Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rijn cii in 1814 bij Rheims. Daar hij gedurende de Honderd Dagen de zijde van Napoleon gekozen had, keerde hij na de Tweede Restauratie tot liet ambteloos leven terug en schreef zijn: „Histoire de Napoléon et de la grande armée pendant 1812" (2 dln., 1824,16de druk, 1852). In 1830 werd hij lid der Académie. Na de Juli-omwenteli^g kwam hij weder in werkelijken dienst, werd in 1831 tot luitenant-generaal en tot pair benoemd en overleed den 258tel1 Februari 1873. Ook leverde hij een „Histoire de Russie et de Pierre le Grand" (2 dln., 1829), en een „Histoire de Charles VIII" (3 dln., 1835, druk, 1842), grootendeels ontleend aan de letterkundige nalatenschap van zijn vader. Van hem verscheen nog na zijn dood: „Histoire et mémoires, période de 1789 a 1848" (8 dln., 1873). ><

Seiches noemt men de periodieke schommelingen van den spiegel van meren en zee-armen of van deelen daarvan. Zij werden het eerst door Forel aan het Meer van Genève bestudeerd, en de daar gebruikelijke naam voor het verschijnsel, dat ook elders bekend was, werd algemeen ingevoerd. Het karakteristieke der seiches bestaathierin,dathetwateraan den eenen oever stijgt en tegelijkertijd aan den tegenovergestelden daalt, terwijl in het midden een lijn is aan te wijzen (knoopenlijn), langs welke het peil geen verandering ondergaat. Intusschen komen ook binodale schommelingen voor, waarbij het water aan twee tegenovergestelde zijden gelijktijdig rijst en in het midden daalt, en omgekeerd. Daartusschen liggen dan twee knoopenlijnen. Het verschil tussclien een hoogsten en een daaropvolgenden laagsten stand is bij elk meer zeer verschillend. In het Meer van Genève bedroeg het eens bijna 2 m.; in kleine meertjes is het gewoonlijk niet grooter dan enkele mm. Do duur van de schommeling is, overeenkomstig de wet van het synchronisme der trillingen, onafhankelijk van de grootte der schommeling en wordt ook door meteorologische verschijnselen zoo goed als niet veranderd. Meende men eerst, dat zij kon worden voorgesteld door de formule 2 1

t = (Merian, Thomson), waarin t de duur van l'gh

de schommeling is, 1 de lengte van het meer, h zijn gemiddelde diepte en g de versnelling der zwaartekracht, later bleek, dat zij slechts voor enkele uitzonderingsgevallen geldt, als n.1. het meer een langgerekten vorm en een regelmatig bekken heeft. Een nauwkeuriger formule gaf Paul du Boys, welke echter, vooral in het geval der binodale schommelingen, tot uitkomsten leidt, strijdig met de waarneming. Een geheel bevredigende theorie van het verschijnsel gaf de Schotsche wiskundige Chrystal. Hij toonde aan, dat de ligging van buiken (plaatsen van grootste evenwichtsverstoring) en knoopen, die volgens de theorie van du Boys steeds symmetrisch ten opzichte van de uiteinden van het meer moesten gelegen zijn, afhankelijk is van zijn diepteverhoudingen en veranderende breedte, zoodat alleen in enkele uitzonderingsgevallen een zekere symmetrie kan ontstaan.

De oorzaak van het verschijnsel moet worden gezocht in plotselinge luchtdrukveranderingen, die zich op verschillende plaatsen boven het meer doen gelden. Vooral als dit zich in één richting ver uitstrekt, zullen zulke verschillen aan beide einden gemakkelijk kunnen voorkomen. Forel toonde bijv. aan, dat

XIV

reeds een verandering in luchtdruk van slechts 6 mm. voldoende is, om een verschil in hoogsten en laagsten stand van 1,95 m. te verklaren, zooals den 3den October 1814 te Genève werd waargenomen. Daarnaast zijn ook aardbevingen en plaatselijke regens van invloed.

Seidel, Ludwirj Philipp von, een Duitsch wisen sterrenkundige, den 24sten October 1821 te Zweibrücken geboren, studeerde te Koningsbergen, Berlijn en Göttingen, vestigde zich als privaatdocent te München en werd aldaar in 1854 hoogleeraar in de wiskunde aan de universiteit, later ook aan de polytechnische school en conservator van het wis- en natuurkundig museum van den staat. Hij publiceerde verhandelingen over kettingbreuken en reeksen, en hield zich bezig met onderzoekingen omtrent de brekingsverhoudingen van verschillende middenstoffen en den weg van een lichtstraal, die door een reeks van lenzen gaat. Zijn voornaamste werken zijn: „Untersuchungen über die Konvergenz und Divergenz der Kettenbrücke" (München, 1846), „Untersuchungen über die gegenseitigen Helligkeiten der Fixsterne 1. Grosse und über die Extinktion des Lichtes in der Atmosphare" (München, 1846) en „Resultate photometrischer Messungen an 208 der vorzüglichsten Fixsterne" (München, 1862). Hij overleed den 1366" Augustus 1896 te München.

Seidel, Heinrich von, een Duitsch dichter, den 258ten Juni 1842 te Perlin in Mecklenburg geboren, legde zich oorspronkelijk op de werktuigkunde toe en was als ingenieur werkzaam, o. a. bij den bouw van de groote overkapping van het Anhalter station te Berlijn. In 1880 besloot hij echter zich geheel aan de letteren te wijden. Hij schreef sprookjes, kleine novellen en verschillende kinderboeken. Zijn „Gesammelte Schriften" verschenen in 19 deelen (Stuttgart, 1894-1906), zijn „Erzahlende Schriften" in 7 dln. (Stuttgart, 1899—1900); verder noemen wij de „Phantasiestücke" (Stuttgart. 1903) en „Gedichte" (Stuttgart, 1903). Hij overleed den 7aen November 1906 te Grosslichterfelde bij Berlijn.

Seidel, Paul von, een broeder van den voorgaande, werd den 14aen April 1858 te Schwerin geboren, studeerde in Straatsburg, Leipzig en Berlijn in de rechten, promoveerde te Leipzig, wijdde zich daarna echter geheel aan kunsthistorische studies en trad, na een studiereis van een jaar, in dienst van de Berlijnsche koninklijke musea. Na de troonsbestijging van den kroonprins Friedrich Wilhelm, wiens aandacht hij door zijn geschriften had getrokken, werd hij door dezen benoemd tot custos der verzamelingen in de koninklijke paleizen, in 1894 tot dirigent en in 1896 ook tot directeur van het Hohenzollern-museum. Van zijn hand verschenen: „Friedrich der Grosse und die französische Malerei seiner Zeit" (Berlijn, 1892), „Die Gemalde von Arnold Böcklin in der Scliackgalerie zu München" (München, 1902) en, te zamen met anderen: „Der Kaiser und die Kunst" (Berlijn, 1907). Hij is hoogleeraar en senator van de Berlijnsche kunstacademie.

Seidel, August, een Duitsch taalgeleerde, geboren den 298ten September 1863 te Hehnstedt, studeerde te Halle en was van 1889—1903 algemeen secretaris van de Duitsche koloniale maatschappij te Berlijn. Hij schreef een spraakleer van het NieuwPerzisch (1890), van de Japansche spreektaal, van het Soeaheli, van het Maleisch, van de voornaamste talen van Duitsch Zuidwest-Afrika, van de taal van

20

Sluiten