Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds, onverschillig hoe het terrein is, meegevoerd kan worden. Zoo vond in Frankrijk het systeem „Gérard", in België het systeem „Belgica" ingang, terwijl ook Duitschland, Italië en andere landen hun eigen systeem van vouwbaar rijwiel bij het leger hebben ingevoerd. Ook Nederland bezit reeds lang een eigen vouwbaar rijwiel (zie plaat II), uitgevonden door den toenmaligen luitenant der Infanterie Van Wagtendonk, dat echter, ondanks het gunstige resultaat der daarmede genomen proeven, tot heden nog niet bij het Nederlandsche leger werd ingevoerd.

Meestal is een rijwiel voorzien van een stel spatschermen, bestemd om slijk op te vangen. Aan een damesrijwiel vindt men bovendien een kleederenbeschermer over een gedeelte van het achterwiel, die verhindert, dat de rokken tusschen de spaken geraken.

In Duitschland, Frankrijk, Italië en Engeland waren reeds in de 17de en 18de eeuw hier en daar mechanisch in beweging gebrachte voertuigen in gebruik. Als eigenlijke voorlooper van de latere tweewielen kan men de loopmachine van Drais von Sauerironn (zie Draisine) beschouwen. Een ver-

Fig. 10.

Naaf (kettingloos) met dubbele versnelling en vrijwiel.

betering van dezen toestel bracht Michaux te Parijs in 1865 aan, die het voorwiel van twee pedalen voorzag. Volgens anderen was deze inrichting reeds vóór Michaux door Fischer te Schweinfurth uitgevonden. In de daarop volgende jaren werden, vooral in Engeland, vele verbeteringen aangebracht; daar werden de stalen spaken, de stalen velgen, de kogellagers, de gummibanden enz. uitgevonden. De gevaarlijke hooge rijwielen (k a n g e r o e) maakten sedert 1884 plaats voor de roverrijwielen van Starley en Sutton te Coventry, waardoor zij sedert dien tijd tot een algemeen verkeersmiddel werden. Een belangrijke verbetering was ook de uitvinding van de luchtbanden inplaats van de massieve caoutchoucbanden. Latere uitvindingen zijn het vrijwiel, de veranderlijke versnellingen en de acatène. Tegenwoordig is het rijwiel een algemeen gebruikt verkeersmiddel. Vooral in Nederland met zijn vlakken bodem is het aantal wielrijders zeer groot. Wielrijdersbonden zijn in verschillende landen opgericht, die de belangen van de wielrijders zooveel mogelijk trachten te bevorderen. In Nederland heeft de Algemeene Nederlandsche Wielrijdersbond (zie aldaar) veel gedaan.

Terwijl de rijwielen hoofdzakelijk dienen voor ver¬

maak en voor het verkeer op korte afstanden, dienen

motomjmeien voornameujK om grootere aistanuen snel af te leggen, zonder dat de berijder iets anders

te doen heelt dan te sturen (zie piaat i). net

frame van een motorrijwiel is grooter en ste¬

viger gebouwd dan dat van een gewoon rijwiel. Het kan, evenals dit laatste, door middel, van de voeten voortbewogen worden; dit gebeurt echter alleen om den motor in beweging te brengen. Werkt deze, dan kunnen de voeten stil blij(1 'i 'i r nn rtn ïirlifcrnna f ppn vriiwiel is aan¬

gebracht. De motor bevindt zich aan het laagste

° T i, Tii- j.

gedeelte van net irame; ue cuiisuucuc i» ucacuuo als die van denmotorvan een automobiel(zie aldaar); de afkoeling gebeurt echter nietdoorkoelwater, maar door middel van ijzeren ribben met grooteoppervlakte, die den cylinder omgeven. Door den luchtstroom, opgewekt door de snelle vaart, koelt deze goed af, zoodat de temperatuur in den cylinder niet te_ hoog wordt. Aan de bovenste stang van het frame is een kistvanblik bevestigd, waarin zich het reservoir voor de benzine en de accumulatoren voor de electrische i ontsteking bevinden. Goed onder het bereik van den ■ berijder zijn de kranen en hefboomen geplaatst, waarmede de toevoer van benzine en de lucht en de ontsteking geregeld kunnen worden. itIiarrvirini van rlpn mnfnr f>pwnnnliik twee

J.1CI vutgnivi ve>~ J —

wielen naast elkander) bevindt zich onder den motor, de beweging wordt aan de linkerzijde van het rijwiel door middel van een koord overgebracht op een drijfwiel, vast aan het achterwiel verbonden. Natuurlijk wordt altijd gezorgd voor stevige velgremmen op het vooren achterwiel;de banden zijn veel zwaarder dan voor gewone rijwielen, doch niet zoo zwaar als bij auto's. Wegens het sterke schokken is het voorwiel niet rechtstreeks aan de voorvork bevestigd; de as van het voorwiel is vast geschroefd aan het eene einde van 'een hefboom, draaibaar om een as, die aan de voorvork vast zit; het andere einde van den hefboom is door een sterke veer ook aan de voorvork bevestigd, sterke schokken door die veer opge¬

nomen worden. Dikwijls worden twee of vier moto,-nr, „ann-phi-aMit Hip morlani? on dezelfde vliegwie¬

len werken, dat de hellingen zooveel mogelijk elkan¬

der compenseeren. speciale motorrijwielen aijn m

gebruik voor de gangmakers bi] wedstrijden; deze

hebben bijzonder zware motoren.

Rijzende zon, Land der, of Land der Opgaande Zon is de Japansche naam voor Japan, zoo genoemd naar zijn ligging aan de oostzijde van Azië. In 1875 werd te Japan een orde van verdienste van dezen naam ingesteld.

Rzach, Alois, een Oostenrijksch klassiek letterkundige, geboren den 16den November 1850 te Patzau in Bohemen, studeerde sedert 1869 te Praag, Bonn, Leipzig en Berlijn en werd in 1884 buitengewoon, in 1887 gewoon hoogleeraar aan de Duitsche universiteit te Praag. Wij noemen van zijn werken: „Der Dialekt des Hesiodos"(1876), „Grammatische Studiën zu Appollonios Rhodios"(1878), „Neue Beitrage zur Technik des nachhomerischen Hexameters"(1882), een uitgave van de Ilias van Homerus en een critische uitgave van de „Oracula Sibyllina" (1891), „Kritische Studiën zu den Sibyllimschen 0rakeln"(1890) en „Metrische Studiën zu den Sibyllinischen Orakeln"(1892).

Sluiten