Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwong een slepende ziekte hem naar het vaderland terug te keeren, waar hij den 29sten November 1851 overleed. Hij had te Leuven het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren verkregen en schreef: „De omwenteling in Polen of schets der voornaamste Poolsche staats- en krijgsgebeurtenissen gedurende de jaren 1830 en 1831"(1832), en „Veldtocht der Nederlanders op het eiland Celebes in de jaren 1824 en 1825"(1840). Verder leverde hij vele bijdragen in den „Militaire Spectator", waarvan hij oprichter en van 1832 tot 1848 redacteur was.

Ptin.TTpcepn. een nrovincie van het groother¬

togdom Hessen, ligt op den linker oever van de Rijn. Het beslaat een oppervlakte van 1375 v. km. en telt (1905) 369 506 distrikten.

Rijnland is de naam van een hoogheemraadschap in de provinciën Noord- en Zuidholland, dat een oppervlakte heeft van 104 575 H.A. Het is belast met de zorg voor de duinenreeks, die tot het hoogheemraadschap behooren (ongeveer van IJmuiden tot Scheveningen) en met het bestuur van de binnenpolders, die van 's Gravenhage langs Leidschendam, Zegwaart tot Gouda, het land van Steyn en Willens, Bodegraven, Zwammerdam, Noorden, Zevenhoven, Uithoorn, Aalsmeer, Nieuwer-Amstel tot Amsterdam en van daar langs den Spaarndammorriiilr tnf pn in Vel7.Rn loonen. De zetel van het be¬

stuur is het gemeenelandshuis te Leiden. Aan het hoofd staat een dijkgraaf en 6 hoogheemraden, terwijl 14 hoofdingelanden en even zoo vele plaatsvervangers een college van toezicht vormen. Het hoogheemraadschap werd in 1286 door Floris V gesticht en kreeg, vooral in den tijd van Filips van Bourgondië een uitgebreide macht. Later werd deze macht beperkt, bijv. in 1795, 1810 en 1841. Toch is Rijnlands macht nog grooter dan die van andere waterschappen. Het werkt volgens het reglement van 1857, gewijzigd in 1859, 1863, 1875 en 1891.

Rijn Pesski, een 160 km. lange en 20—40 km. breede landstreek in het Russische gouvernement \ cfr'iL".iri hwrini hii het, dorn (hanskaia-Stavka en

is over het geheel met 2—12 m. hooge, kegelvormige zandheuvels bedekt, die van elkander gescheiden worden door laagten, welke met rijke voedergewassen zijn bedekt. Het geelachtig, roode zand, dat

overblijfselen van schelpen oevat, ligt zoo ios, uat het door den zwaksten wind wordt opgewaaid, waardoor de vorm van de oppervlakte onophoudelijk verandert. De bovenste laag tot op een diepte van 6 cm. is droog, terwijl men op een diepte van 20— 40 cm. reeds zuiver, frisch water kan vinden. Deze omstandigheid alleen maakt het houden van groote kudden mogelijk. De wouden, welke hier vroeger stonden, werden door de Kirgiezen uitgeroeid. Deze beschouwen de Rijn Pesski als de beste weidegebieden in de Kirgiezensteppe.

Rijnprovincie, Rijnland of Rijn-Pruisen (zie de kaarten bij het art. Hessen), een provincie van v,nf VrtninVriiL- Priiispn grenst in het, Ts'. aan Neder-

land, in het O. aan de provincies Westfalen en Hessen-Nassau, het groothertogdom Hessen en de Beiersche Rijnpalts, in het Z. aan Elzas-Lotharingen en in het W. aan Luxemburg, België en Nederland. Het distrikt Wetzlar aan de Lahn is, ofschoon tot deze provincie behoorend, van haar gescheiden, terwijl zij het Oldenburgsche vorstendom Birkenfeld aan de Nahe insluit. De oppervlakte bedraagt 26 995 v. km., de bevolking (1905) 6436373

zielen. De provincie bestaat uit de vroegere hertogdommen Kleef, Gelder en Berg, de vorstendommpn Mpurs pn Lichtenberg. het hertogdom Gulik,

het N. en middelste gedeelte van het aartsbis-

Tl l • M_l- _ J TT T AT™,

dom Keulen en ae neernjKneuen numuuig,

stadt en Gimborn, verder uit de met Nassau geruilde gebieden en uit de heerlijkheden Neuwied, Solms en Wildenburg, het grondgebied der rijksstedenWetzlar en Aken, een gedeelte van Limburg en gedeelten van het vroegere Fransche Rijndepartement, waarbij in 1 Rfifi nnff Vipt. arnht. Meisenheim werd gevoegd. Aan¬

vankelijk was zij in de 2 provinciën Kleef-Berg en

JNedemjn verdeeld, weiKe m tor een piuvinoic

zijn vereenigd. L»e groote nem uer xvijnpioviiitio is een bergstreek. Op den rechter oever van den Rijn naderen uitloopers van het Westerwoud de rivier, terwijl andere gebergten niet zoo ver voortloopen. Slechts weinig toppen zijn er hooger dan 500 m., geen enkele hooger dan 600 m. Op den linker oever der rivier verheffen zich de Hunsrück, de Eif el en het Hohe Venn. De hoogste toppen zijn hier weinig hooger dan 800 m. De bergstreek is er meestal met bosch bedekt. Op het Hohe Venn heeft men uitgestrekte veengronden, aan den voet liggen de steenkolenbeddingen van Aken bij Eschweiler, terwijl zich aan Vipf 7 ïil+mnrlp van rlp7p nrovincie het belangrijke

steen kolen bekken van Saarbrücken bevindt. In de

bergstreek vormen de Moezelvlakte tusscnen ivonz pn sipVmrpipli Vipf hplrVen va.n Neuwied aan de mon¬

ding van den Moezel, het dal der Saar en de streek

^ _ . ... .1 TVT

van Kreuznach vrucütDare landscnappen. ljk h. vlakte (vooral tusschen Aken, Bonn en Krefeld) bevat zeer vruchtbaar bouwland. De voornaamste rivier is de Rijn, welke in deze provincie een lengte heeft van 335 km. en onderscheiden zijrivieren opneemt, zooals de Sayn, Wied, Sieg, Wupper, Ruhr, Lippe, Nahe, Moezel, Nette en Ahr. De Moezel ontvangt rechts de Saar. Ook zijn er nog rivieren, zooals de Roer, de Swalm en de Niers, welke tot het stroomgebied van de Maas behooren. Het eenige beï.infriiii.'p mppr is rlp T.aae.lier See in den Eifel. \ erder

heeft men enkele kanalen. Het klimaat is in de lage vlakten en in de dalen zeer zacht. Van de oppervlaken Riinnrnvinrie was in 1900: 45.7 % VOOr boUW-

UO UV/1 ' 'V

land en tuinen, 0,5% voor wijnbouw, 16,6%. als

weiland in gebruiK en óu,s yG UUSCI1 graanbouw is er niet voldoende voor de behoeften der inwoners. Tuin en ooftbouw zijn in het laagland van groote beteekenis, de wijnbouw ook in de dalen van het gebergte. Verder verbouwt men er beetwortelen, tabak, hop, vlas, hennep en koolzaad. De bosschen beslaan een oppervlakte van 8349 v. km. In 1904 vond men er: 201226 paarden, 1157 457 runderen, 117 481 schapen, 968 617 varkens en 301 208 geiten. De runderteelt neemt aanmerkelijk toe, terwijl' het aantal schapen vermindert. In de bosschen ontbreekt het er niet aan allerlei soorten wild ,i;p ttqti rlpn Hnnsriirk vindt men zelfs den

cil IJ.1 UIK • ,

wolf, die zich uit de Ardennen en de \ ogezen daarheen begeeft. In de rivieren vangt men vooral zalmen en forellen. Van meer beteekenis zijn er de delfstoffen. Steenkolen worden aan de Ruhr, aan de Saar en bij Aken gevonden (1904: 38 829 035 ton), bruinkolen in den landrug van Ville (6 766 315 ton), ijzerertsen (1032 430 ton) in het distrikt Koblenz aan de Sieg en Wied, verder zinkertsen (69 973 ton) en loodertsen (43 329 ton). Verder vindt men er koper, mangaan, vitrioolerts, kalk, gips, klei, vul-

Sluiten