Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijkheid op ons maakt. In de plastiek speelt de vorm, in de schilderkunst de kleur de hoofdrol; de eerste geeft de werkelijke, lichamelijke vormen weer, de laatste den indruk, dien de door kleuren begrensde vormen op ons oog maken. Ten opzichte van de verhouding tusschen den kunstenaar en de werkelijkheid, die in de schilderkunst het alles beheerschende element is, onderscheidt men een idealistische en een realistische richting. De uitersten van idealisme en realisme noemt men spiritualisme of mysticisme en

naturalisme. Vroeger ging men uit van ue lueeiuug, dat de onderscheiding tusschen idealisme en realisme alleen afhing van het meer of minder verhevene van het onderwerp, dat de kunstenaar voor zijn schilderij koos; afbeeldingen van Bijbelsche of historische onderwerpen werden bijv. tot de idealistische, landschappen, genrestukken en stillevens tot de realistische schilderkunst gebracht. Thans wordt aan alle onderwerpen een gelijk recht toegekend; niet naar het onderwerp, maar naar de wijze van behan¬

deling wordt een schilderstuk Deooraeeiu. r,in onueiwerp kan dus idealistisch of realistisch behandeld worden. . . .

Ook de indeeling van vroeger in historiestukken, waartoe ook voorstellingen van de Bijbelsche geschiedenis werden gerekend, genrestukken, portretten, landschappen, dierstukken en stillevens, wordt niet meer streng vastgehouden. In het algemeen kan men van de verschillende afdeelingen het volgende zeggen. De historieschilder houdt zich bezig met de voorstelling van belangrijke geschiedkundige feiten, hij beschouwt den mensch niet als individu, maar als vertegenwoordiger van een historisch denkbeeld. Als overgang van het historieschilderen tot het genre Vippff mpn lipt 7.nop-p,na,amd historisch genre, dat in

genrestukken historische personen op het doek brengt. Het eigenlijke genre bepaalt zich tot de menschen in het algemeen en levert tafereelen uit het volks- en familieleven. Men kan onderscheid maken tusschen het sociale, huiselijke, volks- en naïve genre, terwijl men in ieder van deze wederom de tragische of de komische zijde kan voorstellen. In het portret vereenigt zich, met betrekking tot de opvatting en behandeling van het karakter, het historisch element met het genre. Immers een portret stelt den mensch niet voor in zijn toevallig, oogenblikkelijk bestaan, zooals de photografie, maar het houdt ook rekening met zijn geestelijk zijn, met zijn individueel bestaan, dat de menschheid vertegen¬

woordigt. Verder onderscheidt men net ïanusuicippelijk genre, waarbij de ondergeschikte figuren der stoffage zoozeer op den voorgrond treden, dat zij bijna als hoofdzaak kunnen beschouwd worden. Een andere verscheidenheid is het historisch landschap, waaronder men een landschap met bijbelsche, mythologische of historische figuren kan verstaan of ook een gestiliseerd of geïdealiseerd landschap. Het landschapschilderen kan men onderscheiden in eigenlijke landschappen, stads- en dorpsgezichten en zeestukken .Verder heeft men landschappen bij maneschijn, stadsgezichten bij kunstlicht, winterlandschappen enz. Het dierenschilderen ontstaat in zoo verre uit het landschapschilderen, dat dikwijls de stoffage van dieren op het landschap de overhand xrorirriio-f vnnHflf. Vip.t. pijrp/nliike landschaü oü den

achtergrond treedt. Ook op dit gebied heeft men veronViiiionrio afrtaplincrpn 7.ooa,ls het dierpnüortrpt.

dierengenre, jachttafereelen enz. Het stilleven be-

nooif rrïnV» +n+. iavonlnn7.fi vftnrwpmp/n. doode dieren»

paaxu //ivu vkjv j.^ » — .. — r , . v

vruchten, kunstwerken, bloemen enz. Eindelijk ver¬

melden wij nog de ornamenteele sciinaerKunbi*, w geen kunst op zich zelf is, doch alleen als een onderdeel van de bouwkunst bestaat. Verder kan men ais een bijzonder onderdeel ook de allegorische en symbolische voorstellingen beschouwen.

De praktische zijde van de schilderkunst heeft betrekking op haar technische eischen, dus op haar

1 __1 :JJ„1 Ja 'U„1«TTrn+nncolionnOT1 fH O TTl P.fi Q.6

nuipilliuueiüll CI1 Uü .IJ.

schilderkunst in verband staan. Men onderscheid1 de hulpmiddelen naar de stoffen, waarmede en ivaarop geschilderd wordt. Ten aanzien van eerstgenoemde stoffen maakt men onderscheid tusschen schilderen in olieverf en waterverf, het tempera-, was-, pastelen miniatuur schilderen, en ten aanzien van de stolfen, waarop geschilderd wordt, tusschen het schilderen op doek, paneel, email, porselein enz. Bij het frescoschilderen en de stereochromie bestaat zoowel verschil tusschen de stoffen, waarmede, als tusschen

die, waarop geschilderd wordt, bij liet eerste woiu<=** de kleuren op den natten kalkmuur gebracht om met dezen te drogen, bij de stereochromie is de muur

droog en worden de verven, oestaanae uit zeu&tw digheden, welke niet oplossen in kiezelzuur, er me waterglas op bevestigd. Tot de hulpwetenschappen der schilderkunst behooren: de leer van het perspectief en van de verhoudingen, de ontleedkunde, kennis van het costuum en de leer van den chemischen en optischen aard der kleuren.

Zie voor de schilderkunst van de verschillende landen de artikelen, die daarop betrekking hebben. v

j „j. /io ViomldieK

Bcnuunvuueis Iluemu jut.11 Lil m ,

de afbeeldingen van menschen of dieren, die naas

een schild geplaatst zijn, zooais dijy. ae ïeeuw en het Nederlandsche wapen.

Schildklier (Glandula thyreoidea) is de naam van een bij alle volwassen werveldieren, behalve bij de leptocardii,voorkomende gesloten klier in de halsstreek. Bij den mensch ligt zij dicht vóór den boog van het ringkraakbeen en het bovenste einde van d luchtpijp, waarmee zij door een nauw celweefsel verbonden is. Zij is roodachtig bruin, zeer rijk aan bloedvaten, heeft bij den volwassene ongeveer de groott

Vin-n/vnoi non rrOYirinVif \ran TH ITO 30 PT. en ^

van ücii O--

gedaante van een van fijne horens voorziene, naai boven gerichte halve maan. Uit vergelijkend-anato• 1 _.... j wunw- Ao+ rrïi oor» n-irtimeïl'

miscne oiiueiz-ueiviiJgeii uiijö-u, uat —.. ig

tair orgaan voorstelt, m net emDryo onuaaau ^ -een voortzetting van den slokdarm. Bestaat de kl1® uit twee gedeelten, dan zijn de beide massa's dikvvij ^

door een dwarsstuK {istnmus) met eiKanuer den; aldus is het bij den mensch. De physiologiscü beteekenis van de schildklier is nog niet opgeheldeiO' Het afzonderingsprodukt is een zeer eiwitrijke SUP

stantie (colloïde), welKe m ae lympnvauen »i»u« . gestort en daaruit in het bloed schijnt te komen, ü wegnemen van de klier veroorzaakt bij dieren ernst

ge ziekteverschijnselen, weiue geiijKen op ue

tomen van een vergntigmg: storingen xn uei,

• ,ttqti rlo «niprp.n a.bnonn^*

XIllL^ÖVCllllUgCi:., OUjilH-iu v«n «fxv. ,

werking van hart en ademhaling, krampen en \

slotte de dood. üij den mensen treuen na vu»-», uitrodï g van de schildklier (bij de krop-operatw dergelijke verschijnselen, hoofdzakelijk ook psyc sche storingen op (kachexia strumipriva). Blijft ee > zij het slechts klein gedeelte van de schildklier P

Sluiten