Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik zal mijn snuifdoos voortaan altijd in de hoogste eere houden, wanneer gij er met uwe milddadige hand tot afscheid een snuifje uit genomen hebt.»

De heer Engelschman stak het hoofd uit het raampje, schudde den ouden, goeden man hartelijk de hand voordat hij het snuifje nam, en zei:

«Vaarwel! God bescherme u!»

«God bescherme u, Meneer Engelschman!» riep Madame Bouclet, die nu opeens ook voor den wagen zichtbaar werd. «God zegene u met voorspoed in de kleine, die gij thans als uw eigen kind aangenomen hebt, en — daar, neem dit als aandenken van mij aan!»

De Engelschman had nauwelijks meer den tijd een bouquet mooie bloemen van haar in ontvangst te nemen, want de trein zette zich reeds in beweging en was weldra uit het oog verdwenen. Op een papier, dat om de bloemen gewikkeld was, stond geschreven :

«Aan den vriend der veriatenen.»

«Allen te samen toch nog zulke kwade menschen niet, Bebelle,» zei de heer Engelschman zacht, en aan het trillen van zijn stem wist men niet recht of hij wreende of wel lachte. Toen drukte hij voorzichtig een kus op het hoofdje van het slapende kind.

Op de verdere reis sprak hij geen woord meer. Zwijgend reed hij maar voort, mijlen en mijlen, door den door de maan verlichtten nacht en hield voortdurend zijn hand voor de oogen. Onderwijl droomde Bebelle van Theophile, van haar goeden, lieven Theophile, die zij daar gindsch in Engeland weer zou vinden, in het huis, waar de dochter van den heer Engelschman woonde, die nu alles vergeven had.

Sluiten