Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste oogenblik af aan, doorzien heb en begrepen, dat jij het was, die de kinderen tegen mij opstookte, dan heb je het mis.»

«Ik wil me niet eens de moeite geven om je tegen te spreken,» zei Steerforth koel.

«En wanneer je er op wilt laten voorstaan, dat je hier in huis zoo boven de anderen voorgetrokken wordt, om een fatsoenlijk man . . . .»

«Een wat? Wat denkt hij, dat hij is!» viel Steerforth in den reden.

«Schaam je, Steerforth! Dat gaat te ver,» klonk opeens een stem er tusschen.

Het was Traddles, die nu door den heer Mell geboden werd te zwijgen.

«Een fatsoenlijk man te beleedigen, die in zijn leven niet veel geluk gehad heeft en die je nooit kwaad heeft gedaan,» ging de heer Mell met bevende lippen voort, «en je nooit de vele beleedigingen verweet, die hij van je te verduren had, terwijl je oud en wijs genoeg bent den omvang dier beleedigingen te kunnen peilen. Ik zegje, Steerforth, dat je laag en slecht handelt.»

«Nu moet ik je toch eens wat zeggen!» begon Steerforth, terwijl hij midden in de klasse ging staan.

«Wanneer je de vrijheid neemt om mij, laag of gemeen of zoo iets dergelijks te noemen, dan zeg ik je, dat je een brutalen hongerlijder bent. Een hongerlijder, ja, dat ben je — en wanneer je mij uitscheldt, dan ben je een brutalen hongerlijder er nog bij!»

Plotseling ging er iets als een siddering door de jongens heen, en een seconde daarna zaten allen als versteend op hun plaatsen; want — de heer Creable stond opeens, met den genoemden Tungay midden in de kamer.

" " 6

Sluiten