Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan boord — van den kapitein af tot het koksmaatje toe. Met hen allen maakte ze de aardigste grapjes, maar — wanneer ze zag, dat John Steadiman geen dienst had en tijd met haar te spelen, dan kraaide ze het luid uit van plezier en liep hem met uitgestrekte armpjes tegemoet. Want Steadiman en de kleine Lucie hielden wat veel van elkaar. Het was bepaald een alleraardigst gezicht, wanneer men dien gebruinden, breed geschouderden zeeman met het kleine meisje, krijgertje of kiekeboe zag spelen om den mast.

De kleine had het prachtigste, lichtblonde haar, dat in krulletjes om haar gezichtje hing, en daarom had Steadiman haar den naam gegeven van «Gouden Lucie» en beweerde hij, dat «Gouden Maria» haar zusje was. Dan ging hij met Lucie op het dek zitten en praatte met het schip «de Gouden Maria» net of het een pop was en dan versierde Lucie de pop met gekleurde linten en met stukjes kant, net als zij dit een echte pop zou doen. Niemand dacht er aan om die lintjes en kantjes weg te nemen, of — het zou de wind moeten geweest zijn.

De heer Rarx nu was heelemaal geen aardige, vriendelijke oude man, die men bij voorkeur bij kinderen zou gebracht hebben, — maar toch werd hij altijd een beetje onrustig en was blijkbaar niet tevreden, wanneer hij kleine Lucie niet op het dek zag.

En was zij er wèl, dan maakte hij zich er altijd zorgen over, dat zij niet over boord zou slaan of door een open luik naar beneden in het ruim zou vallen, of dat ze over de touwen struikelen zou. Deze teere zorg voor haar was nog te opmerkelijker, omdat Lucie van haar kant hem blijkbaar heelemaal niet lijden mocht, hem steeds vermeed

Sluiten