Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrije universiteit te Brussel. Van 1855 tot 1865 redigeerde hij het „Bulletin du Bibliophile beige" en van 1854 tot 1867 gaf hij den: „Annuaire statistique et historique beige" in het licht. Voorts leverde hij: „Commentaire raisonné sur un livre d'Homère" (1841), „Commentaire sur 1'Oedipe roi de Sophocle" (1843), „Histoire de la Maison de Saxe-Cobourg" (1846), „Grammaire théorique de la langue allemande"(1854), „Dictionnaire d' étymologie franqaise" (1862, 1873, 1888), „Exposé des lois sur la transformation franQaise des mots latins"(1875), „La mort du roi Gormond"(1877), „Li Bastars de Buillon" (1877), „Aigar et Morin"(1876), „Dits et contes do Baudouin de Condé et de son fils Jean de Condé"3 dln., 1866—1867), „Dits de Watriquet de Couvin" (1868), „Les poésies de Froissart"(3 dln., 1870— 1872), „Adénès li Roi, les enfances Ogier, Bertlie aux grans piés, Bueves de Comarchis"(3 dln., 1874), „Trouvères beiges du XII et XIII siècle"(1876— 1879), een vierde uitgave van het „Etymologisches Wörterbuch"(1878) van Diez en het laatste deel van den: „Dictionnaire étymologique de la langue wallonne" (1880) van Grandgagnage. Hij was lid van de Belgische Academie van Wetenschappen en Letteren en overleed te Elsene (Ixelles) bij Brussel den 16den November 1890.

Schelfhout, Andreas, een Hollandsch landschapschilder, werd geboren te 's Gravenhage den Igaen Februari 1787 en overleed aldaar den 19den April 1870. Hij was een leerling van den decoratieschilder Breckenheimer. Hij schilderde bij voorkeur winterlandschappen. Zijn schilderijen zijn uiterst fijn van uitvoering en technisch zeer knap. Zijn eerste werken zijn beter dan zijn latere. Hij had veel succes en dat bracht er hem in later jaren toe, dezelfde onderwerpen steeds weer te behandelen, waardoor zij hetfrissche spontane verloren. Jongkind was zijn leerling. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier to lande o. a. in het Rijksmuseum en het museum Fodor te Amsterdam, in het gemeente museum te 's Gravenhage en te Haarlem.

Scliell, Hermann, een Duitsch Katholiek godgeleerde, geboren den 28Bten Februari 1850 te Freiburg i. Br., werd in 1884 gewoon hoogleeraar in de apologetiek en vergelijkende godsdienstwetenschap te Wiirzburg. Door zijn geschriften: „Katholische

Uogmatik (3 dln., 1Ö8S—lö»d) en „juie gowjicne Wahrheit des Christentums"(2 dln., 1895—1896) had hij zich reeds naam gemaakt, toen hij zich het eerst in 1897 in zijn rede: „Theologie und Universitat"(2ae druk, 1899), daarna in de brochures: „Der Katholizismus als Prinzip des Fortschritts"(7de druk, 1899) en „Die neue Zeit und der alte Glaube" (1898) als voorstander van het moderne Katholicisme bekend maakte. De Congregatie van den Index veroordeelde den 15den December 1898 niet alleen zijn beide brochures, maar ook zijn dogmatische werken. Later schreef hij, behalve verhandelingen in tijdschriften: „Apologie des Christentums"(2 dln., 1902—1905), „Das Christentum Christi"(1902) en „Christus. Das Evangelium und seine weltgeschichtliche Bedeutung"(1903). Hij overleed den 31sten Mei 1906 te Wiirzburg. Uit zijn nalatenschap verschenen: „Kleinere Schriften"(1908).

Schellak. Zie Oom.

Schellen, Electrische, berusten in hoofdzaak op het volgende beginsel. Op een houten plank a (fig. 1) zijn het holle ijzeren geraamte ee, de electro-

magneetff, de bel g,de Fig. 1.

metalen platen hx enh2 en de daarmee verbonden klemschroeven k! en ka bevestigd. Het anker i van den electromagneet is aan de veer 1 vastgeschroefd, waarvan het eene einde denklepel m draagt. Treedt nu een electrische stroom bij k, binnen, dan gaat hij door hj, n, 1, e, de draadwindingen van den electromagneet, en h2 naar k2; de daardoor

ontstane magneet trekt zijn anker aan en slingert den klepe] tegen de bel. Daardoor wordt het contact tusschen n en 1 en daarmede de stroom verbroken. Terstond

springt de veer 1 terug,

sluit den stroom weer en de klepel siaat opnieuw tegen de bel enz.

Wanneer verschillende geleidingen naar één plaats van ontvangst voeren, wordt aldaar behalve een bel ook nog een tableau aangebracht, waarop bij het bellen, het nummer van de plaats zichtbaar wordt, waar gescheld is. De schakeling van zulk een inrichting is in fig. 2 schematisch voorgesteld. De drukknoppen di —d8 staan aan de eene zijde met do overeenkomstige klemschroeven kj—k8 van het tableau, aan de andere zijde met een pool der batterij b door draden in verbinding.De andere pool is met de bel s en deze met de klemschroef k van het tableau verbonden. Wordt nu bijv. het contact d6 gesloten, dan werkt de

Fig. 2.

Schellen.

Schellen.

schel s en gelijktijdig treedt in het tableau nunim® 6 te voorschijn. In het tableau bevinden zich de electromagneten et—e8, waarvan elk een stand heeft als fig. 3. De plaat p is op den achterwand van het tableau geschroefd en draagt den electromagneet s® en het anker a. Dit is aan het uiteinde van den tweearmigen hefboom h bevestigd, waarvan de bij n aaA"

Sluiten