Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

®n verwarming, Clayton apparaat en brandbluschïeiding, benevens een herstelplaats voor machinedeelen, voltooien de moderne uitrusting.

Bij het bouwen van een schip is de vaststelling der gewichten een eerste arbeid van den scheepsbouwmeester, die het ontwerp maakt. De groepen Voor gewichtsverdeling zijn in hoofdzaak: 1. romp, 2- voortstuwingsmiddelen, 3. brandstoffen, 4. uitrusting, 5. lading, en bij het oorlogsschip pantser en bewapening met ammunitie. Het totaal gewicht valt dus uiteen in zoogenaamd dood gewicht en lading; de laatste moet bij bepaald totaal zoo groot mogelijk zijn. In een teekening van de grootste dwarsdoorsnede of het grootspant, die als bestek dienst doet, Worden, van een stalen schip bijv., de zwaarten van alle verbanddeelen aangegeven, en deze teekening aan het bureau van classificatie ter goedkeuring aangeboden. De meeste verbanddeelen van een stalen

Sn"U,- •• , 1 T 1 1_. Jl' _ 1,^ +

M^up zijn met jmnKnageis, uie op gewensuiiuc «wowustaan, verbonden; aan de „Mauretania" zijn er

u*. a. 4 millioen verbruikt. Lie plaat v voor teeiveJingen, met aanwijzing der verbanddeelen, van een houten en een ijzeren schip. De kiel is de eigenlijke

juggegraat van een scnip, net Deneaenste laugavoiJ^nddeel, waarop, als die op de stapelblokken der

helliv.«. ,1 attav^a ™r/vrrl + rrnhrnTUrrl MaTI

- geifgU iö, UCU UVCXJLg^ VYU1UU

onderscheidt uitstekende- of buitenkiel en vlakke-

^eipiaat; de eerste een massieve staikiei, stalen DaiK van rechthoekige doorsnede, of een plaat met sttik-

KfVn J ^1 ^ +,,Tr>rxrlr» «1 VI1Q+ «Tori u ViVipI rl

oei ZdjutJ tJI LcgtJli, uc uw ccuc ai Ui

s°nis met een staf kiel op zijn plat tegen de onderzijde

b(V\70o4-;™;i r7~~,v.™r,r.™rJrv al \ r> rr r»v_ r>f IrirnVl pl PT1 VfiT*-

Vangen tegen het slingeren vaak de stafkiel van het ^rband, terwijl zeer zware schepen nu en dan van

^iuaeien, ter zijde onder den oodem, voorzien woi^en. De spanten bestaan in den regel, als de ribben,

lilt. V. rtlrn 4- n 1 r\-r\ nrnKrvrror» 1 Tl rl PT1

—« uwee syiimiebiisuiie iiucivö ucu.cn,

^orm der doorsnede; hun afstand wisselt naar de Slootte vn.n het, sr.hin en de bouwwiize. De vrangen

^erstijven de spanten langs den bodem, waar de waterdruk en die der lading het grootst zijn. De keer®Panten loopen tot de kim of hooger. Zij, zoowel als de spanten, worden opengezweid in vóór- en achterschip om één flens dwarsscheeps te hebben. In Frankrijk verdraait men ze naar het beloop van de huid, Wat moeilijker verband met balkenen schotten_geef t. Voor groote schepen worden veel |_, d en L Pro" nelen gebezigd in plaats van hoekstaal. Zaathouten Zljn langsliggers, boven de kiel en terzijde boven de Vrangen loopende; men treft ze alleen nog aan in Zei). „„ i_, ■ . _i_ ■ __i „.,„.„1 „1/lovo

■ '-u iiieine stooxiisenepen, omuat uvcnw ®en dubbele bodem, met het oog op veiligheid en wayerballast, aanwezig is. De kimzaathouten eindigen üi boeg- en hekband, de bijzaathouten liggen tuss°hen midscheeps en de kim. Plaat- of webspanten 611 andere constructies komen vOor, als men lange en l'.oote stukken laden wil; voor dit doel en stortlahebben zich vele typen cargobooten ontwikkeld en nog telkens verneemt men van nieuwe vor?en. Ruimbalken ontbreken dan grootendeels. '?.ln.gers zijn in het algemeen langsliggers boven de ii de zijde, de naam wordt stringerplaat, als zij <jen vorm van zijdekplaat op de balken aannemen.

^ekblllVnv, ,TA^u:v,r]A,-, A n cnanfon on -fnrmpprpn

.1 ~ V Cl UlllU'J.1 UA ojjwMivv/xi vil

dwarsverband, bovendien dragen zij de dekken van '0ut of staal of van staal met hout belegd. De balken orden op afstand gehouden door stutten in één, Wee of drie rijen. Hoe meer holte en diepgang, hoe

meer dekken, alle met eigen naam, voorkomen, als: ruimdek, orlopdek, koebrugdek, beneden-, tusSchenen bovendek, opper-, brug-, promenade- en boot- of sloependek. Dit zijn de gewone scheepsbouw-benamingen, maar bij de reuzenstoomschepen vindt men ook, om verwarring te voorkomen, namen als:

„Broadway-, Union-, Kronprmz-, Augusta Victoria-, Kaiser- en Sonnendek." De gewone afstand der

, ,1 i , , r>. , p , r. A 4 TT J.

dekken bedraagt ± ö voet 01 ± m. noui^n dekken moeten liefst van smal, droog hout, kwasten spintvrij, gelegd worden. Grenen-enAmerikaansch grenen-, dennen-, yellow- en white-pine-, lorken-, cypressen-, en teak of djatihout worden 't meest gebruikt, laatstelijk ook Australisch hard hout o. a.

„Moa . De naden zijn geKaüaat met bruin werK, daarna met gesmolten pek of marinelijm volgegoten. Stalen dekken zijn veel sterker in het langsverband en slijten minder op kolen- en ertsbooten. Gedeeltenltiirl noodif. biiroer. anker- en ver-

p, ~-J- 7

haalspil, lier, bolders en verhaalklampen, masten en

dekopemngen. iJe wegenng, 01 Dewnmeung m neb ruim van schepen, is meestal tot de kim dicht en daarboven open roosterwerk. De waterdichte schotten, die bij beschadiging van den romp het drijfvermogen doen behouden en het dwarsscheepsch verband versterken tegen den waterdruk, zijn verstijfd met |_, T, [Z of —1_ staal, dan wel opgebouwde liggers.Ook langsscheeps komen zij voor. Stoomschepen hebben minstens één aanvaringsschot vooruit, waarin geen openingen mogen voorkomen, een piekschot achteruit, benevens schotten vóór en achter de machinekamer en lietketelruim. Verder bestaan voorschriften omtrent hun afstand; liefst moeten twee ruimen naast elkander kunnen volloopen, zonder dat het schip zinkt, vooral bij mailbooten en groote schepen, die ook passagiers vervoeren. In zuivere vrachtbooten is geen plaats voor veel schotten. Langsschotten vindt men voornamelijk in olietank¬

schepen en tusschen de macnmeKamers van uuuuei-

schroelschepen. De waterdichte deuren, waarmeue de openingen in de schotten worden gesloten zijn: 1. openslaande deuren, of 2. schuif- of valdeuren, verticaal en horizontaal bewegend. De dubbele bodem, die in groote schepen tot l'/a m. hoogte kan hebben, wordt thans veelal geconstrueerd met hooge vrangen op elk spant, waarvan sommige waterdicht zijn, terwijl ter plaatse van de machines versterkte aanwezig zijn. Zeilschepen hebben gewoonlijk geen ,i,,KKnior> Knrinm pn wei nip-schotten. Behalve veiliff-

UUUUUWl o lil 1

heid en ballastruimte geeft de dubbele bodem ook grootere langsscheepsche sterkte, gelegenheid den stuurlast te regelen en berging van ketelvoeding- en

< J • ï . „„„.1 ,1

drinkwater, öcliepen met m nooiuzaa* iaugsveiuanu. worden de laatste jaren, ook in Nederland, weder gebouwd en wel volgens het stelsel van Isherwood. Reeds in 1834 werd een schip met zulk verband door Scott Russell gebouwd. Ook de beroemde „Leviathan", later „Great Eastern," van Brunei en Scott Russell was volgens een langsscheepsch spantenstel-

i , . °„J_ ii J,. _i£ -n«

sei gemaaKt, mei iijuen voigeus uc guu-mwiw. buitenhuidplaten worden tegenwoordig zeer vaak aan de lange zijden doorgezet of gejoggled, waardoor ze alle togen de spanten sluiten en eigenlijke aan- en afliggende gangen vervallen. De dwarsnaden moeten goed verscherven, met het oog op sterkte, wijl de doorsnede bij een klinknaad zwakker is dan de plaat elders. De lengten en breedten der huidplaten worden steeds grooter, het maximum hangt af van

Sluiten