Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slagrijf. Zie Vischtuigen.

Slag-schaduw. Zie Schaduw.

Slag-tanden noemt men de tanden, die zich bij olifanten, walrossen, enz., uit de snijtanden in de middelkaak ontwikkelen. Zie verder Ivoor.

Slagveld. Zie Veldslag,

Slakdolf (Liparis lineatus). Zie Discoboli.

Slakken zijn glas- of emailachtige stoffen, die bij smeltingsprocessen overblijven. Zij ontstaan èf door verbinding van de in de te smelten materialen aanwezige basen met kiezelzuren (silicaatslakken), óf door het oxydeeren van vreemde bijmengsels (oxydslakken). Silicaatslakken bestaan meest uit verbindingen van kiezelzuren met kalk, magnesia, leem en metaaloxyden en bevatten ook fluor- en zwavelverbindingen, phosforzuren, zwavelzuren, metaalzuren, alkaliën, bariet enz. Slakken zijn amorf, glazig, emailachtig, steenachtig, aardeachtig kristallijn of duidelijk gekristalliseerd. De kleuren ontstaan voornamelijk door metaaloxyden en zwavelverbindingen. Vroeger beschouwde men de slakken als waardeloos, thans gebruikt men ze voor verschillende doeleinden, o.a. als bouwsteen, voor de bereiding van glas, aluin, cement enz. en als meststof. Door de inwerking van lucht of stoom ontstaat uit slakken de in uiterst fijne draden verdeelde slakkenwol, die men o.a. voor het omhullen van stoomgeleiders, voor de vervaardiging van isoleerende lagen of voor het filtreeren van vloeistoffen gebruikt.

Slakken of Buikpootige weekdieren werden, wat hun algemeene eigenschappen betreft, reeds in het artikel Gaslropoden (zie aldaar) beschreven, zoo-

uai wij nier alleen eemge verdere bijzonderheden betreffende de verschillende orden zullen vermelden. Men verdeelt de klasse der slakken in de orden der Opislobranchiaten, Prosóbranchiaten, Heleropoden, Pieropoden, Pulmonaten en Scaphopoden.

De Opislobranchiaten komen in hun bilaterale symmetrische ligging van het zenuwstelsel nog zeer overeen met de keverslakken (Amphineuren; zie aldaar). De anale opening blijft in het symmetrievlak, terwijl het hart met één boezem voorzien, van achteren het bloed ontvangt en naar voren het door de Aorta weer in het lichaam terugvoert. Deze kenmerken zijn belangrijker dan de zeer wisselende ligging der kieuwen. Deze kunnen n.1. geheel ontbreken of in twee lengterijen langs het lichaam liggen of een rozet om de anale opening vormen of een onparige rechts liggende kamkieuw vormen. De schaal komt slechts zelden evenals de mantel voor. Bij de larven daarentegen leggen deze organen zich in den beginne aan, maar verdwijnen later. De geslachtsorganen zijn tweeslachtig.

Bij de Probanchiaten is de voor de meeste slakken typische draaiing der ingewanden ingetreden en heeft daardoor tengevolge, dat de anale opening rechts in de nabijheid van den kop komt te liggen. Ook het hart heeft die draaiing ondergaan en ontvangt nu het kieuwbloed van voren en geeft het naar achteren aan de aorte af. De dieren zijn eenslachtig, mantel en schaal zijn flink ontwikkeld.

In de vorming der kieuwen, geslachtsorganen, hart en zenuwstelsel komen de Heteropoden met de Prosóbranchiaten overeen, maar door hunne pelagische (aan de oppervlakte levend) leefwijze hebben zij een afwijkenden vorm ontvangen. Het lichaam is zeer sterk doorschijnend en kop en voet zijn

zeer groot en kunnen niet in de schaal worden geborgen. De kop vertoont groote overeenkomst met een paardekop door de eigenaardige verlenging van het voorste gedeelte der kop. Kenmerkend is verder de door een insnoering in tweeën gedeelde voet; het achterste gedeelte hiervan ligt in de verlenging van het lichaam, het voorste gedeelte vormt een loodrecht naar beneden hangende plaat en dient tot voortbeweging.

_ De Pieropoden of Vleugelslakken leven ook pelagisch en kenmerken zich hoofdzakelijk daardoor, dat een bijzonder kopgedeelte en dus ook meestal tasters en oogen ontbreken en dat de mantelholte buikwaarts ligt. Twee breede lappen aan de centrale zijde ontspringend en evenals vleugels heen en weer bewegend hebben den naam van deze orde veroorzaakt.

De Pulmonaten of Longslakken zijn tweeslachtig (liermaphrodiet). Deademhalingsorganenliggen naar voren, nabij den kop en zijn oorzaak, dat de-boezem van het hart naar voren en de aorta naar achteren ligt. Het hoofdkenmerk der orde is het bezit van z.g. longen; deze is een door rudimentaire ontwikkeling der kieuwen teruggebrachte ruime zak, die aan de rechterzijde begint en halfmaanvormig over de linkerzijde heengrijpt.

Vele Longslakken leven in het water,maar moeten dan van tijd tot tijd aan de oppervlakte verschijnen om de ademhalingsruimte opnieuw met lucht te vullen. Slechts enkele soorten van het geslacht Linnaeus leven op den bodem van diepe meren (meer van Genève) en kunnen door de huid en ook door de longen de zuurstof aan het water onttrekken.

Tot deze orde behooren de verschillende z.g. huisjesslakken bijv. Helix pomatia (Wijngaardslak), die in België en Frankrijk zelfs voor de consumptie wordt gekweekt..

De Scaphopoden staan om zoo te zeesen tusschen

mosselen en slakken. Slechts een geslacht Dentalium (lOlifantstand) behoort hiertoe (zie Dentalium). Slakkenmeel. Zie Thomasphosphaatmeel. Slakkenwol. Zie Slakken.

Slamat, een vulkaan on Java. heeft vokens

nieuwere opmetingen een hoogte van 3472 m. De zuidelijke voet verheft zich geleidelijk uit het meerbekken van Banjoemas; in het noorden zendt de vulkaan zijn lavastroomen ver in de rivierdalen uit in het heuvelland van Pekalongan, in het westen en in het oosten grenst de Slamat aan de centrale bergketen van Java. De vulkaan bestaat nabij de oppervlakte uit basalt, dat soms dicht bij de oppervlakte ligt, soms met dikke lagen zand, losse lavablokken en lapilli bedekt is. De bebouwing houdt reeds spoedig op, de wouden naderen dicht aan den voet, op ongeveer 2500 m. hoogte houdt alle plantengroei op.

Slang-, afgeleid van Slangenberg, een Hollandsch generaal, die zijn soldaten in de vreemdsoortigste termen placht uit te schelden, is in Engeland de benaming voor de uitdrukkingen en spreekwijzen, die in het bedrijfs-, het sport-, het studenten- en het leven op de straat gevormd worden. „The Slang dictionary" (nieuwe druk, Londen, 1874) geeft meer dan 10000 van zulke uitdrukkingen, waarvan er vele van de Zigeuners afkomstig zijn, die vroeger een hoog percentage van de Londensche vagebonden vormden. Zie verder Argot.

Sluiten