Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevormde symbolen welke de samenstelling van scheikundige verbindingen aanduiden. De formule H2S04 behoort bij zwavelzuur en wijst aan, dat dit lichaam uit 2 atomen waterstof, 1 atoom zwavel en 4 atomen zuurstof bestaat, terwijl de formule 1 moleeule zwavelzuur voorstelt. Nu zijn 2 atomen waterstof = 1,01 X 2 = 2,02, 1 atoom zwavel = 32,06 en 4 atomen zuurstof = 16 x 4 = 64, zoodat het moleculair gewicht van zwavelzuur 98,08 bedraagt. Daaruit laat zich ook de procentische samenstelling berekenen. In tegenstelling met de empirische formule, welke niets anders aanwijst dan de atomen en hun aantal in het molecuul van een verbinding, leert de rationeele of constitutieformule ook de groepeering der atomen in het molecuul kennen. De empirische formule van azijnaether is C4H802. De daarin voorkomende atomen vormen echter twee groepen, n. 1. C2H302 en C2H6, welke bij vele ontledingen van azijnaether te voorschijn treden. Deze stof bezit daarom de rationeele formule C2H302. C2H6, welke een inzicht geeft in de „scheikundige constitutie" van de stof en deze onderscheidt van een andere, welke dezelfde empirische formule bezit. Nog beter inzicht in de samenstelling der lichamen leveren de structuurformules, welke de groepeering van de atomen in het molecuul of de structuur daarvan leeren kennen. De structuurformules voor alkohol en azijnzuur zijn:

H I

ch3 h—c—h ch3 h

I I I I

CH2OH of H—C—H en C—OH of H—C-H

I II I

OH O 0=C—OH

Om het verloop van een scheikundig proces uit te drukken, vereenigt men de formules tot vergelijkingen. Men vereenigt aan de eene zijde de formules van de op elkander inwerkende stoffen door een + en aan de andere zijde de gevormde produkten: H2S04 + Fe = Fe SO, + H2. Berekent men uit de atoomgewichten van de aanwezige elementen de moleculaire gewichten der verbindingen, dan vindt men onmiddellijk de kwantitatieve betrekkingen, welke bij het proces optreden.

Scheikundige lichamen noemt men alle lichamen, welke slechts uit één scheikundige verbindi g bestaan. Keukenzout is een scheikundig lichaam, omdat het in wezen slechts uit chloornatrium bestaat; zeezout is echter geen scheikundig lichaam, omdat het behalve chloornatrium belangrijke hoeveelheden van andere zouten als wezenlijke bestan ddeelen bevat. Scheikundige lichamen bestaan ook niet altijd absoluut slechts uit de eene verbirdr g, zijn niet steeds chemisch zuiver, maar worden dikwijls door andere stoffen verontreirigd. Salpeter (salpeterzuur kalium) bijv. bevat door de bereidirg dikwijls een weinig chloorkalium of chloornatrium.

Scheikundige omzetting-en.. Zie Scheikundige processen.

Scheikundige ontleding. Zie Scheikundige processen.

Scheikundige praeparaten noemt men in ruimeren zin alle produkten, vooral scheikundige verbi dingen, welke door scheikundige processen worden gewonnen, in engeren zin slechts de in bij¬

zondere scheikundige fabrieken of laboratoria bereide stoffen.

Scheikundige processen is de naam voor de verschijnselen, welke bij de verbinding of ontleding der stoffen optreden. Zink blijft bij gewone temperatuur als het aan de lucht ligt onveranderd; verhit men het echter sterk genoeg aan de lucht, dan smelt het, ontbrandt en verbrandt tot wit zinkoxied, doordat het zich met de zuurstof der lucht verbindt. Zinkoxied bestaat uit zink en zuurstof; de vorming daarvan is een scheikundig proces en wel een synthetisch, omdat zich daarbij twee lichamen tot de vorming van een nieuw lichaam hebben vereenigd. Verhit men koolzure kalk, dan treedt scheikundige ontleding op; gasvormig koolzuur ontwijkt en calciumoxied blijft achter. Deze scheikundige processen, waardoor een lichaam in zijn bestanddeelen wordt gesplitst, noemt men analytische. Mengt men oplossingen van azijnzuur lood met zwavelzuur zink, dan scheidt zich onoplosbaar zwavelzuur lood af en azijnzuur zink blijft in oplossing. Dergelijke processen noemt men scheikundige omzettingen. Werkt zink (Zn)'op zwavelzuur (H2 S04) in, dan begeeft het zink zich op de plaats van de waterstof (H) en er ontstaat zwavelzuur zink (Zn S04); de waterstof wordt door zink gesubstitueerd. Dergelijke substitutieprocessen spelen vooral in de organische scheikunde een groote rol. Verwarmt men salmiakkristallen, dan gaat de salmiak (NH4C1) in damp over, en wanneer de temperatuur hoog genoeg is, wordt het door dissociatie (zie aldaar) in NH3 en H Cl gesplitst, welke lichamen zich, als zij niet van elkander gescheiden worden, bij dalende temperatuur weer verbinden. Ook door inwerking van het licht en van den electrischen stroom (electrolyse) kunnen scheikundige verbindingen worden ontleed. Scheikundige processen vinden steeds in de natuur plaats (verwering der gesteenten, vorming van organische stoffen uit koolzuur en water in de planten, omzettingen van plantaardige stoffen in dierlijke lichamen, rotting van afgestorven organismen enz.); ook de techniek roept in tallooze gevallen, scheikundige processen in het leven, welke op een bepaald doel gericht zijn. Tot scheikundige processen zijn de resultaten van landbouw en veeteelt, de ontwikkeling van de organismen, hun gezondheid, ziekte en dood terug te brengen. De werking van de meeste geneesmiddelen berust op scheikundige processen; eveneens worden de stoffen, waarmee de techniek werkt, zooals de metalen, vele zouten, het glas enz. door scheikundige processen verkregen.

Scheikundige reactie. Zie Analyse, scheikundige.

Scheikundige symbolen. Zie Scheikundige teekens.

Scheikundige technologie.ZieTechnologie.

Scheikundige teekens (Symbolen). Reeds vroeg b( diende zich de alchemie, gedeeltelijk ter verkorti g, gedeeltelijk ook om zich in een geheimzinnig waas te hi llen, van teekens, die bepaalde stoffen of hard'lwijzen aanduidden. Tegenwoordig echter maakt do wetenschap gebruik van teekens, om de samenst< llirg van een scheikundige verbinding, zoowel met betrekking tot de daarin aanwezige elementen als tot het aantal en de groepeering der atomen, eenvoudig en nauwkeurig aan te wijzen. Teekens voor de elementen zijn de beginletters hunner Latijnsch® namen, en als 2 elementen dezelfde beginletter heb-

Sluiten