O neen, kind; integendeel heeft God mij die genade bewezen om mij te stemmen tot nieuw lijden." Zij ging de H. Mis hooren en offerde na de Communie aan de goddelijke rechtvaardigheid haar lichaam als slachtoffer op, al moest het dan ook van smart vergaan. Vreeselijke kwellingen volgden nu, hielden maanden lang aan, en werden som-

Sluiten