Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omroeren te koken, daarna het zetmeel door een schimmel in druivensuiker om te zetten en dan de massa gedurende 30 & 40 dagen bij hoogstens 37° C. te vergisten. Saké bevat gemiddeld 12,52 % alkohol, vormt den Japanschen nationalen drank en wordt meestal warm gedronken.

Sakis-Adasi. Zie Chios.

Sakkara (Saqqara, Arabisch: „sperwernest"), een Egyptisch dorp aan den rand van de Libysche woestijn, op een afstand van 5 km. van den linker Nijloever gelegen, telt 4700inwoners. Ten N.O. daarvan ligt het geweldige doodenveld van Sakkara, waarin men talrijke graven, vooral uit het oude rijk, heeft blootgelegd en dat reeds de rijkste vondsten heeft opgeleverd. Het bevat de in zes verdiepingen gebouwde, 59,6 m. hooge trappenpyramide, het graf van den oerouden koning Zofer verder de pyramiden van de koningen uit het einde van de 5de en 6de dynastie, welke vooral belangrijk zijn door de godsdienstige inscripties, en de overblijfselen van het groote kerkhof van Apis, gewoonlijk Serapeum genoemd. Bovendien bevat de nekropolis van Sakkara de Mastaba van Ti, het best onderhouden en meest interessante graf uit den tijd der 6de dynastie (ongeveer 2300 v. Chr.), de mooie mastaba van Ptahhotep uit denzelfden tijd en de onder de 6de dynastie gebouwde mastaba van Mereroeka, welke 31 kamers en gangen heeft. De graven werden, behalve door Mariette (wiens huis hier staat), in nieuweren tijd vooral door Maspero en Loret nauwkeurig onderzocht.

Sakoentala. Zie Kalidasa.

Sakoeska, een voorspijs, welke in Rusland, Zweden enz. wordt gebruikt ter opwekking van den eetlust, bestaat uit worst, kaviaar, gezouten, gemarineerde en gerookte visch, likeuren enz. en wordt op een bijzondere tafel geserveerd en staande gebruikt.

Sakrid agami of Sakradagami, een woord, dat letterlijk beteekerit: „hij die nog eenmaal geboren zal worden", is in de theosofie iemand, die nog eenmaal geboren zal worden vóór hijhetNirwana bereikt heeft, iemand, die dus bijna volmaakt is.

Saksenf Latijn :6*aiones),eenDiiitsche volksstam, welks naam van sax, een steenen mes, wordt afgeleid, worden in de Oudheid het eerst door den aardrijkskundige Ptolemaeus in Sleeswijk-Holstein vermeld. Van hier drongen zij in de 3de en 4,Je eeuw tot over de Wezer door. Sedert zij de Chauken en de Angrivariërs (Engeren) onderworpen hadden, duidt de naam Saksen den grooten Nederduitschen volksstam aan, die van de Eider en de Zuiderzee tot Kassei en Maagdenburg woonde. De Saksen waren een oorlogszuchtig volk. Hun benden rukten tot den Neder-Rijn voort, waar zij in 373 bij Deutz werden verslagen; maar vooral ter zee waren hun invallen gevreesd. Met hun hulp verhief Carausius zich in 287 in Brittannië tot keizer. In het tegenwoordige Normandië hadden zich reeds Saksen als Romeinsche soldeniers en bondgenooten gevestigd, zoodat de landstreek Saksische kust (litus Saxonicum) werd genoemd. Ook aan de Loiremonding vestigden zich Saksen; beide groepen verdwijnen later onder de Frankische heerschappij. In Brittannië daarentegen werd sedert het midden der 5de eeuw door de Angelsaksen de Saksische heerschappij voor langen tijd gevestigd. De in Duitschland gebleven Saksen, nu dikwijls Oud-Saksen genoemd, strekten zich reeds ■

vroeg over de oude gebieden der Bructerers en Chai maven tot aan de Zuiderzee en tot aan den Rijn uit en grensden hier aan de Salische en Ripuarische Franken; naar het Z. woonden zij tot de bronnen van de Sieg en voorbij de Diemei tot dicht bij de Eder; verder naar het O. vormde een lijn MündenHarz de grens tegen de Thuringers. De W. en Z.-grens der Saksen bestaat nog als taalgrens. Naar het O. bezaten de Saksen oorspronkelijk slechts de provincie Hannover; de geheele provincie Saksen behoorde bij het rijk van de Thuringers. Dit vernietigden zij in 531, samen met de Franken, en kregen al het land ten N. van de Unstrut; spoedig echter werden ten minste hun Z. distrikten afhankelijk van de Franken. De Z.O. landstreken aan de Bode en den benedenloop van de Saaie werden door Zwaben bevolkt, toen 20 000 Saksen uit deze streek zich in 568 bij den tocht van de Longobarden naar Italië aansloten. Geheel Neder-Duitschland tot de Elbe was sedert de 6de eeuw Saksisch. Slechts in het marschland aan de kust der Noordzee hielden de Friezen zich als een zelfstandige stam staande. In het O. grensden de Saksen aan de Slavische stammen. De grens liep hier ongeveer langs de lijn Kiel-Maagdenburg-Halle.

De Saksen vormden geen eenheidsstaat of bond. Zij waren gesplitst in drie, ook later bestaande afdeelingen: Westfalen, Engeren en Ooslfalen, waarbij als vierde hoofdtak de Noord-Albingers in Holstein kwam. Iedere groep bestond uit gouwen onder gekozen hoofden. Alleen in geval van oorlog vereenigde men zich wel voor de verkiezing van een gemeenschappelijken legeraanvoerder of hertog; nooit echter heeft zich de macht van zulk een hertog over geheel Saksen uitgestrekt. Het volk bestond uit edelen, vrijen, lijfeigenen en slaven. In 753 werden de Saksen door den koning der Franken, Pepijn, die van de Lyppe tot aan de Wezer voortrukte, gedwongen een schatting van 300 paarden te betalen. Karei de Groote onderwierp hen in een reeks bloedige oorlogen van 772 tot 804 voor goed. Omstreeks 780 had Karei op een in Saksen gehouden Rijksdag de capitulatio departibus Saxoniae uitgevaardigd, welke een soort krijgswet in de pas onderworpen landen invoerde en door wreede straffen het heidendom trachtte uit te roeien. Zij werden verzacht door het Capilulare Saxonicum van 797. Spoedig daarna liet Karei het Saksische recht, de Lex Saxonum, opteekenen; want de Saksen behielden hun persoonlijke vrijheid en hun oud volksrecht; slechts het bestuur en het rechtswezen moest naar het voorbeeld der Franken worden georganiseerd. Het voornaamste middel ter onderwerping, tevens echter de voornaamste oorzaak van den tegenstand, was de invoering van het Christendom en het bouwen van Christelijke kerken in het land der Saksen, waar nu acht bisdommen werden ingesteld (meest eerst na Karei den Groote). In de burgeroorlogen van de zoons van Lodewijk den Vrome trachtte Lotharius in Saksen het verbond der Stellingers, een eedgenootschap van de armen tegen den geestelijken en wereldlijken adel, voor zich te gebruiken, maar Lodewijk de Duitscher verstrooide deze scharen snel. Bij het verval van de Karolingische heerschappij tegen het einde der 9de eeuw verwierf graaf Ludolf een hertogelijke macht en hernieuwde daardoor het stamhertogdom Saksen. Ludolf werd opgevolgd door zijn zoon Bruno en deze, toen hij tegen de Noormannen was gevallen, door diens broeder Otto den Doorluchtige, den machtigsten

Sluiten