Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen werd de kapitein plotseling opgeschrikt door een geweldigen stoot, die hem uit zijn bed op den grond wierp, en boven het kraken van de planken uit hoorde hij dadelijk een angstig geschrei en gegil klinken. Daarna volgde een knarsen en barsten en het ruischen en gorgelen van het water; geluiden, waarvan hij de beteekenis helaas maar al te goed kende.

Onmiddellijk nam hij dan ook zijn spreektoeter ter hand en trachtte met alle kracht zijn stem boven het geruisch en het lawaai te doen uitkomen. Eerst riep hij den eersten, daarna den tweeden stuurman op en vervolgens de geheele bemanning en wees elk van hen zijn eigen post. Nadat er nu blauw licht ontstoken was, kon men duidelijk den geweldigen ijsberg zien, die het schip in elkaar gestooten had. Het was van de punt tot het midden toe gespleten, net zooals de kerktoren, waarvan de kapitein even te voren gedroomd had, en daar er toch geen hoop meer was het schip zelf nog te redden, gaf hij aanstonds bevel de booten uit te zetten. Er waren evenwel maar twee booten voorhanden, namelijk een sloep en een giek. Aan John Steadiman werd de giek toegewezen, terwijl kapitein Ravender, die het schip het laatst verliet, het bevel over de sloep op zich nam. In dit tweede vaartuig nu bevonden zich onder andere passagiers ook Juffrouw Coleshaw, Lucie met hare moeder en de oude heer Rarx, die bepaald gesmeekt had, niet van de kleine gescheiden te worden, omdat hij in het reine, onschuldige kind een kleine beschermengel zag, en zich alleen veilig voelde met haar.

Zoodra de ochtend aanbrak en het licht werd, onderzocht kapitein Ravender nauwkeurig den voorraad van

Sluiten