Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sangsby, met mijn eigen oogen gezien, dat de tranen hem over de wangen liepen.» En weer legt het teerhartige, kleine mannetje een zilverstuk op de tafel, want slechts de herhaling van dit onfeilbaar middel kan hem eenige verlichting schenken.

«Weet u, wat ik me bedacht heb, Meneer Sangsby?» ging Jo voort.

«Ik heb me bedacht, dat 11 wel eens met heel groote letters iets voor me schrijven kon. Kent u dat?»

«Ik denk wel, dat ik dit zal kunnen, Jo,» antwoordde de heer Snagsby die van beroep handelaar was in papier en schrijfbehoeften.

«Heel buitengewoon — zelfs ongehoord groot en duidelijk?» ging Jo met vuur voort.

«Ja, best, jongenlief.»

Jo begon van blijdschap luid te lachen.

«Wat ik dan zoo bedacht heb, Meneer Sangsby, is ditr ik zou zoo graag, dat, wanneer ik zoover gegaan ben, als ik maar kan, zoo ver, dat er geen verder meer is — u dan zoo goed zou willen zijn en opschrijven — met zulke reuzenletters, dat iedereen het overal, heel in de verte al zien kan, dat het mij waarachtig en met mijn heele ziel leed gedaan heeft, dat ik daaraan schuld heb — maar, dat ik het toch niet helpen kon. Doch, al wist ik het vooruit niet, zoo weet ik toch nu dit eene, dat de heer Woodcourt er eens om gehuild heeft, en daarom altijd zoo treurig geweest is — en ik hoop van ganscher harte, dat hij het mij zal kunnen vergeven. Wanneer u dit alles net zoo opschrijft, en met zulke groote letters, dat het goed te lezen is, dan zal hij het misschien wel doen.»

Sluiten