Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet mogelijk hem met woorden te danken, maar de tranen van dankbaarheid in haar oogen zegden hem genoeg.

En Barbox voelde zich zelf zóó gelukkig, dat hij den datum van dien dag geheel vergat; het was namelijk den 18den December, twee dagen voor zijn verjaardag. O, wat was hij blij, dat hij zijn vriendinnetje zoo gelukkig gemaakt had! En deze eerste verrassing, die hem zooveel voldoening gegeven had, deed hem weer op een tweede zinnen.

Eenige dagen later kwam hij Phöbe goeden dag zeggen, haar echter belovende spoedig terug te komen, nam den trein nogmaals naar Londen, ging weer logeeren in zijn oude hotel, en ging, na wat uitgerust te hebben van zijn reis, eens een wandeling maken door de drukke straten van het groote Londen. Het begon reeds donker te worden en de lantaarns waren al opgestoken, toen hij plotseling een zacht, bedeesd stemmetje achter zich hoorde vragen:

«Och, Meneer, neemt u mij niet kwalijk, maar ik ben verdwaald, en weet niet meer waar ik heen moet!»

Omkijkende zag hij een klein, blond meisje staan.

«Ja, heusch Meneer,» zeide zij, met een heel ernstig knikje, «ik ben heelemaal verdwaald.»

Gebroeders Barbox bevond zich in de grootste verlegenheid, en hij bleef staan als 't ware hulp om zich heen zoekend, maar toen hij niemand zag, boog hij zich diep tot haar neer en zei:

«Waar woon je dan, kindje-lief?»

«Ik weet het niet,» antwoordde de kleine. «Ik ben verdwaald !»

«Hoe heet je?»

«Polly.»

«En hoe verder?»

II 9

Sluiten