Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keizer, geboren in 146 n. Chr. te Leptis in Afrika, werd door keizer Marcus Aurélius tot senator benoemd, bekleedde onderscheidene aanzienlijke ambten, aanvaardde in 193 debetrekking van opperbevelhebber van het Romeinsche leger in Illyrië en werd na het ombrengen van Pertinax door zijn legioenen tot keizer uitgeroepen.Nadat hij zijn mededinger Pescennius Niger bij Cyzicus (194) en daarna een tweeden, Clodius Albinus, in 197 bij Lugdunum overwonnen had, ondernam hij een veldtocht tegen de Parthen en veroverde en verwoestte Seleucia, Babyion en Ctésiphon (197—202). Den laatsten veldtocht volbracht hij in 208 naar Brittannië, dat door de Caledoniërs bedreigd werd. Hij dreef de vijanden terug, herstelde den muur van Hadrianus, doch overleed tijdens dezen tocht te Eboracum (York) den 4den Februari 211, nadat hij zijn beide zoons Caracalla en Getus tot opvolgers had benoemd. Hij steunde alleen op zijn leger, verminderde de macht van den Senaat en verving de lijfwacht der Praetorianen door een garde, gevormd uit soldaten van alle troepen.

Sévig-né, Marie de Rabutin-Chanial, markiezin, bekend door haar nagelaten brieven, werd geboren te Parijs den 5d<=n Februari 1626, genoot een zorgvuldige opvoeding en schitterde vervolgens aan het Hof van Lodewijk XIII niet zoozeer door haar schoonheid als door haar geestelijke gaven. Haar huwelijk met den markies Henri de Sévigné, wien zij een zoon (Charles) en een dochter (Marguerité) schonk, was niet gelukkig, zoodat zij van hem gescheiden leefde, om zich uitsluitend aan de opvoeding van haar kinderen te wijden. Na het overlijden van haar gemaal wees zij alle huwelijksaanzoeken, o.a. van Conti, Turenne, Bussy en Fouquet, van de hand. Toen haar dochter in 1671 haar gemaal, graaf de Grignan, gouverneur van Provence, derwaarts volgde, ontstond tusschen moeder en dochter die 25-jarige briefwisseling, welke, ofschoon niet voor de openbaarheid bestemd, later zulk een groot opzien baarde in de letterkundige wereld. De brieven van de moeder, die door vorm en stijl uitmunten, getuigen van een edel gemoed, een beschaafden, fijnen geest en een levendige phantasie. Zij overleed trien 18d™ April 1695 op het kasteel Grignan in Provence. De voornaamste uitgave van dezo brieven is die van Monmerqué (10 dln. 1818

1819 en later). Haar „Lettres inédites" werden uitgegeven door Capmas (2 dln., 1876).

Sevilla, een provincie in het Spaansche landschap Andalusië, is omgeven door de provinciën Badajoz, Cordova, Malaga, Cadix en Huëlva en telt op 14062 v. km. 555256 inwoners. Het land, < dat over het geheel vlak is, wordt doorstroomd door den Guadalquivir, die hier o.a. de Viar, Huelva, < Guadiamar, Genil en Corbones opneemt. Er wor- ! den tarwe, olie en wijn verbouwd, verder uitste- 1 kende paarden en stieren gefokt. Tot de provincie i behooren 13 districten. De hoofdstad is Sevilla. t

Sevilla, de hoofdstad van de gelijknamige i Spaansche provincie, ligt in een vruchtbare vlakte < op den linker oever van den Guadalquivir, die tot | hier voor zeeschepen bevaarbaar is en waarover < twee bruggen voeren. De stad is door spoorwegen ; met de omliggende plaatsen verbonden. Van den ■ ouden ringmuur met 66 torens, die de binnenstad 1 omgaf, zijn alleen nog enkele poorten aanwezig. , De binnenstad bestaat uit een doolhof van nauwe ï

, straten doch is goed gebouwd. De huizen zijn meest - van 2 verdiepingen en vertoonen een Moorschka-

■ rakter met een binnenhof en een fontein. In de

■ laatste jaren zijn, vooral in de nieuwe wijken, een i aantal nieuwe pleinen en straten aangelegd. Van de

pleinen zijn do Plaza de San Francisco, de Plaza

■ del Duque Victoria met het standbeeld van Velas• quez (1892), de Plaza de la Encarnacion, het Museumplein met het standbeeld van Murillo (1864), de Plaza del Triumfo en de Plaza de San Fernando de voornaamste. De drukste straat is de Calle de Sierpes. Langs de rivier treft men mooie kaden ter lengte van 4 km. aan. De Paseo de Christina en het plantsoen Las Delicias zijn veel bezochte wandelingen. De plaats bezit een aantal openbare fonteinen, die door de uit 410 bogen bestaande waterleiding Canos de Carmona van water worden voorzien. Van de voornaamste gebouwen vermelden wij: de hoofdkerk gewijd aan Maria de la Sede, een der grootste en fraaiste kerken in spitsboogstijl, van 1402—1517 gebouwd, met 5 beuken, ter lengte van 136 en ter hoogte van 41 m., met 83 altaren, prachtige, door kostbare schilderijen (van Murillo, Zurbaran enz.) versierde zijkapellen, 95 ramen met 37 beschilderde glazen, een reusachtig orgel met 5000 pijpen, het praalgraf van Ferdinand den Heilige en tallooze kostbaarheden. Daarnaast verheft zich de Giralda, een vierkante klokketoren ter hoogte van 100 m., met een sierlijke wenteltrap en een welluidend klokkenspel. De Giralda is het overblijfsel van een moskee, die op de plaats van de tegenwoordige hoofdkerk stond. Verder noemen wij den Alcazar of het Moorsch paleis met prachtige zalen in den stijl van het Alhambra en met een grooten tuin, de beurs, gesticht door Herrera en de beroemde bewaarplaats van het archief van Indië, het paleis San Telmo (van den hertog van Montpensier, thans een priesterspminarium), met een fraai park, waarvan in 1893 een gedeelte aan de stad geschonken werd, de^ Casa de Pilatos, de Torre del Oro, het stadhuis, de universiteit, het Hospital de la Caridad, het Teatro de San Feniando, het aartsbisschoppelijk paleis en het circus voor de stierengevechten. Het aantal inwoners bedraagt 148315. Men vindt er een groote tabaksfabriek, een kanonnengieterij en ammunitiefabrieken, fabrieken voor gegoten ijzeren voorwerpen, machines, porselein, glas, confituren, chocolade, kurken, zeep enz. In de laatste jaren is de beteekenis van Sevilla als handelsplaats door de uitbaggering van den Guadalquivir toegenomen. De voornaamste invoerprodukten zijn suiker, koffie, steenkool, hout, voorwerpen van ijzer en staal, chemicaliën, tabak enz., de voornaamste uitvoerproducten, kopererts, lood, kwikzilver, kurk, olijven, olie, oranjeappels enz. Sevilla bezit een universiteit (opgericht in 1505), een instituto, een nijverheidsschool, een kunstschool, de universiteits- en provinciale bibliotheek, de Columbiaansche bibliotheek (door den zoon van Columbus gesticht), een academie van wetenschappen, 6 schouwburgen, een schilderijen-museum en een aantal particuliere museums. De stad is de zetel van een gouverneur, van het Hof van Appèl, van een aartsbisschop en van den kapitein-generaal van Andalusië. In de week voor Paschen en op St. Johannesdag worden er groote kerkelijke feesten gehouden.

Sluiten