Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgevaardigde der Protestantsche vorsten naar den koning van Engeland en vervolgens naar de kerkvergadering te Trente. Hij overleed te Straatsburg den 31sten October 1556. Grooten roem verwierf hij door zijn geschrift: „De Statu religionis et reipublicae Carolo V Caesare commentarii"(1555 en later). Zijn wereldgeschiedenis „De quatuor monarchiis" (1556) werd langen tijd als leerboek gewaardeerd. Zijn „Opuscula" werden door Putschius in 1608 uitgegeven.

Sleinet. Zie Vischtuigen.

Sleipnir. Zie Odin.

Slendang: noemt men een langen, smal opgevouwen, meestal gebatikten doek, die door de inlandsche vrouwen in Nederlandsch Oost-Indië wordt gedragen. Zij wordt dubbel toegeslagen en zoo over de schouders gelegd, dat aan de rechterzijde de beide slippen lang van voren afhangen. Het kleedingstuk dient als sieraad of ook om er iets ia mede te voeren. Het wordt ook over het hoofd gedragen.

Sleutel. Zie Schroei sleutel en Slot.

Sleutel noemt men in de muziek het aan het begin van den notenbalk geplaatste toonteeken, omdat eerst daardoor de noten een bepaalde toonhoogte krijgen. Het meest gebruikt worden thans de G.- of vioolsleutel (2de lijn) en de F- of bassleutel (4ae lijn). Tot de oudere sleutels behooren de discant(1ste lijn), de alt- (3de lijn) en de tenorsleutel (4ae lijn). Vroeger gebruikte men ook den G-sleutel op de eerste lijn (Fransche [hooge] vioolsleutel), den Csleutel op de 2de (mezzosopraansleutel), evenals den F-sleutel op de bovenste (subbassleutel) en de middelste lijn (baritonsleutel).

Sleutelambt noemt men de aan Mattheus 16 : 19 en 18 : 18 en aan Johaimes 20 : 23 ontleende bevoegdheid der R. Katholieke kerk, om zoowel op aarde als in de hemelen te binden en te ontbinden of zonden te vergeven of te behouden. Als teeken van deze macht voeren de pausen den sleutel in hun wapen, en de kerkelijke kunst stelt van oudsher den apostel Petrus voor met den „Sleutel van het koninkrijk der hemelen" in de hand. Bisschoppen en priesters bezitten het sleutelambt slechts krachtens een hun door den paus verstrekte volmacht.

Sleutelbeen (clavicula) is de naam van een plat, S-vormig gebogen been, dat bij den mensch aan liet onderste gedeelte van den hals onder de eerste rib gelegen is en het borstbeen min of meer bewegelijk met het schouderblad verbindt. Het houdt het schoudergewricht van de borstkas verwijderd en veroorzaakt een stevige verbinding van den arm met den romp.

Sleutelbloem. Zie Primula.

Slevogt, Max, een Duitsch schilder, geboren den 8"ten October 1868 te Landshut (Neder-Beieren), bezocht van af 1885 de academie te München en deed sedert 1889 verschillende studiereizen, o. a. naar Italië, waar hij bijna een jaar vertoefde, en naar Parijs. In 1894 stelde hij op de „Sezession" te München „De worstelaars" ten toon, maar trok eerst de aandacht door een triptichon „De verloren zoon", dat hij in 1898 ook naar de eerste tentoonstelling der Berlijnsche „Sezession" zond. In 1901 volgde „Het rustuur", een binnenhuis met de levensgroote figuren van een arbeider en een arbeidster. In hetzelfde jaar werd hij tot professor benoemd,maar vestigde zich, door Max biebermann, den leider der Berlijnsche secessionisten overreed, aldaar, waar hij

spoedig een leidende persoonlijkheid in deze beweging werd. Van zijn latere stukken, die uitmunten door krachtig coloriet en breede voordracht, noemen wij de witte i'Andrade (1902), de zwarte d'Andrade, het ruiterportret van keizer Frederik (1903), het portret van de zangeres Marietta de Nigardo (1904) en dat van den senator O'Swald.Ook verluchtte hij „Ali Baba en de veertig roovers"(Berlijn, 1903).

Slib is de aarde, die zich uit het rivier- of zeewater afzet en overwegend bestaat uit kleideelen en water. Het slib uit de verschillende rivieren van Duitschland, die in de Noordzee uitstroomen, bevat in volkomen drogen toestand ongeveer de volgende hoeveelheden der voornaamste plantenvoedende stoffen in procenten: stikstof 0,23—0,33, phosforzuur 0,15—0,23, kali 0,79—0,98, kalk 5,53—7,57 en magnesia 1.44—2,40. In uitgedropen en afgedroogden toestand bevat zij omstreeks 50 % water; als zij zoo ver is ingedroogd, dat zij betreden kan worden, kan zij nog ± 40 % water bevatten. Door haar rijkdom aan plantenvoedsel kan ze een gunstige werking op de vruchtbaarheid van verschillende gronden uitoefenen, terwijl zij bovendien een gunstigen invloed heeft op de ontwikkeling der vlinderbloemigen, vermoedelijk ten gevolge van een bacteriologische werking. Ook kan ze den natuurkundigen toestand van verschillende grondsoorten verbeteren. De hoeveelheden, die worden aangewend, loopen in den regel van 75000—200 000 kg. per H.A.

Van oudsher is de vruchtbaarheid, door het slib van den Nijl, den Ganges en den Mississippi veroorzaakt, bekend. Een belangrijk bestanddeel van het zeeslib vormen levende wezens (plankton), waaraan in laatste instantie alle dierlijk leven in de zee schijnt gebonden te zijn. Ook de overblijfselen van gestorven planten en dieren zinken naar den bodem en vormen een slibsoort, die op den bodem van zeeën en meren groote oppervlakten bedekt (meerkrijt, diepzeekrijt, globigerinenslib, enz.). Mineraalslib vormt zich dikwijls bij minerale bronnen en bestaat uit verweerde gesteenten, uit koolzure kalk en uit ijzerhydroxyd, die zich uit het water hebben afgezet, en uit organische stoffen (rottingsresten van planten,die in het slib groeiden), die doortrokken zijn met het bronwater. In rustige inhammen aan zeekusten vormen zich soortgelijke afzettingen, die evenals de eerste als baden (modderbaden) in ongeveer dezelfde gevallen als shjkbaden gebruikt worden. Om het slibgehalte van stroomend water te bepalen, heeft Bouquet de la Grye een pelometer geconstrueerd.

Slibben noemt men de bewerking, die de scheiding van kleine deeltjes van verschillend gewicht, die uit dezelfde of uit verschillende stoffen kunnen bestaan, ten doel heeft. Zij bestaat in het algemeen hierin, dat men het materiaal, dat bewerkt moet worden, met water aanmengt en het aldus gevormde troebele vocht na korter of langer tijd van de bezonken, zwaardere deeltjes afgiet (decanteert). Hoe langer men met het afgieten wacht, des te kleiner zijn de deeltjes, die zich nog hebben kunnen afzetten. Bij een mengsel van verschillende stoften speelt ook het verschil in soortelijk gewicht een rol.

Slibvang-er. Zie Slikvanger.

Sliedrecht, een gemeente in de provincie Zuid-Holland, 3062 H. A. groot met (1909) 11 040 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Dubbeldam, Dordrecht, Papendrecht, Wijngaarden, Gie-

Sluiten