Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevel nederlegde. Na dien-tijd diende hij onder het bevel van generaal Rozycki en overschreed met dezen de grenzen van den vrijstaat Krakau. Later woonde hij te Praag en vertrok in 1839 naar België, waar hij zich met het opperbevel over het leger belastte, maar door toedoen van Rusland, Oostenrijk en Pruisen als divisie-generaal op wachtgeld werd gesteld. Hij overleed te Krakau den 12dcn Januari 1860.

Skye, het grootste eiland van de middelste groep der Hebriden, is door den Sleatsont, Loch, Alsh en Applecroszsont van het vastland gescheiden en telt op 1447 v. km. (1901) 13 883 inwoners. De kusten zijn steil en rotsachtig en vooral in het Z. en W. van talrijke baaien voorzien. Het binnenland is bergachtig (de Cuilion Hills bereiken een hoogte van 966 m.,) en voor een deel heidegrond; men heeft er vele kleine meren, moerassen en woest romantische dalen. Het klimaat is in het algemeen zacht, maar zeer veranderlijk. Tot de voornaamste bronnen van bestaan behooren veeteelt en visscherij. De hoofdplaats is Portree met ongeveer 1000 inwoners.

Skylla of Scylla is in de Grieksche mythologie de verpersoonlijking van een gevaarlijke draaikolk in zee. Volgens Homeros was zij een verschrikkelijk wangedrocht, een dochter van Kratais met een schelle, blaffende stem, 12 voorpooten en 6 lange halzen, ieder met een afzichtelijk hoofd met 3 rijen scherpe tanden. Zij hield haar verblijf aan het woeste zeestrand, tegenover de vreeselijke Charybdis (zie aldaar), in een donker hol, waar zij op buit loerde. Toen Odysseus er voorbijzeilde, verslond zij zes van diens metgezellen. Homeros geeft geene nadere inlichtingen omtrent de plaats van die beide draaikolken, en eerst later zocht men deze in de Straat van Sicilië aan de zijde van Italië, ofschoon deze straat voor den zeeman niet gevaarlijk is en dus geen aanleiding voor het ontstaan van een dergelijke sage kon geven. Volgens een latere sage was Skylla oorspronkelijk een schoone waternymph, die door Hera, Amphitrite of Kirke in een monster veranderd werd.

Skyros, een van de noordelijkste eilanden van de groep der Sporaden, ligt ten oosten van Euboea en wordt in de mythen van Achilles en Theseus vermeld. Het heefteen evenzoo genoemde stad en werd in de dagen der Oudheid beschouwd als steenachtig en onvruchtbaar; men vond er echter een fraaie, bonte marmersoort en een beroemd geitenras. Oorspronkelijk was het door Pelasgeras en Kariërs, later door roofzuchtige Dolopers bewoond, in 469 v. Chr. werd het veroverd door de Atheners onder Kimon. Thans behoort het tot den nomos Euboea en telt in gemelde stad, op de oostkust gelegen, 3188 inwoners.

Skythen is de naam van een volk der Oudheid, waarmede de Grieken de stammen aanduidden, ten noorden van den Paropamisos, den Kaukasus en de Zwarte Zee gevestigd, namelijk de Massageten, Saken, Sarmaten en Skoloten. Deze laatsten, door Herodotos de echte Skythen genoemd, woonden aan de kust van den Maeotis en van den Pontos, van den Tanals (Don) af tot aan de Istros (Donau) en dan 20 dagreizen (100 geogr. mijl) landwaarts. Hun gebied, waaruit zij de Kimmeriërs verdrongen hadden,werd besproeid door eenige groote rivieren, door den Borvsthenes (Dnjepr),

den Hypanis (Boeg) en den Tyras (Dnjestr), die door eentonige, boomlooze steppen stroomden. De inwoners bepaalden zich hoofdzakelijk bij de veeteelt en leidden een zwervend leven. Hun met ossen bespannen en met vilten kleeden gedekte wagens dienden hun tot verblijf, de mannen zaten meestal te paard. Zij waren verdeeld in een aantal stammen, aan wier hoofd zich stamvorsten bevonden, terwijl uit een stam, in het landschap Gerrhos aan den Borysthenes zijn verblijf houdende, een koning gekozen werd. Hun meestgeliefde bezigheid was de oorlog; zij streden als boogschutters te paard. Zij huldigden een God des hemels (Papaeos), het aardvuur en den Oorlogsgod met bloedige offeranden, ook van menschen, maar hadden geen beelden of altaren. Zij waren dapper, welwillend, onbezorgd en gezellig, maar tevens geneigd tot onmatigheid en woest zingenot; hun onzindelijkheid was buitengewoon groot. Met de Grieken, die op hun kusten talrijke volkplantingen aanlegden, onderhielden zij een vriendschappelijk verkeer; ook had de Grieksche beschaving eenigen invloed op hen. In 513 v. Chr. trok Dareios I met een reusachtig leger over den Thrakischen Bosporos naar Europa en rukte door Thrakië heen in het land der Skythen. Deze vermeden den slag en trokken terug, waarna de Perzen den Tanaïs overtrokken, maar weldra, door vruchtelooze vervolgingen afgemat, met groot verlies naar den Istros en vervolgens over Thrakië naar Azië terugkeerden. In 495 ondernamen de Skythen een tocht naar den Chersonesus. Na dien tijd bleef de geschiedenis eeuwen lang het stilzwijgen bewaren omtrent dit volk. Eerst koning Mithridates de Groote voerde weder oorlog tegen hen, nadat de dynasten der Grieksche steden aan den Pontus, die door de naburige Skythen onderdrukt werden, hun steden overgeleverd hadden aan genoemden koning, waarop deze de Skythen van het Taurische Schiereiland verjoeg. Weldra werden de Romeinen door het onderwerpen van de koningen van den Bosporus en door het aanknoopen van handelsbetrekkingen met de bewoners van de oevers van den Maeotis en Pontus nauwkeuriger met Skvthia bekend; doch de naam Skythen maakte plaats voor dien van Sarmaten, van wie eerstgenoemde afhankelijk waren geworden.

De naam Skythia werd daarna toegekend aan Aziatische gewesten. Deze, door Ptolemaeos beschreven, omvatten het land tusschen Aziatisch Sarmatië in het westen, een onbekend land in het noorden, Serica in het oosten en Indië in het zuiden; zij werden in 2 hoofdgedeelten gesplitst, namelijk Skythia aan deze en aan gene zijde van den Imaos. Tot de rivieren behoorden: de Paropamisos, de Rhymnos (thans Gasoeri), de Daix (thans Jaïk) en de Oxos of Jaxartes.

Slaap (somnus) is die physiologische toestand, waarin de uitingen van het bewustzijn op den achtergrond treden of geheel verdwijnen. De eerste oorzaak van den slaap is nog niet met zekerheid bekend. Waarschijnlijk is het voor het wakker blijven noodig, dat voortdurend indrukken naar de hersenen overgebracht worden en dat de afwezigheid van indrukken den slaap bevordert, misschien zelfs de eerste voorwaarde voor het slapen is. Gedurende den slaap staken de uitwendige zintuigen hun werkzaamheden, de willekeurige be-

Sluiten