Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Olivier wist heelemaal niet, waar zij heengingen, noch wat Sikes eigenlijk in het zin had, maar dat hij iets boos in zijn schild voerde, daarvan was hij zeker.

Na een vrij lange wandeling kwamen zij in de nabijheid van Shepperton, en toen het donker was maakte Sikes bij een eenzaam, vervallen huis halt. Bij het binnenkomen merkte Olivier, dat het geenszins zoo onbewoond was, als dit hem eerst had toegeschenen, want zij troffen er twee mannen aan, die daar blijkbaar op Sikes wachtten. Nadat zij een en ander gegeten en gedronken hadden, legden allen zich te slapen, totdat na eenigen tijd een van hen opstond, en de anderen aankondigde dat het half één was. Sikes en een der beide mannen, welke zich Toby Crackit, «den slotenverbreker» noemde, hulden zich in hun wijde mantels, voorzagen zich van pistolen, breekijzers en meer dergelijke gereedschappen, en begaven zich in donker op weg. Zij hielden Olivier onafgebroken midden tusschen zich in, zoodat er van wegloopen van hem geen sprake kon zijn. Toen zij een klein eindje geloopen hadden, hielden zij stil voor een alleenstaand huis, dat door een muur omgeven was. Zonder zich een enkele seconde te gunnen om adem te scheppen, zat,Toby Crackit reeds boven op den muur.

«Nou moet de jongen komen!» zei hij. «Til hem maar op, ik zal hem wel aanpakken!»

Voordat Olivier nog tijd gehad had om te kijken, had Sikes hem al onder de armen gepakt en enkele seconden later lag hij met Toby aan de andere zijde van den muur in het gras. Onmiddellijk daarop volgde Sikes, waarna zij ongemerkt naar het huis slopen.

Eerst nu begreep Olivier, door schrik eu droefheid half

Sluiten