Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeg mogelijk in 't jaar in dieplossen, voedingrijken grond, om nog in denzelfden zomer in de gelegenheid te zijn zware wortels te kweeken. In den herfst rooit men de wortels voorzichtig op, zonder ze te beschadigen, en kuilt ze in zandigen grond in vorstvrije plaatsen weg. Het zaad moet van 2-jarige en niet van 1-jarige planten geoogst worden, omdat zaad van deze laatste planten ook steeds zaadstengels vormen ten nadeele van den dikte- en lengtegroei der wortels.

Er bestaan ook zg. schorseneeren met witte wortels, ook wel haverwortel (Tragopogon porrifolius) geheeten, die echter, zooals uit den geslachtsnaam blijkt, tot een ander plantengeslacht behoort. De wortel is alleen als eenjarige bruikbaar. Veel beteekenis heeft deze plant voor den warmoezenierniet.

Schorting-huis, Willem, in de eerste helft der 18de eeuw predikant te Weener (Oost-Friesland) en Midwolde (Groningen), gaf in 1740 een boek in het licht, getiteld: „Het innig Christendom, tot overtuiging van onbegenadigden, besturing en opwekking van begenadigde, in deszelfs allerinnigste en wezenlijkste deelen gestaltelijk en bevindelijk

lijn en uitvaartslijn). De hoek, gevormd door vizieren uitvaartslijn, heet schootshoek (vizierhoek -)- trillingshoek).De afstand van de monding tot het punt, waar de kogelbaan voor de tweede maal de vizierlijn snijdt, heet dracht. Over den afstand, binnen welke de kogelbaan zich niet hooger dan het doel boven de rooilijn verheft, wordt de rooilijn de bestreken ruimte voor dat doel genoemd. De tijd, die het projectiel noodig heeft om het eindpunt van de baan te bereiken, heet vluclittijd, terwijl de hoogte van het zwaartepunt van het projectiel op acnig punt der baan boven het horizontale vlak, dat door het midden deimonding gaat, vluchthooqte heet. Het punt, waar een springprojectiel springt, heet springpunt. De afstand van de monding tot dit punt heet springafsiand\ van dit punt tot het doel, het interval.

Schot noemde men weleer in ons land alle lasten en opbrengsten, die „geschoten", d.w.z. betaald werden, meer in het bijzonder echter de lasten, opgebracht ten behoeve van den landsheer. Het eigenlijke oude schot was oorspronkelijk de belasting, die door de onvrije lieden moest betaald worden als een

<1- -

schootsverheid

Schot.

voorgesteld", dat wegens zijn grof-mystieken inhoud grooten bijval vond en bij herhaling gedrukt werd. Merkwaardig zijn daarin „de vijf nieten" waarin volgens den schrijver het wezen van het Christendom gelegen is, namelijk: „De mensch wil niet, kan niet, moet niet, heeft niet en deugt niet."

Schot (zie de afb.) is de verrichting van een projectiel, dat door de gassen, die ontstaan na de verbranding van het voortdrijvingsmiddel, uit den loop in een bepaalde richting met een bepaalde kracht (massa x snelheid) wordt voortgedreven naar een doel, om er een doodende of vernielende uitwerking op uit te oefenen. Het schot is direct als het doel gezien wordt (vlakbaangeschut) en indirect bij het schieten op onzichtbare en achter dekkingen geplaatste doelen (steilbaangeschut). Na het afgaan van het schot, beschrijft het zwaartepunt van het projectiel een kromme lijn, die steeds in kromming toeneemt en kogellaan genoemd wordt. Deze baan heeft een klimmenden en een dalenden tak. De hoek die de dalende tak der baan met de vizierlijn maakt, heet invalshoek. Bij het verlaten van den vuurmond ontstaat door het trillen een trillingshoek, ook wel opof neerslaghoek genoemd (hoek gevormd door as-

cijns van het land, dat zij bearbeidden. Geestelijkheid en adel was daarvan vrij. Het schot, dat in het algemeen niet hoog was, werd dorpsgewijze vastgesteld en geïnd. In de dorpen werd het omgeslagen over de scholschuldigen naar evenredigheid van de grootte hunner schotbare landen. Poorters in de steden betaalden als vrije lieden geen schot van hun grond aldaar; maar de steden als zoodanig gaven op gezette tijden een zeker schot van hun vrijen grond. Dit schot werd wel jaarschot, herjstbede en lentebede of eenvoudig bede genoemd, moet echter niet verward worden met de „beden", de vrijwillige bijdragen, die later ten behoeve van het bestuur, tot het voeren van oorlog enz. op ongezette tijden door den landsheer werden gevraagd en toegestaan door vrijen, edelen en steden en welker opbrengst ook wel schot genoemd werd.

Schotanus a Sterreng-a, Christiaan, een Friesch geschiedschrijver, geboren te Schingen den 10den September 1603, werd eerst predikant in zijn geboorteplaats en vervolgens te Cornjum, daarna in 1644 professor in de kerkelijke geschiedenis aan de lioogeschool te Franeker, waar hij den 12fleï November 1671 overleed. Behalve een aantal Latijn-

Sluiten