Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke inwoners. In 1909 worden er 510 jongens en 496 meisjes geboren, terwijl er 228 mannelijke en 223 vrouwelijke inwoners overleden. In 1909 was de bevolking met 630 zielen toegenomen.

Schiedam bezit de volgende kerken: de Groote of St. Janskerk met een toren van 54 m. hoogte, de Gasthuiskerk, beide in gebruik bij de Hervormden; twee Gereformeerde kerken, één Evangelisch Luthersche kerk, één kerk van den Protestantenbond, 3 Roomsch-Katholieke kerken, een kerk van de OudBisschoppelijke Clerezie en een synagoge. Tot de

belangrijkste gebouwen Denooren veruei uou »wurhuis, het zakkendragershuisje, de beurs, en het Huis te Riviere, de bouwval van een adellijk kasteel. Men nv oor, n-irmnaaiiim «mi hnop-ere bureerschool

VJL1J.U.U VVU O

met vijfjarigen cursus, een gemeentelijke burgeravondschool, een ambachtsschool, een huishoud- en industrieschool, een teekenschool, een muziekschool, een school voor huisvlijt, een cursus van de rijksnormaallessen, 8 openbare scholen, 3 openbare herhalingsscholen, 10 bijzondere lagere scholen en 3 herhalingsscholen en 6 bijzondere bewaarscholen. Van de liefdadige instellingen noemen wij het stadsziekenhuis, twee weeshuizen, het St. Jacobsgasthuis voor oude lieden, de hofjes van Belois, het diaconiehuis. ..

Schiedam is door handel, nijverheid en scheepvaart tot bloei gekomen. In de 16de eeuw had de stad een aanzienlijk aandeel in de haringvisscherij, in de 17de eeuw ging men van hier uit op de walvischvangst. De handel in scheepshout, hennep, zout en granen was eveneens zeer belangrijk. In de

17de eeuw werd deze meer en meei rot- ue gictneu ueperkt, wat een van de oorzaken was van de oprichting van branderijen. Tegen het einde van de 16de eeuw werden de eerste opgericht, die op den duur alle andere fabrieken verdrongen. Nu vormen zij niet langer de hoofdbron van bestaan. Men vindt er nu (1909) nog 102 branderijen. Verder vindt men er nog alkoholfabrieken en destilleerderijen. Met de branderijen staat de handel in gist en graan en de vetmesterij van vee in verband. Ook bezit Schiedam nog kuiperijen, glasfabrieken, een fabriek voor stearinekaarsen, ijzerfabrieken, houtzaagmolens, een fabriek van chemische produkten, een vernisfabriek, en veel scheepsbouw. In 1909 kwamen aan: 59 zeecfrtnm«piipnpri mfttp.Tiflft 181 ^36 06 kub. m. en 39

zeezeilschepen, metende 1007 727 kub. m. en 124

loggers en bommen van ae narmgvibbcnenj.

Schiedam heeft zijn ontstaan te danken aan een dam in de Schie, die aangelegd werd om de opgewaaide vloeden te keeren. De schepen, die niet over den overtoom getrokken konden worden, moesten hier hun last overladen.Daardoor ontstond bij dezen dam een dorpje, dat zeer spoedig, in 1275, stadsrechten ontving van Aleydis, de zuster van den Roomschen koning Willem II, die op het huis te Riviere dikwijls verblijf hield. Omstreeks 1300 dreef zij een levendigen handel op Dordrecht en Zeeland. Weldra echter vond zij een krachtige mededingster

in Rotterdam, dat m 1340 door een Kan aai met uw Schie werd verbonden en haar weldra boven het hoofd groeide. Daarbij kwam dat bij Schiedam aanslibbi g plaats had, zoodat de haven telkens verlengd moest worden. Toch ontwikkelde de scheepvaart en handel van Schiedam zich met kracht, zoodat het, zooals reeds gezegd, in de 16de en 17de eeuw een belangrijke plaats was.

n .1.J n nA wfflVt OlrtM. PP.T1 ■Russisch

scaiciuei, j1'»» " —: ,

taalkenner, geboren te Reval den 18den (6den) JuU

1817, studeerde te mersDurg m ae recnten, umi» te Berlijn en vervolgens nogmaals te Petersburg in de letteren, vooral in de Oostersche talen, was gernimen tijd werkzaam als professor in de oude talen aan een gymnasium te Petersburg, werd er in 1852 li der Academie, in 1863 bibliothecaris van dit lichaarfl en in 1866 staatsraad in werkelijken dienst. Hij overleed te Petersburg, den 16aen November 1879. Zijn onderzoekingen omtrent de Mongoolsche, Turksche-Tataarsche en Oeralische-Fmsehe taaltakken en bovenal van de Tibetaansche talen verschenen in

de bijdragen van het „Bulletin" van de academie w> Petersburg. Zijn werken over de Kaukasische talen hebben een geheel nieuw gebied voor de taalstudie geopend, hij ging voor een deel uit van de werken

van baron von usiar. in oparacnt van uc

"u:-: A* "NT^vonVio vpi7.pn Ari nnrlp.rznftkine'en" U1&

g(XL HIJ U.C „IXUUIOWIV O ..

de nalatenschap van Castrèn uit. Verder gaf hij dei

tekst van Tdnaratha s „uescmeaems van neu x>u^ dhisme in Indië" uit en vertaalde eenige werken m het Duitsch.

Schieman was vroeger op een oorlogsschip een der voornaamste scheepsonderofficieren met den rang van sergeant. Op een driemastschip was hij bepaaldelijk belast met de zorg voor alles wat behoort tot het tuig van den fokkeniast en den boegspriet, terwijl de bootsman waakte over het tuig van den grooten mast en de kwartiermeester over dat van den bezaansmast. De onderofficieren aan boord Wa ren verdeeld in scheepsonderofficieren en onder¬

officieren. lot ae eersten oenooruen uc uuumiuou, schieman, ieder met 2 maats, en de kwartiermees¬

ters. Later is het ambt van schieman dij ae Konuu» lijke Nederlandsche marine afgeschaft. _

" Schiemann, Theodor, een Baltisch geschiedkundige, geboren den 17den Juni 1847 te Grobin (Kurland), studeerde te Dorpat en Göttingen, was van 1883—1887 stedelijk archivaris te Reval, trad in 1887 aan de universiteit te Berlijn als docent op en werd in 1900 gewoon hoogleeraar. Sedert 1888 doceerde hij ook aan de krijgsacademie en was van 1889-1892 tevens archivaris aan het geheime staatsarchief. Hij schreef: „Charakterköpfe und Sittenbu' der aus der baltischen Geschichte des 16. Jahrhun derts"(1876), „Geschichte Russlands, Livlands un» Polens"(2 dln., 1885—1889), „Heinrich v.TreitscW*®

T 1 3 TÏT..„ J ,11/OdA <4-mi lr- 1 "HpiltSCU'

.Lenr-unu wanu.eija.iiic ^ U1UIV, rAri\

land und die grosze Politik"(6 dln., 1901—1900' „Die Ermordung Pauls und die ThronbesteigunS Nikolaus' I."(2«« druk, 1906) en „Geschichte Russlands unter Kaiser Nikolaus I"(dl. 1, 1906). Uit nalatenschap van Eehn gaf hij uit: „De morib Ruthenorum, Tagebuchblatter aus den Jahren 1»" —1873"(1892), „Reisebilder aus Italien und Fran* reich"(1894) en „Ueber Goethes Hermanu und Dor"' thea"(met Leitzmann, 2*° druk, 1893); verder gat m de „Bibliothek russischer Denkwürdigkeiten"(7 din-.

1893—18»ö) uit. , t

Schiereiland noemt men een stuk land, u

voor het grootste aeei aoor wauer umgcï» t slechts door een min of meer smalle landstrook m

het vasteland verbonden is. Zoo vormt het n?°Vr0, lijk deel van N. Holland een scheireiland, zoo is J» rea een schiereiland van het eigenlijke Griekenla ' het Apennijnsche schiereiland van Italië, Mal® van Zuid-Azië enz.

Sluiten