Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegingen ontbreken en de stofwisseling vermindert aanmerkelijk. Een diepe slaap is rustig en duurt doorgaans lang, een lichte slaap is tevens onrustig. De slaap is in het begin het diepst en het meest verkwikkend; daarin komen de lichaamsverrichtingen zooveel mogelijk tot rust. In de eerste levensweken wordt het gezonde kind alleen wakker om voedsel te nemen; na zes maanden blijft het reeds eenige uren wakker, maar zelfs na verloop van een jaar is het langer in een slapenden dan in een wakenden toestand, terwijl het in het derde en vierde levensjaar zich nog dikwijls bij dag aan den slaap overgeeft. Het 6- of 6-jarig kind slaapt 10—12, de volwassene ongeveer 7—8 uren, oudere menschen meestal korter. Na een behoorlijken slaap is de ontwakende volkomen versterkt. Het gevoel van honger is, in weerwil van de langdurige onthouding van voedsel, niet bijzonder levendig, de zintuigen zijn gescherpt en de opmerkzaamheid is toegenomen. Heeft men eenigen tijd geslapen, dan worden de zintuigen gevoeliger en hun invloed op het lichaam is grooter, de spieren zijn minder rustig en het geheel nadert meer tot den toestand van waken. Zoo ontstaat een toestand van halven slaap of van sluimering, waarin de gemeenschap met de buitenwereld allengs hersteld wordt en het ontwaken bij de geringste stoornis plaats heeft. De slaap wordt bevorderd door

vermoeienis van net lichaam ot van den geest, door vermindering van de prikkels der zintuigen of door een eentonige aandoening van deze, verder door koude, door een krachtigen maaltijd en door het gebruik van alkoholische dranken en van sommige vergiften (narcotica). Tot de dingen, die den slaap storen, behooren prikkels der zintuigen, zooals het geluid, een sterk licht en een prikkeling der huidzenuwen. Een sterke vermindering of een geheel ophouden van gewone prikkels kunnen eveneens het ophouden van den slaap bewerken. De molenaar bijv. onwaakt, wanneer hij bij het stilstaan van den molen het gewone gedruisch niet meer hoort. De snelheid van den pols vermindert in den slaap. De ademhaling is kalmer en minder diep dan bij den wakende. De afgemeene stofwisseling is gedurende den slaap veel geringer, hierdoor daalt de temperatuur, zoodat men meer beschutting noodig heeft tegen afkoeling van het lichaam. Van den toestand der spieren komt een donker besef tot het gewaarwordingsvermogen; vandaar dat de slapende bij een ongemakkelijke houding zich verlegt. De gevoeligheid der zintuigen is zeer gering, doch de gemeenschap met de buitenwereld is niet geheel en al verbroken. Het ontbrekend bewustzijn verhindert een juiste opvatting van de prikkels der zintuigen, zoodat de indrukken, in den slaap ontvangen, zeer gebrekkig zijn en slechts in het algemeen den loop der droomen bepalen. De psychische verrichtingen openbaren zich gedurende den slaap inzonderheid in den vorm van droomen (zie aldaar). Het bewustzijn is daarbij nooit onbelemmerd werkzaam, terwijl de herinnering van het gedroomde zeer dikwijls bij het ontwaken geheel verdwenen of slechts zeer onvolkomen bewaard gebleven is.

Ook bij sommige planten treedt een op gezette tijden terugkeerende toestand op, dien wij slaap

noemen. Deze toestand is afhankelijk van het licht. Wanneer het donker wordt, vouwen vele bloemen haar blaadjes dicht. Ook bij sommige samengestelde bladeren merkt men hetzelfde verschijnsel op, terwijl zij zich, wanneer het licht wordt, weder ontplooien. Een sterke kunstmatige verlichting kan den slaap verhinderen.

Slaap of Slaapleen noemt men bij de gewervelde dieren dat deel van den schedel, dat aan beide kanten van het hoofd boven de wang ligt en waarvan het voorste deel bij den mensch onbehaard is. Bij de hoogere gewervelde dieren bevindt zich aan het slaapbeen het uitwendig oor. Aan den slaap is de hersenkas het dunst, zoodat het kloppen van de slagader aldaar merkbaar is.

Slaapbol. Zie Maanzaad.

Slaapdrank is een of ander narcotisch (slaapwekkend) middel, veelal opium in vloeibaren toestand. Zie verder Slapeloosheid.

Slaapmiddel. Zie Slapeloosheid.

Slaapwandelen komt dikwijls voor bij zenuwachtige personen, die zich onder den invloed bevinden van hevige gemoedsaandoeningen, alsmede bij kinderen. Slaapwandelaars staan op zonder te ontwaken en verrichten in de duisternis datgene, wat zij gewoon zijn bij dag te doen. Het somnambulisme is een eigenaardige toestand der hersenen, waarbij alleen een van binnen naar buiten werkend bewustzijn bestaat, terwijl geen indrukken van buiten worden opgenomen. Doorgaans begeven zich de slaapwandelaars later weder in bed. zonder zich bii

het ontwaken iets van het voorgevallene te herinneren. Naast dit ideo-somnambulisme, dat uit zicli zelf ontstaat, kent men het hypnotisch somnambulisme, dat kunstmatig wordt opgewekt (zie onder Hypnose).

Slaapziekte (Nona, Trypanosomiasis) is een ziekte, die zich als een toestand van slaapzucht openbaart, en bijna altijd een doodelijken afloop heeft. Zij treedt vooral op onder de Negers aan de W. Afrikaansche kust van Senegal tot Angola en in het daarachter gelegen land; verder in het Kongogebied en in Oeganda. De ziekte kan van 2 maanden tot 2 jaren duren. Beide geslachten en alle leeftijden worden gelijkelijk aangetast; Europeanen blijven er nagenoeg van verschoond.

De ziekte openbaart zich zeer geleidelijken begint met moeheid, lusteloosheid, hoofdpijn en slaperigheid. Ook koorts, een onregelmatige polsslag, beven van de tong en een waggelende gang zijn beginsymptomen. In het tweede stadium, waarin de slaperigheid steeds toeneemt en de lijders slechts met moeite kunnen wakker gemaakt worden, treden koortsaanvallen, gepaard met hevige hoofdpijnen, klierzwellingen en jeukende huiduitslag op. Ook epileptische aanvallen, melancholie, manie en opgewondenheid treden somtijds in. Dit stadium kan maandenlang duren en gaat langzamerhand over in het derde, dat gekenmerkt wordt door spoedige vermoeidheid, tegenzin in werken en slecht humeur. De lijders worden stompzinnig en vervallen in een steeds toenemende slaapdronkenheid. De voedselopname wordt geringer, de lichaamskrachten verminderen en op open plekken van het lichaam ontstaan groote zweren. Nauwelijks merkbaar sluit zich het vierde stadium hierbij aan, dat bijna steeds door ontsteking van de hersenschors gekenmerkt wordt,

Sluiten