Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schmiedel, Freiburg i. Br., 1893). Hij overleed den gaten December 1892 te Leipzig.

Seydel, Max von, een Duitsch staathuishoudkundige, geboren te Germersheim den 7den September 1846, studeerde te München en te Würzburg en zag zich in 1871 geplaatst bij het departement van Eeredienst in Beieren. Later werd hij regeeringsassessor in Opper-Beieren en in 1879 chef van het statistiek bureau en referendaris bij het ministerie van Binnenlandsche Zaken. In 1881 werd hij benoemd tot hoogleeraar in de rechten aan de universiteit te München. Hij schreef: „Staaten und Bundesstaaten", „Kommentar zur Verfassungsurkunde"(1873), „Grundzüge einer allgemeinen Staatslehre"(1874), „Bayerisclies Staatsrecht"(7 dln., 1884—1894), „Das Staatsrecht des Köningreichs Bayern"(1883), eenige „Grundrisse <7.11 VnrlpsiinïrftTi1' en een eroot aantal onstellen in

tijdschriften. Hii overleed den 23»'0"1 April 1901 te

München. Sedert 1881 was hij mederedacteur der „Annalen" van Ilirth en van de „Kritische Vierteljahrsschrift für Gesetzgebung und Rechtswissenschaft", sedert 1895 van de „Blatter für administrative Praxis". Hij gaf ook een vertaling van I/ucretius uit en schreef onder het pseudoniem Max Schlierbach: ,,Gediclite"(1872) en „Neue Gedichte"(1880).

Seydlitz, Friedrich Wilhelm von, een Pruisisch generaal, geboren den 3den Februari 1721 te Kalkar bij Kleef, trad als page in dienst bij den markgraaf von Schwedt, werd in 1740 bij een regiment kurassiers geplaatst en onderscheidde zich in den eersten Silezischen Oorlog. In het voorjaar van 1742 werd hij bij Ratibor gevangen genomen, doch na weinige weken uitgewisseld en tot ritmeester der huzaren benoemd. In der. tweeden Silezischen Oorlog nam hij bij Hohenfriedberg den Saksischen generaal von Schlichting gevangen, waarna hij bevorderd werd tot majoor. In 1753 werd hij commandant van een regiment kurassiers en in 1755 kolonel. In den zevenjarigen Oorlog onderscheidde hij zich o. a. bij Kolin, Pegau en T?rtoirV»aMi Viü riem f.prna+.nplit. flnnr Roh pmen en bii

Zorndorf. Bij Hochkirch dekte hij den terugtocht en in den slag bij Kunersdorf moest hij op last des konings zijn uitmuntende positie tegenover Laudon verlaten en den laatsten ongelukkigen aanval op de Russen ondersteunen, waarbij hij zwaar gewond werd. Hij was inmiddels totgeneraalmajoor en opperbevelhebber van de cavalerie benoemd. In 176CP nam hij deel aan de verdediging van Berlijn, werd het volgende jaar toegevoegd aan het leger van prins Heinrich en onderscheidde zich in den slag van Freiberg (1762). Na het sluiten van den vrede zag hij zich belast met do inspectie der cavalerie, werd in 1767 bevorderd tot generaal der cavalerie en overleed te Ohlau den 7den November 1773. In 1784 verrees zijn standbeeld op den Wilhelmsplatz te Berlijn. ' .

Seyffardt, August Lodewijk Willem, eenNederlandsch krijgskundige, werd in December 1840 te Den Helder geboren. In 1855 kwam hij als cadet aan de Militaire Akademie te Breda en werd in 1859 benoemd tot tweeden luitenant der artillerie. In hetzelfde jaar werd hij gedetacheerd bij de artillerie der landmacht in West-Indië te Curaijao, maar reeds in 1860 weer bij het korps hier te lande ingelijfd. Van 1864 tot 1871 was hij leeraar aan

de Militaire Academie. In dat jaar werd hij, die zich bekendheid had verworven door zijn wetenschappelijke kennis vooral van den vestingoorlog, benoemd tot leeraar aan de 2dc afdeeling der Hoogere Krijgsschool te 's Gravenhage, welk ambt hij tot 1885 vervulde.Vanaf 1885 tot 1888 was hij majoor bij den Generalen Staf en chef van den Staf in de Noord-Hollandsche Waterlinie te Utrecht. Zoowel in woord, als in geschrift had Seyffardt zich als een vurig voorstander van een volksleger doen kennen, wat leidde tot zijn verkiezing als lid van de Tweede Kamer in 1888. Van 1891 tot 1894 had hij als minister van oorlog zitting in het ministerie Van Tienhoven; een wetsontwerp voor algemeenen dienstplicht, dat hij toen indiende, kwam niet in behandeling. Na zijn ministerschap als kolonel gepensionneerd, stichtte hij in 1899 de Vereeniging ter bevordering der Volksweerbaarheid. Ook had hij jarenlang zitting in het hoofdbestuur van de Vereeniging ter beoefening der

Krijgswetenschap, in welks „Orgaan" belangrijke artikelen van zijn hand verschenen. Behalve hierin, schreef hij ook in „De Gids", „Vragen des Tijds," „Tijdspiegel", „De Militaire Spectator" en den derden druk dezer Encyclopaedie. In af zonderlijke uitgaven zagen van hem het licht: „Handboek voor officieren der artillerie" (1872—83 met C. L. van Pesch), „De vestingoorlog" (1876), „Onze nationale weerkrachten" (1890), „De vesting Holland, Neerlands verdedigingsstelsel voor Neerlands volk geschetst" (1887), „Onze volksweerbaarheid, een nationaal belang bij uitnemendheid" (1889), „Ons krijgswezen in de Staten-Generaal" (1898—1902). Hij overleed den 10den November 1909 te 's Gravenhage.

Seymour is de naam van een aanzienlijk Engelsch geslacht, dat uit Normandië afkomstig is en waarvan de naam uit St. Maur, hun bezitting aldaar, is afgeleid. Van de leden noemen wij: John Seymour, in den aanvang der 16ae eeuw sherif van Somerset en Dorset, werd door zijn dochter Jane of Johanna schoonvader van koning

Hendrik VIII. Zijn oudste zoon werd pair en stamvader der hertogen van Somerset (zie aldaar). Een andere tak van dat geslacht verkreeg den titel van lord Conway. Van deze is Henry Seymour-Conway afkomstig, in 1761 aanvoerder der Engelsche troepen onder prins Ferdinand van Brunsirijk, in 1765 staatssecretaris en in 1795 als veldmaarschalk overleden. Zijn broeder Francis werd in 1793 markies van Hertford en overleed in 1794. Zijn kleinzoon sir George Hamilton Seymour, geboren in 1797, werd in 1817 attaché bij het Britsche gezantschap te 's-Gravenhage, in 1829 secretaris van lord Castlereagh, was bij verschillende legatiën werkzaam, later achtereenvolgens gezant te Florence, Brussel, Lissabon, Petersburg en Weenen en werd in 1858 gepensionneerd. Hij overleed te Londen den 2dcn Februari 1880.

Seymour, Horatio, een Amerikaansch staatsman, geboren den 31Bten Mei 1810 te Pompey Hill in den staat New-York, bezocht het Genevacollege, daarna de universiteit en vestigde zich in 1830 als advocaat te Utica. In 1841 werd hij lid van het Wetgevend Lichaam en in 1852 gouverneur van New-York, welke betrekking hij in 1862 voor de tweede maal bekleedde. Hij behoorde tot de democratische partij en was in 1868 naast Grant candidaat voor het presidentschap der Vereenigde

Sluiten