Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smeek jullie — geef hem zijn dingen toch terug! Hij zal denken dat ik hem bestolen heb — de oude dame, en allen, die zoo goed voor mij geweest zijn, zullen denkenr dat ik hen heb bestolen! Heb toch medelijden met me — en stuur de dingen terug!»

Maar Fagin en zijn makkers kenden geen genade.

Na een vergeefsche poging tot ontvluchten werd het Olivier duidelijk, dat de korte tijd van geluk, waarin hij zich verheugd had, ten einde was en dat het over hem beschikt was, zonder eenige hoop op redding, den bondgenoot te worden van dieven en vagebonden. Want de jood noch zijn medeplichtigen verloren hem één oogenblik maar uit het oog.

Toen verviel Olivier in een toestand van troostelooze vertwijfeling. Hij wist, dat Fagin en zijn makkers hem tot het handwerk van zakkenroller zouden dwingen, en zoo bleef hem dan niets anders over, dan God te bidden hem te bewaren voor zulk een schande en vernedering.

Onder deze inbrekersbende was er één man, genaamd Sikes, voor wien Olivier een bijzondere angst had. Overal waar deze mensch heenging, werd hij begeleid door zijn hond, een wonderlijk, wit dier, wiens kop op wel twintig, verschillende plaatsen litteekens van krabben en beten vertoonde van gevechten met andere honden of ratten. De hond was even gevaarlijk als zijn baas; op een enkel woord van Sikes zou hij iedereen naar de keel gevlogen zijn, en hem zoo lang als een waren satan vastgeklemd hebben, als dit zijn meester beliefde.

Geen wonder dus dat Olivier hevig schrikte, toen de jood hem op zekeren dag aankondigde, dat hij Sikes op. een bezoek in de naaste omgeving moest vergezellen.

Sluiten