Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een blik op Nicolaas te slaan, en toen hij merkte, dat deze dit zag, kromp hij opeens in elkaar, alsof hij slaag verwachtte.

«Voor mij behoef je niet bang te zijn, hoor,» zei Nicolaas vriendelijk. «Ben je koud?»

Smike knielde nu voor den haard.

«N — n — neen.»

«Maar je bibbert toch!»

«Ik heb het niet koud,» zei hij toen gelaten. «Ik ben er aan gewend.»

Uit zijn geheele houding sprak zoo duidelijk een voortdurende angst iets te doen of te zeggen wat hem kwalijk

Sluiten