Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kozen. Hij aanvaardde de regeering den 15den Juni en werd den 21stel1 September 1904 plechtig gekroond. Gedurende zijn regeering had over het geheel de gematigd-radicale partij den meesten invloed. Hij had met verschillende moeilijkheden te kampen, o.a. betreffende zijn verhouding tegenover de samenzweerders, het herstel van de eenheid in het leger, het hernieuwen van de diplomatieke betrekkingen, die door den koningsmoord afgebroken waren, de regeling van de financiën en het sluiten van een handelsverdrag met Oostenrijk-Hongarije, dat wegens de opdracht van Servië tot levering van wapens aan een Fransche firma en wegens de voorgenomen Servisch-Bulgaarsche tolunie ontevreden was. De 5 voornaamste samenzweerders werden in 1906 uit de omgeving van den koning verwijderd, waarna ook Engeland, dathet langst geweigerd had de nieuwe dynastie te erkennen, de diplomatieke betrekkingen weder aanknoopte. De slechte verstandhouding met Oostenrijk, nadat dit laatste Bosnië en Herzegowina had ingelijfd (zie Oostenrijk, Geschiedenis), leidde in 1908 tot een verbond met Montenegro en tot een nauwere aansluiting aan Rusland, waartoe vooral de, wegens zijn onstuimigen aard bekende, kroonprins George meewerkte. De nationale geestdrift bekoelde aanmerkelijk, toen in 1909 bekend werd, dat de Porte een schadeloosstelling van 54,25 millioen kronen aangenomen had, de Engelsche invloed op het Balkanschiereiland de Groot-Servische beweging tegenging en van Rusland weinig te hopen was. Den 28sten Maart 1909 werd de kroonprins gedwongen zijn rechten op den troon af te staan aan zijn broeder Alexander. Den 318ten Maart gaf Servië zijn verzet tegen de annexatie van Bosnië en Herzegowina officieel op. Een handelsverdrag met OostenrijkHongarije is echter nog niet tot stand gekomen.

Serviel (Latijn: servus = knecht) noemt men een slaafsche gezindheid. In de staatkunde werd deze uitdrukking het eerst in Spanje gebruikt, waar men, in tegenstelling metdeconstitutioneelen of liberalen, de aanhangers van de onwaardige en bloedige politiek van Ferdinand Vil servielen noemde.

Servilius was te Rome de naam van een oorspronkelijk patricisch, doch later ook plebejisch geslacht. Tot de leden daarvan behoorden: Quintus Servilius Caepio, die in 105 v. Chr. als proconsul met den consul Gnaeus Manlius tegen de Kimbren aan de Rhöne een zware nederlaag leed. Hij werd daarom van het opperbevel ontheven en verbannen en overleed te Smyrna; Gajus Servilius Glaucia, praetor in 100 v. Chr., sneuvelde als medestander van Saturninus bij het oproer van dat jaar; Publius Servilius Vatia Isauricus, consul in 79 v. Chr., bestreed van 78—74 als proconsul de zeeroovers van Klein-Azië, veroverde Cilicië, benevens onderscheiden steden in Lycië, bracht de Isauriërs tot onderwerping en verkreeg bij zijn triomf den eernaam van Isauricus. Hij overleed in 44. Publius Servilius Rullus, een volkstribuun in 60 v. Chr., bracht een wetsontwerp in behandeling tot verdeeling der staatsdomeinen in Campania, maar werd door Cicero in de vier redevoeringen: „De lege agraria" bestreden, zoodat hij zijn doel niet bereikte; Publius Servilius Casca, volkstribuun in 63 v. Chr., nam deel aan de samenzwering tegen Caesar, bracht hem den eersten stoot toe en sneuvelde in 43 bij Philippi.

Servische taal en letterkunde. Zie Servo-Kroalische taal en letterkunde.

Serviten {Servi beatae Mariae virginis = dienaren van de Heilige Maagd) is de naam van een bedelorde der R. Katholieke Kerk. Zij werd in 1233 te Florence door 7 rijke kooplieden gesticht, die in 1888 heilig werden verklaard, nam in 1239 de regels van de Augustijnsche monniken aan en werd in 1255 door paus Alexander bevestigd. De orde was voornamelijk in Italië, verder ook in Duitschland, Nederland, Polen en Hongarije verbreid. Tegenwoordig behooren er 62 kloosters (36 in Italië, 17 in Oostenrijk, 4 in Engeland, 4 in Noord-Amerika en 1 te Brussel) met 700 leden toe. In het laatst der 12de eeuw ontstond ook de kloosterorde der Servitinnen, naar haar kleeding Zwarte Zusters genoemd. Zij verbreidde zich voornamelijk in Italië, Vlaanderen en Duitschland. Tegenwoordig behooren er nog 13 kloosters toe.

Servituut. Zie Erfdienstbaarheid.

Servius, Marius of Maurus Honoratus, een Romeinsch taalkenner, leefde waarschijnlijk tegen het einde der 4de eeuw te Rome en schreef op de gedichten van Virgilius een commentaar, waarin veel belangrijke geschied- en oudheidkundige en mythologische bijzonderheden, alsmede onderscheiden fragmenten van andere schrijvers worden aangetroffen. De commentaar is uitgegeven o.a. door Burmannus (1746), Lyon (2 dln. 1827) en Tliilo en Hagen (3 dln. 1878—1902).

Servius Tullius, de zesde Romeinsche koning, regeerde van 578—534 v. Chr. en was volgens de sage de zoon van een god en van Ocrisia, een slavin van Tarquinius Priscus, aan wiens hof hij werd opgevoed. Hij werd reeds als kind door wonderteekenen aangewezen als bestemd voor iets hoogers, waarom Tarquinius, hoewel in het bezit van twee zonen, hem zijn dochter schonk en hem tevens het recht van opvolging toekende. Volgens een andere overlevering was hij een Etruscer, Mastarnu genaamd, die zich met geweld meester maakte van de heerschappij en eerst als koning den naam van Servius aanvaardde. Hij sloot een verbond met de Latijnen en haalde hen over, een gemeenschappelijk heiligdom op den Mons Aventinus te stichten, voegde den Mons Viminalis en Mons Esquilinus bij de stad en omringde nu het geheel met een muur. Zijn voornaamste daad is echter, dat hij het geheele volk op grond van den census (het belastingbedrag) in centuriën (honderdtallen) verdeelde en een nieuwe soort van comitia (volksvergaderingen) invoerde, waarin het volk naar centuria stemde, zoodat ook de Plebejers eenig aandeel verkregen aan de regeering. Hij had volgens de overlevering de zonen van Tarquinius Priscus, Lucius en Aruns, met zijn dochters in het huwelijk doen treden. Lucius ruimde zijn echtgenoote, Tullia, degemalin van Aruns haar echtgenoot, door vergif uit den weg, waarna zij met elkander in het huwelijk traden. Daarna smeedden zij een samenzwering tegen ServiusTullius en doodden hem.

Servo-Kroatische taal- en letterkunde. De Servo-Kroatische taal behoort tot de Zuid-Slavische talen. Haar gebied strekt zich uit over Servië, Bosnië, Herzegowina, Montenegro, Oud-Servië (Rascia), Dalmatië, Kroatië en Slavonië en een deel van Zuid-Hongarije. Zij wordt onderscheiden in een oostelijk, zuidelijk en westelijk dia-

Sluiten