Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den tweeden rang en hoofdplaats van het gelijknamige arrondissement in het departement Ille-etVilaine, ligt aan de noordkust van Bretagne op de rots Axon en is met het vasteland verbonden door een dam (sillon) ter lengte van 200 m. en met een breedte van 45 m. Het is de zetel van een gerechtshot en van een handelsrechtbank, van een Kamer van Koophandel en Landbouw, van een filiaal der Fransche bank enz. Het aantal inwoners bedraagt (1906) 10 217, als gemeente 12 242, terwijl er een regiment bezettingstroepen ligt. Aan het westeinde van den sillon bevindt zich een kasteel uit de 14de eeuw, dat thans voor kazerne is ingericht. Eenige forten in den omtrek en op de nabij gelegen eilanden beschermen de stad. Zij is door een rollende brug verbonden met St. Servan.Tusschen deze twee plaatsen bevindt zich een haven.De vloed stijgt hier 7 tot 8 m. de springvloed 15 m. boven den ebbestand. De stad heeft belangrijke kustvaart en uitvoer van levensmiddelen naar Engeland, terwijl zij ook als uitrustingsstation voor de schepen dienst doet. Men vindt in de stad een hydrografische school, een openbare bibliotheek, een museum van schilderijen, een kabinet voor natuurlijke historie, onderscheiden genootschappen, fraaie wandelparken en zeebaden. Men vervaardigt er veel zeildoek, touw en andere scheepsbenoodigdlieden. Er zijn ook ijzer- en kopersmelterijen, bierbrouwerijen, zoutziederijen, houtzaagmolens enz.

In de 8ste eeuw vestigden zich vele inwoners van Aleturn (St. Servan) op de Aronrots en stichtten er een stadje, dat zij naar hun bisschop noemden, en in 1149 werd het bisdom van Aletum derwaarts verplaatst, alwaar het bleef tot aan de Omwenteling. De inwoners dier stad onderscheidden zich reeds in de middeleeuwen als ervaren zeelieden, en sedert het einde der 15de en den aanvang der 16de eeuw namen zij deel aan vele handels- en ontdekkingsreizen. Zij maakten zich in 1495 meester van de kabeljauwvisscherij op New-Foundland, ontdekten onder Jacques Cartier in 1534 Canada en tellen onder hun beroemde mannen Maupertuis, Chateaubriand, Lammenais, Labourdonnais, Lamettrie en Broussais. Door de Engelschen werd de stad meermalen bedreigd^in 1378 belegerd en in 1693 gebombardeerd, evenals in 1695 door de Nederlanders.

Saint Marceaux, René de, een Fransch beeldhouwer, geboren den 23stel1 September 1845 te Reims, was in 1863 leerling van de Ecole des beauxarts en van Jouffroy en maakte zich het eerst in 1868 bekend door een marmeren werk: „De jeugd van Dante"(in het Luxembourg). In 1872 werd zijn bronzen standbeeld van den te Reims gedurende den wapenstilstand door de Pruisen doodgeschoten abbé Miroy op diens graf aldaar opgesteld. In 1879 ontving hij voor zijn „Genius, het geheim van het graf bewarend" de eeremedaille van het salon (Luxembourg). In 1880 volgde de figuur van een harlekijn, een humoristische studie naar het leven. Ook heeft hij een groot aantal standbeelden vervaardigd. Hij is officier van het Legioen van Eer.

Saint-Marc de Girardin, Francais Auguste, een Fransch dagbladschrijver, geboren te Parijs den 12den Februari 1801, werd in 1826 leeraar aan het collége Louis le Grand, nam deel aan de redactie van het „Journal des Débats" en ondernam in 1830 reizen naar Italië en Duitschland,waar hij vooral den toestand van het onderwijs bestudeerde. Hij maakte

zijn opmerkingen openbaar in de geschriften: „Notices politiques et littéraires sur rAllemagne"(1835) en „Rapport sur 1'instruction intermédiaire en Allemagne"(2 dln., 1835—1838), later gevolgd door de „Souvenirs de voyages et d'études"(2 dln., 1852— 1853). Na zijn terugkeer vestigde hij als volksvertegenwoordiger en later als lid van den raad van openbaar onderwijs zijn aandacht vooral op schoolaangelegenheden. Verder was hij dagbladschrijver en schitterde door zijn voorlezingen in de Sorbonne, waar hij met het onderwijs in de geschiedenis en later in de Fransche letterkunde was belast. In 1844 werd hij lid van de Académie. Na de Februarirevolutie trok hij zich uit het staatkundig leven terug. In 1871 werd hij in de Nationale Vergadering gekozen, waarin hij de staatkunde van Thiers steunde en aan het hoofd van een gematigde partij stond. Hij overleed te Parijs den llden April 1873. Van zijn geschriften vermelden wij nog: „Cours de littérature dramatique ou de 1'usage des passions dans le drama"(5 dln., llde druk, 1875-1877), „Souvenirs etréflexions politiques d'un journaliste"(2de druk, 1873), „La Syrië en 1861; condition des Chrétiens en Orient"(1862), „Lafontaine et les fabulistes"(2 dln., 2de druk, 1876) en „Jean Jacques Rousseau, sa vie et ses ouvrages"(2 dln., 1875).

Saint Mars. Zie Dasch.

Saint-Martin, Louis Claude, markies de, een Fransch theosoof, geboren te Amboise den 18del1 Januari 1743, reisde, geprikkeld door de werken van Jacob Bölime, in Duitschland, Zwitserland, Engeland en Italië waar hij overal aanhangers (Martinisten) vond, en woonde daarna te Parijs, later te Aunai bij Chatillon,waar hij den 13den October 1803 overleed. Hij bestreed het sensualisme en materialisme en stelde den mensch èn als het type van de schepping én als de gedachte, de copie van God voor. Door de beschouwing van den mensch trachtte hij het doel der theosofie te bereiken. De beste van zijn dikwijls duistere geschriften zijn: „Des erreurs et de la vérité"(1775), „De 1'esprit des choses"(2 dln., 1800), en „L'homme du désir"(2 dln., 1790,2de druk, 1802). Zijn „Correspondance" (2 dln., 1862) gaf Schauer uit.

Saint Mary's River, het gedeelte van de St. Laurensrivier tusschen het Boven- en Huronmeer in Noord-Amerika, vormt op een afstand van 2 km. van het eerste de 6 m. hooge St. Mary's Falls of de Sault Ste. Marie, welke door de beide St. Mary's kanalen, bevaarbaar voor stoombooten van 6 m. diepgang, ten N. en ten Z. worden vermeden. Door de kanalen ging in 1905 een scheepvaartverkeer van 36 617 699 ton d.i. ongeveer drie maal zooveel als door het Suezkanaal. De groote energie van de rivier wordt gebruikt als beweegkracht voor houtzaagmolens en papierfabrieken.

Saint-Maur-des-Fossés, een vlek in het Fransche departement Seine, ligt op de landengte van een door de Marne ingesloten schiereiland,waardoor het 1115 m. lange kanaal van Sain-Maur-desFossés gaat, en aan het Oosternet, bezit eenRomaansche kerk, een meteorologisch station, steengroeven, bleekerijen en fabricage van verfstoffen. Het telt (1906) 28 238 inwoners. De plaats is bekend als voormalige hoofdzetel der Congregatie van de Benedictijner orde van Saint-Maur-des-Fossés en door den vrede van den 298ten October 1465 tusschen Lodewijk XI van Frankrijk en de Ligue du bien public.

Sluiten