Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wisselde dit verblijf met een eenzamen berg. Om steeds dicht bij den hemel te wezen, koos hij in 420 zijn standplaats op een zuil. Hij overleed in 460.

Simeoni, G-iovanni, een Italiaansch geleerde, geboren te Fagliano, bij Palestrina, den 27sten December 1816, studeerde in de godgeleerdheid en in de rechten en werd in 1843 hoogleeraar in de wijsbegeerte, daarna in de godgeleerdheid. Hij begeleidde den nuntius Brunélli naar Spanje en werd in 1857 huisprelaat, daarna kamerheer van paus Pius IX, die hem met staatkundige zendingen belastte. In 1868 werd hij secretaris van de Propaganda, in 1875 aartsbisschop i. p. en nuntius te Madrid, den 17den September kardinaal en in 1876 opvolger van Antonelli als staatssecretaris. Na den dood van Pius IX werd hij in 1878 prefect-generaal van de Congregatie der Propaganda. Hij overleed den 14lien Januari 1892.

Simferópol (Ssimferopol, Tataarsch: AkMetsjet), de hoofdstad van het Russische gouvernement Taurië, in het dal der Salgyr aan den N. voet van het gebergte van den Krim en aan de spoorlijn Kursk—Charkow—Sebastopol gelegen, is verdeeld in de Tataarsch e Oudstad met kleine huizen en nauwe straten en de regelmatig gebouwde Russische Nieuwstad. Men vindt er 23 Grieksch-Orthodoxe kerken, verder een ArmenischGregoriaansche, een R. Katholieke, een ArmenischKatholieke en een Evangelische kerk, 4 Joodsche en 2 Karaïetische synagogen en 12 moskeeën, een bank, een gymnasium voor jongens en een voor meisjes, een kweekschool voor Tataarsche onderwijzers, vele volksscholen van verschillende nationaliteiten, een tuinbouwschool, een natuur-historisch museum en gedenkteekenen van Catharina II en van vorst Dolgoroeky. Het telt (1900) 60 876 inwoners. Tuin- en ooftbouw verkeeren er in een bloeienden toestand. De nijverheid is er van weinig beteekenis; de handel omvat tabak, graan, wijn en vruchten. Simferopol is de zetel van een Grieksch-Orthodoxen bisschop, van een moefti en van het opperbevel over het lAe legercorps. Niet ver van de stad heeft men de bouwvallen van Neapolis, dat, door den Taurischen vorst Skiloer en zijn zonen omstreeks het jaar 100 v. Chr. gesticht, minstens tot het einde van de 3de eeuw n. Chr. bestond. Gedurende de heerschappij der khans in den Krim ontstond op de plaats, waar thans Simferópol zich verheft, het Tataarsche Ak-Metsjet (Witte Moskee), en in de 17de eeuw bevond zich aldaar de residentie van den kalgi-sultan (opperbevelhebber van het leger). In 1736 verbrandden de Russen de stad. In 1783 kwam AkMetsjet met het geheele schiereiland onder de heerschappij van Rusland, ontving den naam Simferópol en werd in 1802 de hoofdstad van het gouvernement.

Simic, Djoka, een Servisch staatsman, omstreeks 1854 uit aanzienlijke familie geboren, genoot zijn opleiding in Duitschland en werd in zijn vaderland al spoedig afdeelingschef bij het ministerie van Buitenlandsche Zaken. In 1883 werd hij diplomatiek agent te Sofia, waar hij in 1887 van koning Milan de opdracht kreeg om een nieuwe grondwet te ontwerpen, daarop gezant te St. Petersburg en eindelijk te Weenen. In het begin van 1894 vormde hij een coalitie-ministerie, dat echter slechts kort stand hield. Van het einde van 1896—

October 1897 stond hij opnieuw aan het hoofd van een gematigd-radicaal ministerie.

Simile beteekentin de muziek: gespeeld, evenals het voorgaande.

Similia similibus (curare), afgekort tot S.S., beteekent „gelijk door gelijk" (genezen). Het is het grondbeginsel van de homoeopathie (zie aldaar).

Similibriljanten noemt men nagemaakte diamanten, die uit thalliumhoudend glas met zeer groot brekingsvermogen bestaan.

Similigravure is de naam van een door Petit te Parijs in de jaren 1877—1879 uitgevonden procédé, waardoor het mogelijk is naar photografische opnamen een af drukbaar zink- of kopercliché te maken. De kleurschakeeringen van het positief worden hiertoe omgezet in punten of lijntjes, en we] door fijn- en diepkorrelig carton in het losgeweekte en met zwarte vette verf bestreken gelatine-negatief te persen. De plaat wordt daarna opnieuw gefotografeerd, op zink overgebracht en hoog geëtst.

Simla (Sjimla), een distriktshoofdstad van de provincie Pendsjaab, een gezondheidsoord en sedert 1864 de zomerresidentie van het Britsch-Indische keizerrijk, ligt dicht bij den Sadletsj op een mooien, met bosch bedekten' bergrug van den Centralen Himalaja, 2160 m. boven den zeespiegel, 125 km. ten N. van Ambala, vanwaar een spoorlijn halverwege naar Simla gaat. Het bezit Europeesclie huizen, een paleis van den vice-koning, een stadhuis enz., onderscheiden kerken, een klooster, middelbare scholen voor jongens en meisjes, een hospitaal, een magnetisch-meteorologisch observatorium, bierbrouwerijen en banken. Simla telt (1901) 13 960, des zomers 30000 inwoners. De temperatuur bedraagt gemiddeld jaarlijks 12,7° C. (Juni: 19,77, Januari: 4,55), de regenval van November tot Februari 161, van Maart tot Mei 183, van Juni tot October 1893 mm.

Simme, een zijrivier van den Kan der in Zwitserland, ontspringt onder den naam Groote Simme in de bergwoestenij bij den Rawylpas, vormt den fraaien Simmenval, loopt langs de badplaats An der Lenk en vereenigt zich bij Zweisimmen met de Kleine Simme. Verder stroomt zij door een kloof, bereikt daarna een dal en vereenigt zich bij Wimmis met den Kander. Zoowel het Ober- als het Niedersimmental is rijk aan fraaie natuurtafereelen, vruchtbare Alpenweiden en vette runderen. Aldaar woont een Duitsch sprekende, Protestantsche bevolking van (1900) 18398 zielen. In het Niedersimmental bevindt zich de badplaats Weiszenburg.

Simms, William Gilmore, een Amerikaansch schrijver, geboren den 17<ien April 1806 te Charleston (Zuid-Carolina), was advocaat, daarna redacteur en ontwikkelde een uiterst vruchtbare letterkundige werkzaamheid. Van zijn talrijke dichtwerken is het belangrijkst „Atlantis, a tale of the sea"(1832) en van zijn romans, waarin hij de geheele ontwikkeling van het land poogde voor te stellen, munten uit: „Yemassee" en „The partisan" (1835), „Castle Dismal" (1845) en „A tale of the crescent city"(1866). Ook schreef hij biografieën van John Smith (1846), „Nathaniel Greene"(1849), een „Historv of South Carolina" (2de druk, 1859) en verschillende tooneelwerken. Hij overleed den lld<'n Juni 1870 te Charleston.

Sluiten