Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schade toe aan de Philistijnen, welke in die dagen over Israël heerschten. Door list, met behulp van zijn Philistijnsche vrouw Delia, van zijn haartooi en daardoor van zijn kracht beroofd, geraakte hij in de macht der Philistijnen, die hem de oogen uitstaken en slavendiensten deden verrichten. Hij herkreeg evenwel zijn vroegere kracht en rukte toen de steunpilaren van den tempel te Dagon omver, waarbij hij zelf met vele Philistijnen om het leven kwam. Men vindt het verhaal van zijn heldendaden en lotgevallen in Richteren XIII—XVI. Het blijkt, dat deze Hebreeuwsche heldensage veel overeenkomst heeft met die van den zonnegod Mellcart, den Phoenicischen Herakles.

Simson, MartinEduard von, een Duitsch rechtsgeleerde en staatsman, geboren te Koningsbergen, den 10den November 1810, studeerde aldaar in de rechten, bezocht de Ecole de droit te Parijs, hield in 1831 te Koningsbergen voorlezingen over het Romeinsch recht en werd er in 1833 tot buitengewoon en in 1836 tot gewoon hoogleeraar benoemd. In 1846 werd hij raadsheer in het gerechtshof te Koningsbergen en in 1848 afgevaardigde naar de Nationale Vergadering te Frankfort, waar hij als secretaris, daarop als vice-president en eindelijk als president werkzaam was, totdat hij tegen het laatst van Mei 1849 het lidmaatschap der Vergadering nederlegde. In den zomer van 1849 tot afgevaardigde gekozen naar de Pruisische Tweede Kamer, schitterde hij hier als een van de beste redenaars der constitutioneele partij. In 1850 was

hij nu van net v oiKspanement te Krlurt en werd er tot voorzitter benoemd. Sedert het najaar van 1852 bepaalde hij zich bij zijn rechterlijke en academische betrekking. Eerst in 1859 werd hij weder lid van de Tweede Kamer en bekleedde er in 1860 en 1816 het voorzitterschap. In 1860 werd hij vice-president en in 1869 chef-president van het Hof van Appèl te Frankfort aan de Oder. Zoowel de constitueerende als de eerste gewone Rijksdag van den Noord-Duitschen Bond en het Tolparlement kozen hem tot voorzitter, zoodat aan hem de taak werd opgedragen, het adres van den Rijksdag aan den beschermheer van den Noord-Duitschen Bond (3 October 1866) op den burcht Hohenzollern, evenals het adres van 10 December 1873, waarbij aan koning Wilhelm de waardigheid van Duitsch keizer werd toegekend, aan laatstgenoemde te Versailles over te brengen. Ook de Duitsche Rijksdag koos hem tot voorzitter, doch in 1874 wees hij ■wegens zijn wankelende gezondheid een herkiezing van de hand en verliet in 1877 de staatkundige loopbaan. In 1879 werd hij benoemd tot eersten president van het nieuwe Rijksgerechtshof te Leipzig. Hij trok zich in 1892 in het ambtelooze leven terug en overleed den 2d™ Mei 1899 te Berlijn. Keizer Frederik verhief hem in 1888 in den erfelijken adelstand. Van zijn geschriften noemen wij: „Geschichte des Koningsberger Obertribunals".

Simulatie noemt men het aannemen van den schijn, het voorwenden van iets. In nieuweren tijd heelt de simulatie vooral de aandacht getrokken bij de rechtspraak, daar vele misdadigers beproeven om door krankzinnigheid te simuleeren, voor ontoerekenbaar te worden verklaard en nog meer bij de wetten tot verzekering van arbeiders tegen bedrijfsongevallen, daar herhaaldelijk arbeiders, om •de een of andere reden, sommige ziekteverschijn-

XIV

selen simuleeren. Eveneens worden, uit vrees voor schade, uit schaamte, vrees voor straf, enz. bestaande ziekten verborgen gehouden (gedissimuleerd).

Simuleeren. Zie Simulatie.

Sin was de naam van een maangod der Babyloniërs en Assyriërs.

Sinaï of Horeb, is de naam van een berggroep in het zuidelijk gedeelte van het Sinaïtische Schiereiland, tusschen de Golf van Suez en die van Akaba, waar het Israëlitische volk ten tijde van Mozes de Wet der Tien Geboden ontving. Of dit geschiedde bij den hedendaagschen Dsjebel Moesa (Mozesberg, 2 244 m.), bij den niet ver ten Z. daarvan gelegen Catharinaberg (2 602 m.), of bij den meer noordwestwaarts zich verheffenden Serbal, is niet met zekerheid te zeggen, hoewel men vrij algemeen eerstgenoemden berg als dien der wetgeving beschouwt. Hetgeheele gebergte is woest en rotsachtig, van vele enge, doorgaans waterlooze dalen doorsneden. Het bestaat uit een kern van onbegroeid, oorspronkelijk gesteente (graniet, porfier, glimmerlei en dioriet), naar de zijde der kust met zandsteen en verder met kalk bedekt. In een dalkloof aan den voet van den Dsjebel Moesa ligt het klooster St. Catharina (1 528 m.), dat op een vesting gelijkt en, naar men meent, in 527 door den Byzantijnschen keizer Justinianus, werd gesticht. Drie km. vandaar (2 097 m.), verheft zich de kapel van Elias, die derwaarts vluchtte, nadat hij de Baaispriesters aan de beek Kison had gedood. Vanhier bereikt men in 3/t uur gaans den top van den Sinaï, waar een kerk verrijst, het hoofddoel der bedevaarten. Daar, zoo zegt men, stond eens Mozes, toen de Heerlijkheid des Heeren hem voorbijging.

Sinaia is de naam van een Roemeensch klooster in het distrikt Prahowa, in 1695 gebouwd en in 1903 hernieuwd, dat romantisch gelegen is aan den voet van den 2 508 m. hoogen Bucsecs, die deel uitmaakt van de Karpaten. Om het klooster ontstond de gelijknamige stad. bekend als badnlaa ts

waarin o.a. het koninldijk slot Pelesj is gelegen en die een grooten houtzaagmolen, een klinknagelfabriek- en kalkovens bezit. Zii is eeles-en aan den-

spoorweg Ploesei—Predeal en telt (1899) 2 210 inwoners. Het klooster heeft een kerk met vergulden koepel en een museum.

Sinaloa. Zie Cinaloa.

Sinapis, Zie Mosterd.

Sinclair, John, een Engelsch staatsman, in 1860 geboren, werd te Edinburgh en op de militaire academie te Sandhurst opgeleid en trad in 1879 in dienst. In 1885 nam hij deel aan den Soedanveldtocht, in 1886 werd hij particulier secretaris van den onder-koning van Ierland, graaf Van Aberdeen; in 1889 werd hij tot lid van den Londenschen Graafschapsraad en in 1892 van het Lager Huis gekozen. Hij vergezelde den graaf Van Aberdeen als secretaris van den gouverneur-generaal naar Canada en werd in December 1905 staatssecretaris voor Schotland in het ministerie Campbell-Bannerman.

Sinclair, lipton, een Amerikaansch schrijver geboren den 208'™ September 1878 te Bal timore, studeerde aan het college of the city of New-York en aan de Columbia universiteit aldaar. Hij schreef: „Springtime and harvest" (1901), „King Midas" (1901), „The journal of Arthur Stirling"(1903), „Prince Hagen" (1904), „Manassas" (1904), „The jungle"(1906), „The Financier"(1906) en een aantal

26

Sluiten