Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Olivier was door bloedverlies bewusteloos geworden. En nadat Sikes en zijn metgezel hem in dezen toestand een heel eind meegesleept hadden, merkten zij dat hun vervolgers hen steeds dichter naderden. Zonder zich verder om den jongen te bekommeren, alleen slechts vreezende dat zij weldra ingehaald zouden zijn, wierpen zij Olivier in een grebbe langs den weg, zonder er zich in het minst iets van aan te trekken of hij dood of levend was. Zij waren alleen bedacht op eigen behoud.

Olivier bleef onbewegelijk tot het aanbreken van den morgen daar liggen, zooals hij was neergevallen. De lucht werd steeds koeler en de met nevel vermengde regen viel onafgebroken neer, zonder dat hij er iets van merkte, tot hij opeens met een zwaren, pijnlijken zucht ontwaakte. Zijn linkerarm was in een doek gebonden en hing zwaar en onbewegelijk langs hem neer, terwijl de doek geheel van bloed doortrokken was. Een gevoel van onbeschrijfelijken angst overviel hem, vaag vermoedende, dat wanneer hij daar zoo liggen bleef, hij zeker sterven zou. Met moeite richtte hij zich overeind, machteloos viel zijn hoofd op zijn borst neer, en zonder eigenlijk zelf te weten waarheen, sleepte hij zich in dezen jammerlijken toestand voort.

Weldra ontdekte hij een huis, en in de hoop, dat de bewoners zeker wel medelijden met hem hebben zouden, nam hij al zijn kracht bijeen. Doch nader komende bemerkte hij, dat hij weer tegenover de noodlottige woning stond van hun nachtelijken inbraak. Hij voelde zich evenwel te zwak om aan vluchten te denken, strompelde met moeite de treden van de trap op, belde zacht aan en zonk bewusteloos neer tegen een der zuilen, waarmede het balcon gestut werd.

Sluiten