Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerschappij te vereenigen, te bereiken. Sigismund overleed den 30s"-n April 1632 te Warschau, waarheen hij zijn zetel verplaatst had, en werd opgevolgd door zijn zoon Wladislaus I^ .

Sigmaringen, een stadje met (1905) 4621 inwoners, was vroeger de hoofdstad van liet voormalig vorstendom Hohenzollern Sigmaringen (zie Hohenzollern). Het ligt aan de Donau en aan 3 spoorwegen, is de zetel der Pruisische regeering voor de Hohenzollernsche landen en bezit een schilderachtig gelegen slot met fraaie kunstverzamelingen, een prinselijk paleis, standbeelden van keizer 11 ilhelm I en van de vorsten Karl, Karl Anton en Leopold, 2 kerken, een gymnasium met een kerk, een landbouwschool, een opvoedingsgesticht, een weeshuis, een krankzinnigengesticht enz. en eenige nijverheid. In de nabijheid van het stadje vindt men het jachtslot Josephslust, het klooster Gorheim en den Brenzkofer berg.

Signa is de naam van een plaats in de Italiaansche provincie Florence, op den rechter oever van den Arno, waar deze den Bisenzio opneemt, en aan den spoorweg Florence—Pisa en den stoomtramlijn Florence—Signa gelegen. Het bezit een burcht, oude muren met torens, een kerk (12de eeuw), een machinefabriek en beroemde stroovlechtnijverheid. Het telt (1901) 3780, als gemeente 8496, inwoners. Over den Arno ligt een brug naar het tegenovergelegen Lastra, eveneens met belangrijke stroovlechterij, dat 1474, als gemeente 11658 inwoners telt.

Signaal. Zie Sein.

Signorelli, Luca, een Italiaansch schilder, (lp voornaamste vertegenwoordiger van deFloren-

tijnsche school, geboren te Cortona waarschijnlijk in 1441, studeerde onder leiding van Piero della Francesca te Arezza en vormde zich daarna naar de meesters te Florence. Daar schilderde hij o. a. Pan bij de herders en een madonna. Omstreeks 1480 beschilderde hij te Loreto de achthoekige sacristie van de kerk. Van 1482—1484 was hij te Rome, waar hij in de Sixtina de groote fresco's uit de geschiedenis van Mozes schilderde. In het klooster van Mont' Oliveto te Siéna schilderde hij omstreeks 1498 een cyclus van fresco's uit de legende van den Heiligen Benedictus. In 1499 was hij te Orviéto en versierde de kapel della Madonna in den Dom met de beroemde muurschilderijen, het „Laatste Oordeel" voorstellend. Later hield hij weder te Florence en te Rome tijdelijk zijn verblijf en overleed te Cortona in 1523. Behalve in Italië vindt men kunstwerken van zijn hand te Berlijn, Dresden, Parijs, Londen enz. Hij onderscheidt zich door een grootsche opvatting, een stoute phantasie, krachtige en strenge vormen. In zekeren zin kan men hem als een voorlooper van Michel Angelo beschouwen.

Sigurdsson, Jon, een IJslandsch geleerde en staatsman, geboren den 17den Juni 1811 te Rafnseyri in het noordwestelijk gedeelte van IJsland, werd secretaris van den geleerden bisschop Steingrmur Jonsson en bezocht in 1833 de universiteit te Kopenhagen, waar hij Noorsche pliilologie en IJslandsche geschiedenis bestudeerde. In 1835 zag hij zich geplaatst aan de Arnamagnaeabibliotheek en werd in 1840 benoemd tot secretaris en in 1851 tot president van het IJslandsch letterkundig genootschap Bokmentaf jelag. Hij verwierf een grondige kennis van de geschiedenis van

IJsland en bezorgde 'de uitgave van onderscheiden werken van genoemd genootschap. Behalve verhandelingen in Skandinavische tijdschriften leverde hij een „Diplomatarium islandicum" en een levensbeschrijving van Franklin. Hij was een ijverig voorstander van het recht der IJslanders op zelfregeeïing en van liet herstJ van zijn aloude Wetgevende Vergadering, het Althing, en toen de Deensche rfgeeiing in 1845 e?n Althing met beraadslagende bevoegdheid instflde, werd hij tot lid en vervolgers tot voorzitter van dat lichaam gekozen. Zijn staatkundig streven, waarvoor-hij ook in het door hem opgerichte tijdschrift „Ny Felagsrit"(lS41— 1873) optrad, werd met goed gevolg bekroond. In 1854 werd het Deensche handelsmonopolie opgeheven, in 1874 verkreeg IJsland een eigen grondwet en een Althing met wetgevende macht, die aan Sigurdsson een jaargeld van 3£00 kronen toekende en zijn rijke bibliotheek voor IJsland aankocht. Hij overleed te Kopenhagen den 7den December 1879. Hij schreef o.a.: „Islendinga Sögur"(2 dln.. 1843— 1847), „Snorras Edda"(1848—1852), „Islendsk Forngvadi"(met Grundtvig, 3 dln. 1854—1859), „Diplomatarium Islandicum" (dl. 1, 1857—1876) en „Lovsamling for Island"(17 dln., 1853—1877).

Sikandra is de naam van een plaats in de N. W.-lijke provincies van Engelsch-Indië op 8 km. afstand van Agra gelegen. Hier bevindt zich het prachtige praalgraf ter eere van Akbar, dat zich in een park van 60 H.A. in vier terrassen verheft. Een weeshuis, gedurende den hongersnood van 1837— 1838 gesticht, wordt nu door de Engelsche zending

onderhouden.

Sikhs is eigenlijk de naam van een door Nanak (geboren in 1469) gestichte godsdienstige sekte in Pendsjaab in Britsch Oost-Indië. Nanak wilde door een eenvoudigen, gezuiverden godsdienst en een gezuiverde zedeleer een verbinding tusschen Hindoe's en Mohammedanen bewerken. Zulk een leer was reeds door llamanand en Kabir voorbereid. Vooral onder de Dsjat's vond deze godsdienst veel verbreiding. Hun godsdienstig boek is de „Adi Grantah", dat door Ardsjoen Moll geschreven werd. Hun leer is in het algemeen een deïstische zedeleer en verwerpt het kastenstelsel. Zij bestaat hoofdzakelijk in het zingen van liederen, in het gebed om kracht ten goede eninliefdemaaltijden. Het priesterambt onder hen wordt bekleed door volgelingen van Nanak, goeroe geheeten. De voornaamste tempel verheft zich te Amritsar. De Mogolkeizers te Delhi vervolgden de aanhangers der nieuwe leer; daardoor veranderde deze secte, die tot nu toe alleen een godsdienstig karakter had, in een staatkundige partij.

Onder Har Qowind moesten zij voor keizer Aurengzeb (1675) in het Himalayagebergte terugtrekken. De nieuwe goeroe Goirind gaf een nieuw wetboek, de „Padsjah ka Grantah", dat echter niet door alle Sikhs, die zich in verschillende sekten gesplitst hadden, aangenomen werd. Hij kon niets tegen de machtige Mogols uitrichten en werd in 1708 vermoord. Ook zijn opvolger Banda werd ter dood gebracht. De dood van keizer Bahadoer (1712) redde hen van een totalen ondergang en tijdens de daarop volgende anarchie in het rijk van den Mogol kregen zij meer en meer invloed. Tijdens de vervolgingen was er een staatkundige vereeniging, de Khalsa ontstaan, waarin

Sluiten