Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stijf in een doek, zoodat het maar een klein pakje was, dat hij ongemerkt onder den arm dragen kon.

Daar hij aan niemand vertellen wilde, dat hij de kleine lieveling van den armen korporaal nu voortaan als eigen kind aannam, en daar hij bovendien volstrekt niet, door iemand geprezen wenschte te worden voor deze edelmoedige daad, besloot hij stilletjes met haar weg te loopen.

Nadat hij dus zijn bagage ongemerkt naar het station gebracht had, en vlug al zijn rekeningen in het stadje betaald en aan Madame Bouclet een brief geschreven had, waarin hij nog een extra bankbilletje deed voor zijn onverwacht vertrek, sloop de heer Engelschman, als een moordenaar in den avond, stil weg. Maar als een zeer onschuldigen moordenaar, want in plaats van een dolk, droeg hij de kleine Bebelle onder zijn jas.

Het was op het groote plein doodstil, toen hij er met zijn kleinen last op weg naar het station over heen ging. En nauwelijks was hij op het perron aangekomen of hij stapte vlug in een leegen coupé. Alles was prachtig afgeloopen, niemand had hem gezien — zoo dacht hij althans.

Voorzichtig legde hij Bebelle op de bank neer, dekte haar toe en had juist recht tegenover haar plaats genomen, toen hij plotseling een zeer eigenaardig voorwerp voor het open coupéraampje zag verschijnen; een kleine, blinkende snuifdoos dook plotseling in den maneschijn op. Hij stond aanstonds op om naar buiten te kijken en — daar zag hij Monsieur Mutuel staan.

«I neemt me toch niet kwalijk, Monsieur Engelschman,» zei het oude mannetje, terwijl hij hem de doos met uitgestrekten arm voorhield, omdat de wagen zoo hoog en hij zoo klein was. «U neemt me toch niet kwalijk — maar

Sluiten