Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«eigenlijk heeft Cobbs voor het lieve kind gezorgd. Kom Cobbs, breng jij Meneer maar eens gauw naar kamer N°. 40.»

«Wel, beste Cobbs,» zei de heer Walmers verrast, «wat ben ik blij je weer te zien! Ik had het reeds gehoord, dat je je hier in «de Groene Mirtetak» verhuurd had.

«Om L te dienen, Meneer, ik ben hier als huisknecht werkzaam.»

Met een kloppend hart, sprong ik de trap op. «Met uw verlof, Meneer,» zei ik, toen ik de deur open sloot, «ik hoop, dat l niet al te boos zal zijn op jongenheer Harrv. Hij is een best, goed kereltje, Meneer, dat U nog veel vreugd en geluk brengen zal.»

«Neen, neen Cobbs, ik ben ook niet boos,» zei de heer "W almers. «Dank je wel voor je goede meening omtrent mijn jongen.»

En toen ik de deur geopend had, trad hij naar binnen. Met het licht in de hand, volgde ik hem en zag, hoe hij zich zachtjes over het bedje heen boog en het slapend gezichtje van zijn Harrv zacht kuste. Een oogenblik keek hij onbewegelijk naar het slapend kind, en toen viel het mij [op, hoezeer Harrv op zijn vader geleek. Zacht legde hij zijn hand op den schouder van den kleinen deserteur en riep:

«Harrv, lieve, beste jongen! Mijn kleine Harry!»

De kleine vent richtte zich opeens op en staarde eerst zijn Vader met groote oogen aan, en daarna mij. Wat een fijn gevoel van dat kleine kereltje! Hij zag mij angstig aan, of hij mij soms in ongelegenheid gebracht had.

«Ik ben heusch niet boos, mijn jongen. Je moet je alleen dadelijk aankleeden, en mee naar huis gaan.»

Sluiten