Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna reikte zij Olivier een verfrisschenden drank toe, streelde hem de wangen en verzocht hem, toch vooral stil te blijven liggen, omdat hij anders zeker weer ziek zon worden.

Olivier hield zich nu verder heel rustig; in de eerste plaats omdat hij graag alles wilde doen, wat de vriendelijke, oude dame hem vroeg, en in de tweede plaats, omdat hij zich geheel uitgeput voelde door alles wat hij gesproken had.

Toen Olivier zich eenmaal weer op weg van beterschap gevoelde, sterkte hij spoedig aan en werd op zekeren dag naar de woonkamer van de oude dame gebracht. Zij heette mevrouw Bedwin en was de huishoudster van den heer Brownlow. Toen Olivier daar zoo beneden bij haar in de kamer zat, zei ze, dat hij een heel vroolijk en opgeruimd gezicht moest zetten, want dat de heer Brownlow hem zou komen opzoeken. Nu hing er in die kamer het portret van een mooie, jonge vrouw, waar Olivier de oogen maar niet van kon afhouden, en juist toen hij weer in bewondering van dat lieve portret was, kwam de heer Brownlow binnen.

«Mevrouw Bedwin,» riep hij aanstonds, «kijk toch eens naar het gezicht van den jongen. Zie eens goed naar die twee. of ge geen gelijkenis opmerkt.»

En waarlijk, Olivier leek het evenbeeld van die jonge vrouw. De oogen, de vorm van hoofd, de mond, alles waren precies dezelfde.

Olivier vroeg met de grootste belangstelling wie die jonge vrouw toch was, maar mevrouw Bedwin kon of wilde niets van haar vertellen. Den volgenden dag evenwel merkte Olivier tot zijn groot leedwezen, dat het portret weggenomen was.

Sluiten