Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ook haar dienstmeisje, werden er door aangestoken en lagen zeer gevaarlijk ziek. Vooral de juffrouw zelf werd er zoo door aangegrepen, dat het niet veel scheelde, of de ziekte had haar het leven gekost.

Er verliep geruimen tijd, eer men tot de ontdekking kwam, dat Jo zich weer in zijn vroeger armoedig steegje verstopt had. De juffrouw was toen al weer geheel hersteld, doch het bezwaarde Jo steeds vreeselijk, dat er door hem zooveel leed in haar huis gekomen was. Want er was nog iemand, die er zeer door te lijden gehad had. Deze zekere iemand was een heer genaamd Woodcourt, een dokter, die met zijn geheele hart aan de vriendelijke juffrouw hing, die zoo goed voor Jo geweest was.

Op zekeren dag kwam namelijk de heer Woodcourt door het vieze, armoedige steegje en zag hoe een vrouw achter een haveloos gekleeden jongen aanrende met de woorden: «houdt hem! houdt hem!» De dokter meende, dat de vrouw bestolen was door hem; onmiddellijk holde hij den jongen achterna, die hij in een wip achterhaald en gepakt had. Deze jongen was niemand anders dan Jo. Maar nu bleek het, dat de vrouw zijn oude vriendin was, die hij naar St. Albans gevolgd had. Zij had hem heelemaal geen kwaad willen doen, alleen maar had zij willen uitvinden, waar hij, na zijn plotseling verdwijnen uit St. Albans, gebleven was. Maar de arme Jo was ondertusschen zoo dikwijls en zoo dringend tot «doorloopen» aangemaand, dat hij voor alle menschen bang was, en niemand meer vertrouwde. Toen hij zich evenwel overtuigd had, dat noch de vrouw noch de heer Woodcourt hem eenig kwaad wilde doen, vertelde hij alles wat er met hem gebeurd was, nadat hij uit het huis van de vriendelijke juffrouw weggeloopen was.

Sluiten