Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

üappelt met .zijn bloote voeten radeloos op de marnieren steenen van den heer Snagby's gang.

«Laat nu astjeblieft die grappen maar achterwege, anders v.al ik korte wetten met je maken,» zegt de agent, terwijl hij hem met een strak, onbewegelijk gezicht duchtig door

elkaar rammelt. «Mijn instructie luidt, dat je door moet loopen. Ik heb je dat al minstens vijftigmaal gezegd.»

«Maar waar moet ik dan naar toe?» snikt de jongen.

«Hoort U eens Meneer,» zegt de heer Snagsby ernstig, terwijl i.hij zich de keel eens achter zijn opgestoken hand schraapt, een gewoonte wanneer hij niet goed weet, wat hij eigenlijk zeggen zal, «ik geloof inderdaad, dat de vraag van den jongen wel eenige nadere overweging verdient. Want, weet gij soms, waar hij dan heen moet gaan?»

ur ., «Daar heb ik niets mee tp

■ Waar moet ik dan toch in Hemels- «uee te

naam heengaan?, vroeg jo. maken, dat staat in mijn instructie niet vermeld,» antwoordt de gerechtsdienaar. «De heele zaak komt slechts hierop neer, of U, Meneer, dezen bengel ook kent. Hij tenminste beweert zoo.»

«Ja, ik ken hem wel eenigszins,» is het antwoord van den heei Snagsby, «en voor zoover ik hem ken, moet ik zeggen, dat dit niet van een kwaden kant is —eerder het tegendeel.»

Sluiten