Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delingen" (1836), „Schets een er geschiedenis van den Oud-Nederlandschen Staat van Filips van Bourgondiën tot den jare 1795" (1839), „Vervolg op de Wapen Martijn van Maerlant" (1841), „Gemengde bedenkingen rakende de Nederdnitsche taalkunde" (1845), „Over de vorderingen der Nederlandsche letterkunde in de laatste 50 jaren" (1848) en „Verslag van de verhooren, door Johan van Oldenbarneveld ondergaan" (1849), verder leverde hij een groot aantal brochures, gedichten, opstellen in tijdschriften enz.

Siegenbeek, Daniël Tiboel, geboren te Leiden den 25sten Februari 1806, een zoon van den voorgaande, studeerde aldaar in de rechten, zag als student zijn academische prijsverhandeling over het geding tusschen Demosthenes en Aeschinus met goud bekroond, werd na zijn promotie advocaat te Leiden, schreef een aantal opstellen in rechtsgeleerde tijdschriften, werd in 1858 burgemeester van Leiden en overleed aldaar den llden Januari 1866.

Siegfried, in het Hoogduitsch Sigufrid en in het Noordsch Sigurd, is de meest beroemde held van de Germaansche sage. In zijn geschiedenis kunnen wij in hoofdzaak twee elementen onderscheiden, een ouder en een jonger element. De kern van het oudste, dat wij in de beide Edda's en in de Wolsungasage vinden, is een mythe, die waarschijnlijk bij de Franken aan den Beneden-Rijn ontstond en in de 6dc eeuw naar het noorden kwam, waar zij in den loop der tijden nog eenige andere elementen opnam. Volgens de genoemde bronnen was Siegfried een zoon van Siegmund uit het geslacht der Wolsungen, die van Odin afstamden. Hij had schitterende oogen en een verbazende lichaamskracht en werd door den wijzen, kunstlievenden dwerg Regin (Raadgever) opgevoed. Deze bezorgde hem een paard en smeedde voor hem een zwaard, waarmede hij een aanbeeld kon kloven. Zoo trok hij uit om den schat der Nibelungen (lieden van het land der nevelen, van de onderwereld) te veroveren, welke door den draak Fafnir werd bewaakt. Hij doodde dien en ook Regin, die zelf zich van den schat zocht meester te maken. Het door hem gedronken bloed van den draak vermeerderde zijn kracht en beveiligde zijn lichaam tegen wonden, en het goud schonk hem een onmetelijken rijkdom. Tevens verkreeg hij een onzichtbaar makende kap en den ring Andwaranaut, die den bezitter in het verderf zal storten. Nadat hij met Gudrun (in de Duitsche sage Iiriemhilde) in het huwelijk getreden is, helpt hij zijn zwager Gunnar (Gunther) de walkure Brunhilde te bemachtigen. Hij neemt de gestalte van Gunnar aan, rijdt door den vlammenburcht, die haar verblijfplaats omgeeft, en brengt haar in Gunruxr's macht. Later verwijt Gudrun bij een twist aan Brunhilde, dat niet Gunnar, doch Siegfried haar overwinnaar is. Uit wanhoop laat Brunhilde Siegfried door Gulthorn, een broeder van Gunnar, dooden, doch zij zelf volgt Siegfried in den dood, door zich op zijn brandstapel te doorsteken. De jongere kern heeft zich ontwikkeld in hetMiddelhoogduitsche Nibelungenlied, waarin het mythische element bijna geheel verloren is gegaan. Zie Nibelungenlied,

Siegmund. Zie Sigismund.

Siemens, Werner, een Duitsch natuurkundige, geboren den 13aen December 1816 te Lenthe bij Hannover, trad in 1834 in dienst bij de Pruisische

artillerie, bezocht in 1835 de artillerie- en genieschool te Berlijn en werd in 1838 artillerie-officier. Hij ontving in 1841 octrooi voor galvanische verzilvering en vergulding met behulp van onderzwaveligzure zouten en stichtte met Henniger te Berlijn een fabriek. Ook vernikkelde hij eerst koperdrukplaten met nikkelammoniumsulfaat en vond een differentiaalregulator voor stoommachines en waterraderen uit. In 1844 werd hij geplaatst bij het constructiemagazijn te Berlijn; hij bestudeerde de electromagnetische telegrafie en behoorde in 1847 in Pruisen tot de Commissie, benoemd tot invoering van den electrischen telegraaf. In 1848 vertrok hij naar Sleeswijk-Holstein en plaatste in de haven te Kiel de eerste onderzeesche mijnen, welke door een electrischen geleidingsdraad konden ontstoken worden. Als commandant van de vesting Friedrichsort bouwde hij de batterijen ter bescherming van de haven van Eckernförd; in den winter van 1848 op 1849 legde hij op last der regeering de onderaardsche telegraafdraden van Berlijn naar Frankfort en Aken, maar nam vervolgens, na nog een aantal telegraaflijnen te hebben voltooid, zijn ontslag uit den dienst en stichtte met Halskc te Berlijn een inrichting voor den aanleg van seindraden. In deze fabriek, waarin thans ongeveer 15000 arbeiders werkzaam zijn, hadden de belangrijkste ontdekkingen plaats. In 1850 en 1857 ontdekte Siemens de zoogenaamde fleschlading van de onderzeesche kabels en de wetten daaromtrent; hij vond een methode uit om beschadigingen van onderaardsche geleidingen op te sporen en te herstellen. Van zijn overige uitvindingen noemen wij slechts: het stelsel van de zelfwerkende wijzeren letterdruktelegraaf, demagnetoelectrische wijzertelegraaf, de mechanisch of automatisch werkende schrijftelegraaf, de electrische distantiemeter, de electrische magneetinductors enz. In 1856 vond hij den cylinderinductor, in 1867 de dynamoelectrische machine uit. In 1879 legde hij voor de tentoonstelling te Berlijn de eerste electrische tramlijn aan; na dien tijd heeft hij de ontwikkeling van het electrisch tramverkeer met kracht bevorderd en een aantal tramlijnen en centrale stations gebouwd. In 1849 en 1850 legde de fabriek telegraaflijnen in Noord-Duitschland, in 1853 in Rusland aan. In 1855 werd te Petersburg een filiaal opgericht, die gedurende langen tijd onder leiding van Werner's broeder Karl stond. Nadat Halske in 1867 uit de fabriek te Berlijn getreden was, werden Werner's broeders Wilhelm en Karl zijn compagnons en namen de leiding van de in 1858 opgerichte fabrieken te Londen en Woolwich op zich, onder den naam Siemens Brothers. Deze zaak, die weldra zelfstandig werd, legde o. a. 7 van de kabels tusschen Europa en Amerika aan. Na den dood van Wilhelm (1883) werd deze firma, die thans onder leiding van Alexander Siemens, een neef van Wilhelm staat, in een maatschappij op aandeelen veranderd. Een in 1863 opgericht filiaal te Tiflis, die onder leiding van Werner's broeders Waller en Otto stond, nam deel aan den door de firma te Berlijn geleiden bouw der Indo-Europeesche telegraaflijnen en exploiteert de kopermijn Kedabek in den Kaukasus. Een filiaal te Weenen stond sedert 1879 onder leiding van Arnold Siemens, den oudsten zoon van Werner Siemens. Zij houdt zich o. a. bezig met den bouw van elec-

Sluiten