Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Wat zullen we dan doen?»

«Nu, ik dacht —» begon Gebroeders Barbox, «ik dacht zoo. . . . laat me eens kijken, hou je van poppen?»

«Nu, of ik van poppen hou. Maar ik heb er op het oogenblik heelemaal geen. Poppen zijn duur, zie je, en Moeder heeft zoo weinig geld, nu Vader ziek is.»

«Nu, dan weel ik wat goeds. Dan moesten we eensnaar een poppenwinkel gaan, en dan mag je van mij eens een heele mooie pop uitzoeken.»

«ü, heerlijk, verrukkelijk!» riep Polly uit, in haar handjes klappend van plezier. «Een pop, die heelemaal aangekleed is? Neen, geen aangekleede pop, waar! Dat zou al te mooi zijn. Een naakte pop, zeker?»

«Neen, neen, een pop, die heelemaal gekleed is, en dan nog een poppenhuis er bij, waar ze in wonen kan, en nog een koffertje met kleertjes ook.»

Polly had geen woorden voor zoo'n groot geluk. Zij vloog Gebroeders Barbox om den hals en gaf hem wel honderd zoentjes — en vroeg toen, om dan maar dadelijk uit te gaan en de pop te gaan koopen.

Het was nog maar zoo gemakkelijk niet een keuze te doen. Polly vond haast alle poppen even mooi, en wist maar niet, welke ze nemen zou. Maar eindelijk was de keus toch gedaan en stapte zij met haar «kind» stijf in de armpjes gedrukt en met stralende oogjes den winkel uit.

0, het was een heerlijken dag, en toen zij weer in het hotel teruggekeerd waren en gegeten hadden, kreeg Polly van moeheid zoo'n slaap, dat zij en Gebroeders Barbox en de pop met het poppenhuis en de koffer met kleertjes: allen samen in een rijtuig gezet en naar haar ouders gebracht werden.

Sluiten