Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij vond het best. Ik belde aanstonds het kamermeisje dat ons voorging op de trap naar de bovenste verdieping, onmiddellijk gevolgd door de jongejuffrouw in haar hemelsblauwen mantel. Op een hoffelijke wijze bracht de jongenheer haar, boven gekomen naar haar kamer, omhelsde haar en ging toen naar zijn eigen kamer, waar ik hem hartelijk goeden nacht wenschte. En na zijn deur op het nachtslot gedraaid te hebben, ging ik de trappen weer af naar beneden.

Toen zij nu den volgenden morgen dadelijk naar de poney vroegen, voelde ik mij een echten leugenaar. Ik redde mij uit de verlegenheid door maar te zeggen, dat de poney ongelukkigerwijze nog niet heelemaal geschoren en geborsteld was, en dus in dezen staat nog niet kon uitrijden. Al aanstonds had ik gemerkt, dat de aardigheid van het reisplan bij jongejuffrouw Nora al aanmerkelijk bekoeld was. Bij het naar bed gaan had ze niet eens papillotten in het haar gezet; ook scheen ze haar haar niet goed alleen te kunnen opmaken en het maakte haar blijkbaar verlegen dat dit zoo in haar oogen hing. Doch Harry scheen heelemaal niet verdrietig of verlegen te zijn. Integendeel hij was heel vroolijk en opgewekt.

Na het ontbijt gingen ze eerst wat teekenen en kleuren, waarna Harry belde en mij bij het binnenkomen vroeg, of er in den omtrek ook mooie wandelingen te maken waren. «Ja zeker, jongenheer» antwoordde ik, «in de eerste plaats bijvoorbeeld door de Laan der Liefde.»

«Och, neen Cobbs, wees nu niet zoo flauw,» zei Harry, «je houdt me voor den gek.»

«Pardon, jongenheer, heelemaal niet,» antwoordde ik ernstig «er is hier heusch een Laan der Liefde. En het is

Sluiten