Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"ftllen vestingwerken trachtte te herstellen. Doch , eds den 31sten Mei verschenen de vereenigde Ne®rlanders en Denen ten getale van 6 000 man vóór ,. stad en drongen deze onder hevig kanonvuur j nnen. In de straten ontstond een bloedige worstefci i' Waarbij Schill, nadat de Nederlandsche gene, Cateret onder zijn sabelhouwen bezweken was, 20nF eeni§e geweerkogels werd gedood. Omstreeks ^ ruiters en eenige jagers sloegen zich door den land heen en verkregen een onbelemmerdenaf tocht aar Pruisen, waar de soldaten afgedankt en de offiereii voor den krijgsraad geroepen en gestraft j^e.rden. Een andere afdeeling ontkwam te water van v naar Swinemunde, doch het overig gedeelte n het corps van Schill sneuvelde of werd gevangen S nomen en naar de galeien verwezen.

> 1 gevangen genomen officieren werden in Wesel n ? September doodgeschoten. Het lijk van Va 1 wer(^te Stralsund begraven, met uitzondering s n het hoofd, dat op spiritus gezet en iu het mute Leiden geplaatst werd. In 1837 echter is v ,naat Brunswijk overgebracht en aldaar ter aarde steld. In X889 werd het lsle Silezische huzarenreginaar Schill genoemd.

nie Ck^er> Johann Christoph Frieclrich von, de lOfleiA P0Pulaire Duitsche dichter, werd geboren den Wiii n^ovemberl759teMarbach aan denNeckar, terine vader Johann Kaspar Schiller, vroeger heelscli Cr- a^aar> a^s luitenant in WürttembergLo ^enst bevond, ontving het eerste onderricht te v rch van den godsdienstleeraar Moser, bezocht 1773°i ns sc^00^ Ludwigsburg en werd in Vo kweekeling der Karlschool, door hertog Ilarl bliif ürttemberg in de nabijheid van zijn buitenverWet *tude gesticht. Deze half militaire, half bever^chaPPelijke inrichting van onderwijs was zeer tyPl Aderlijk voor zijn algemeene ontwikkeling, he-

streri:

hij zich onmogelijk vereenigen kon met de

+n«V.4. 1 1: ^.^1—

j-gjl -j" "«wit, wactJUctii uu leeimigen gcuunu.cu wr

hem ar reeds werd de neiging tot de dichtkunst bij stocle aanSekweekt door den „Messias" van Klop«Sti 6n ^00r dramatische voortbrengselen der ''ut-/flï U11(^ Drangperiode", zooals „Julius van

1

van Leisewitz, „Ugolino" van Gerstenberg,

lichierSte,.drama's van Klinger en „Götz von Berde . j'gen" vanGoe(7ie.Op zijn richting hadden verder invlo !f U Van P^utarc^us en J- J- Rousseau grooten Verni Karlschool werd in 1775 naar Stuttgart tecl aatst, en hier verwisselde Schiller de studie der SchenS5-leerdheid met die der geneeskunde. Intuskutist ^ k'j z'c^ hoofdzakelijk bezig met de dichtVatl r'-.la mè en later verschenen lyrische gedichten ^aakï i,-and in het „Scliwabische Magazin" en Rh ,.1. hij een aanvang met het bewerken van „Die

UDGr AT,-. i.. i • • J „ i-- i„i-—

vcriaiigufc; iiij ue sciluui ue vtuictttui,

die er /fysiologie" werd om den te vurigen geest, k sprak door den hertog afgekeurd. Eerst in

Proef-u' • ^ ^on ^3 na mclienen van Z13n dn- i. cnnft: ..Versuch über den Zusammenhane

Phie r]Z1''n *n -^9 ingediende verhandeling „Philoso

eru «nl

der +; - „Versuch über den Zusammenhang

'gen" ï tnen JNatur des Menschen mit semer geisgezondh ',Sch°0l verlaten en werd als officier van Van ge 6 SePlaatst bij het regiment grenadiers ^°elageneraa^ met een schrale maandelijksche zijn 0bj > 18 gulden. In dezen tijd schreef hij nog Van 2:-e Saan „Laura", misschien naar aanleiding deze jn,kennismaking met Dorothea Vischer. Uit beuichten spreekt de ongelouterde geniale

kracht, die vooral in „Die Rauber" tot uiting komt. Dit drama werd in 1782 met een buitengewoon succes opgevoerd. Daarna legde Schiller zich op de voltooiing van zijn tweede treurspel. „Die Verschwöring des Fiesco zu Genua" toe. Te gelijkertijd gaf hij uit oppositie tegen de „SchwabischerMusenalmanach" van Stciudlein een „Anthologie auf das Jahr 1782" uit. Een tweede opvoering van „Die Rauber", heimelijk door Schiller bijgewoond, was oorzaak dat de hertog hem verbood, ooit weder tooneelspelen of iets dergelijks te schrijven. Dit gaf aanleiding tot het plan zich door de vlucht aan deze dwingelandij te onttrekken. Den 22sten September 1782 verliet hij met zijn vriend Streicher de hoofdstad van Württemberg en bereikte twee dagen daarna Mannheim. „Fiesco" was nagenoeg voltooid, en op dat stuk had hij zijn hoop gevestigd. Deze echter bleek ijdel te wezen, daar het aan de leiders van den schouwburg niet beviel. Ook gevoelde Schiller zich te Mannheim niet veilig en vertrok daarom met Streicher naar Frankfort, waar zij in het dorp Oggersheim bij Mannheim in een armoedige herberg 7 weken bleven. Hier vervaardigde Schüler groote brokstukken van het burgerlijk treurspel: „Luise Millerin"(later „Kabale und Liebe") en leverde een omwerking van „Fiesco", welke echter opnieuw door het schouwburgbestuur te Mannheim werd afgekeurd. In het begin van December begaf Schiller zich op uitnoodiging van mevrouw von Wolzogen naar een aan haar toebehoorend buitenverblijf te Bauerbach bij Meiningen. „Fiesco" was inmiddels door den boekhandelaar Schwan te Mannheim ter perse gelegd en verscheen in 1783. Gedurendeden winter van 1782—1783 werd „Luise Millerin" voltooid, en in Maart daaraanvolgende maakte Schiller een aanvang met „Don Carlos". De vriendschappelijke omgang met Bemwald, bibliothecaris te Meiningen, die later met zijn zuster Christophine in het huwelijk trad, was voor hem van veel belang. In 1783 keerde Schiller naar Mannheim terug en werd door den intendant Dalberg, die hem nu meer genegen was dan vroeger, tot schouwburgdichter benoemd. In April 1784 werd „Kabale und Liebe" er vertoond en uitbundig toegejuicht. Dit gaf hem moed, en zijn opneming in het door den keurvorst beschermde „Kurpfalzische Deutsche Gesellschaft" beschouwde hij als een belangrijke schrede voorwaarts. Bij die opneming las hij de verhandeling: „Die Schaubühne als eine moralische Anstalt betrachtet" voor. Ondertusschen was hij met het bewerken van den „Don Carlos" begonnen. Het eerste bedrijf hiervan las hij voor aan het hof te Darmstadt, waarna hertog Karl August van Weimar hem den titel schonk van Saksisch Hofraad. Vooral tengevolge van zijn neiging voor Charlotte von Iiaïb, waarvan zijn gedichten „Freigeisterei der Leidenschaft" en „Resignation" getuigenis afleggen, kwam zijn tooneelstuk slechts langzaam vooruit. Daarbij kwam, dat de dichter

onder drukkende geldzorgen leed en dat hij met de tooneelspelers en den intendant verschillende onaangenaamheden had. Hij besloot daarom Mannheim te verlaten en naar Leipzig te vertrekken, waar eenige jeugdige vereerders, die hem reeds vroeger brieven hadden geschreven, woonden. Hier werd hij vriendelijk ontvangen door Minna en Dora Stock, door Ferdinand Huber en door Gottfried Körner, die hem van zijn geldzorgen bevrijdden. Schiller bracht een paar gelukkige maanden door in het dorp Gohlis

Sluiten