Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landsch rechtsgeleerde, een broeder van den voorgaande, geboren te Marburg den 8sten October 1724, bezocht de hoogeschool aldaar, vervolgens de hoogescholen te Jena, Leipzig, Halle en Göttingen, promoveerde in de rechten, was eerst privaatdocent, werd in 1753 hoogleeraar te Herbom, in 1768 te Groningen, schreef er zijn „Elementa juris naturalis, sodalis et gentium"(1775), bekleedde bij herhaling het rectoraat en overleed den 258ten October 1801. Van zijn overige geschriften vermelden wij nog: „Specimen juris germanici de actionibus personalibus"(1748) en „De stipulationibus quibusdam, emtioni et venditioni apud Romanos adjici solitis"(1775).

Schroeder, Eduard August, een Oostenrijksch rechtsgeleerde, geboren den 258ten Mei 1852 te Teschen, richtte in 1876 aldaar een boekhandel op, die hij in 1882 liet varen om te Weenen in de rechten en de staatswetenschappen te studeeren. In 1885 werd hij te Teschen directeur van de handelsschool en rijksrevisor van de spaar- en voorschotbanken. Hij schreef o. a.: „Das Recht der Wirtschaft"(1896), „Das Recht der Freiheit"(1901), „Die politische Óekonomie"(3de druk, 1884), „Fischereiwirtschaftslehre"(1889), „Das Recht im Irrenwesen"(1890), „Das Recht in der geschlechtlichen Ordnung" (2de druk, 1896), „Ein neues System landwirtschaftlicher Spar- und Darlehnsgenossenschaften"(1899), „Vier Freiheitsurkunden"(1901) en „Der Völkergerichtshof"(1901).

Schroeder van der Kolk, .ƒ. L. C. Zie Kolk.

Schroef is een hulpmiddel om losse deelen met elkander te verbinden; zij dient daarenboven ook, als stelschroef, om deelen van machines of instrumenten nauwkeurig te stellen, om een druk uit te oefenen, om lasten door middel van geringe kracht te bewegen, om zeer geringe bewegingen uit te voeren (mikrometerschroef), om een snel draaiende beweging in een langzame om te zetten (schroef zonder einde), om schepen en luchtschepen in beweging te brengen, alsmede om water omhoog te voeren (schroef van Archimedes). Zij bestaat steeds uit twee deelen: de eigenlijke schroef en de moer, die de eerste omsluit en feitelijk eerst ontstaat (bijv. in hout, water, enz.) door de beweging der eigenlijke schroef. De werking der schroef kan men het best voorstellen door langs de binnen- of buitenwand van een hollen cylinder (fig. 1) een punt zoodanig te laten omhoog stijgen, dat de hellingshoek onveranderd blijft. Dit punt beschrijft daarbij een schroeflijn (fig. 1), welke in het afgewikkeld cylindervlak (fig. 2) als de rechte lijnen ab,

cd optreedt, welke met de lijn ae een hoek a vormen. Men noemt a den stijgingshoek, een

omgang ab den schroefgang ofgang,den afstand ac tusschen twee

Fig. 1. Fig. 2.

Schroef.

gangen de ganghoogte. Legt men (fig. 3 en 4) langs de schroeflijn op den massieven cylinder (kern) met de doorsnede d of aan den binnenwand van een hollen cylinder een prismatische stang, dan ontstaat daardoor de eigenlijke schroef en de moer (fig. 4 m.), waarin het geheele profiel van den schroefdraad is uitgehold. Hieruit volgt de geheele werking van de schroef. Draait men de moer

rond, terwijl de schroef stilstaat, dan moet de moer zich omhoog of omlaag bewegen; draait men de schroef rond, terwijl de moer vastligt, dan moet de schroef omhoog of omlaag gaan. Schroeven met twee verschillende ganghoogten verplaatsen de moer slechts zooveel, als het verschil tusschen de beide ganghoogten bedraagt: differentiaalschroef (zie aldaar). De schroefdraad kan driekant of vierkant

Fig. 3.

Fig. 4.

Schroef met scherpe kanten.

Schroef met vlakke kanten.

Houtschroef.

zijn, dus scherp (fig. 3) of plat (fig. 4), de schroef zelf linksch of rechtsch, al naar gelang men ze moet omdraaien, om een voorwaartsche beweging te verkrijgen. Zeer scherp zijn steeds houtschroeven (fig. 5), daar zij in het hout moeten snijden.

Voor de schroefdraden van groote schroeven, zooals zij bij de constructie van groote machines, ijzerwerken enz. gebruikt worden, heeft men reeds lang vaste stelsels aangenomen, zoodat elke schroef van een bepaalde dikte ook een bepaalde ganghoogte bezit. Hoewel er nog geen internationaal stelsel bestaat, zijn die van Whitworth en Seller toch algemeen verbreid, terwijl in Duitschland een metriek stelsel (van Delisle) werd opgesteld. Van veel belang zijn deschroefverzekeringen, die het ongewenschte losgaan van de schroef voorkomen moeten. Hoewel het aantal daarvan groot is, wordt toch meestal slechts een stift gebruikt, die zoo dicht mogelijk achter de vast aangeschroefde moer door een gaatje in de kern wordt gestoken.

Schroefbeweglng noemt men de beweging welke een lichaam of een meetkunstige figuur maakt, als men ze om een rechte lijn (de as der schroefbeweging) draait en tegelijk evenwijdig aan deze as verschuift. Is een lichaam langs een of anderen weg uit een eersten stand in een tweede gekomen, dan bestaat er altijd een schroefbeweging, welke het lichaam eveneens uit den eersten in den tweeden stand overbrengt; men kan zich daarom iedere beweging van een lichaam als een aantal op elkander volgende schroefbewegingen voorstellen.

Schroeflijn noemt men de kromme lijn, welke een punt beschrijft, als men daarmee een schroefbeweging (zie aldaar) zoodanig uitvoert, dat het met constante snelheid om een as (de as van de schroeflijn) draait en tevens met constante snelheid evenwijdig aan de as wordt verschoven. De schroeflijn ligt op een rechten cirkelvormigen cylinder, waarvan de rechte lijnen, evenwijdig aan de as zijn; zij loopt oneindig veel malen om de as heen. Op iedere rechte lijn van den cylinder liggen oneindig vele punten van de schroeflijn, waarvan steeds twee op elkander vol-

Sluiten