Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLUITER—SLUTER.

werd in 1803 hooglecraar in de geschiedenis, welsprekendheid en Grieksche letterkunde te Franeker, doch legde na verloop van 2 jaar zijn professoraat neder en overleed den 8stcn Februari 1816. Hij schreef o. a.: „Lectiones Andocideae."

Sluiter, Carel Philip, een Nederlandsch dierkundige, werd den 16den November 1854 te Amsterdam geboren, waar hij de hoogere burgerschool afliep en na afgelegd staatsexamen student werd aan de universiteit. Hij studeerde vervolgens eerst te Heidelberg, daarna te Leiden en promoveerde aan laatstgenoemde universiteit den 15den Februari 1878 tot doctor in de zoölogie. In ditzelfde jaar nam hij als zoöloog deel aan de expeditie van de „Willem Barendsz" naar de noordelijke poolzeeën, aanvaardde vervolgens een benoeming tot leeraar aan het gymnasium Willem III te Batavia, en legde zich in Indië meer in 't bizonder toe op het onderzoek der# fauna van de koraaleilanden en het ontstaan der koraalriffen. Toen hij in 1891 naar Nederland was teruggekeerd, werd hij aangesteld tot lector in de zoölogie aan de Amsterdamsche universiteit, waar hij in 1898 werd bevorderd tot hoogleeraar in de vergelijkende anatomie en zoölogie, welk ambt hij sedert onafgebroken vervulde. Hij was correspondeerend lid van de Koninklijke Academie, en is lid van de Hollandsche maatschappij van Wetenschappen en meer andere geleerde genootschappen. In afzonderlijke uitgaven zagen o. a. van hem het licht: „Die Evertebraten aus der Sammlung des Königlichen naturwissenschaftlichen Yereins in Niederlandisch Indien" (1883—1890), „Die Entstehung der Korallenriffe in der Javasee, Branntweinbai und bei Krakatau" (1889), „De dierlijke parasieten van den mensch en onze huisdieren" (1895), „Siboga Expedition: Holothuriën" (1901), „Susamuliden en Echiuriden"(1902), „Tunicaten" (1904—1909), „Gephyriens des campagnes scientifiques du Prince de Monaco" (1900), „Tuniciers de 1'expédition antarctique franqaise du Dr. J. Charcot" (1906). Hij was redacteur van het „Natuurkundig Tijdschrift voor Nederlandsch Indië" en is dit nog van het „Tijdschrift der Nederlandsche dierkundige vereeniging". Vele wetenschappelijke opstellen van hem zijn verspreid in binnen- en buitenlandsche periodieken.

Sluiter, Willy, een Hollandsch genre- en portretschilder en teekenaar, werd geboren te Amersfoort in 1873 en is thans woonachtig te Laren(N.H.). Zijn schooljaren bracht hij te Dordrecht door. Van 1890—92 was hij een leerling van de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam, van 1892—1894 werkte hij te Dordrecht, daarna eenige jaren in Scheveningen. In 1899 maakte hij een studiereis naar Italië en vertoefde ook eenigen tijd te Parijs. Van dien tijd dateeren zijn meeste mondaine caricaturen. Na zijn huwelijk in 1901 vestigde hij zich te Katwijk, sedert begin 1910 woont hij te Laren. Behalve in deze plaatsen, heeft Sluiter ook veelte Volendam gewerkt. Reeds jong maakte Sluiter naam met zijn teekeningen en pastels, deels geestige caricaturen, deels ernstige portretstudies, meest naar Katwijksche en Volendamsche visschers. In de laatste jaren is hij ook in ruimeren kring bekend geworden als portretschilder, zoowel in olieverf als pastel.

Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande in het museum te Dordrecht en in vele particuliere verzamelingen.

Sluitrede (ratiocinatio) noemt men in de redeneerkunde de gevolgtrekking, welke men uit een of meer stellingen opmaakt. In het eerste geval heeft men een enkelvoudige, in het tweede een saamgestelde sluitrede. Tot de enkelvoudige behooren die, bij welke men van het algemeene tot het bijzondere besluit. Samengestelde sluit redenen dragen ook den naam van syllogismen. De voorafgaande stellingen heeten praemissa, en deze bestaan veelal uit een terminus major, een terminus minor en een besluit (conclusio), bijv.: De mensch is sterfelijk: de koning is een mensch, derhalve is de koning sterfelijk. Door samenvoeging van sluitredenen ontstaat de sorites (een reeks van sluitredenen). Bedriegelijke sluitredenen noemt men ook drogredenen (sophismen). De leer van sluitredenen is het eerst duidelijk uiteengezet door Aristoteles.

Sluitsteen noemt men den steen, die zich in den top van een boog of gewelf bevindt en die er het laatst wordt ingezet, waardoor dan de boog of het gewelf gesloten wordt en alsdan draagvermogen en standvastigheid verkrijgt. Bij den spitsboog pleegt de sluitsteen te ontbreken of bestaat hij uit twee deelen, waarvan de voeg in het midden van den boog ligt; bij den baksteenbouw is dit regel. Bij gewelven komt, als bijv. in kerken een klok er door moet geheschen worden, dikwijls een sluitring voor den sluitsteen in de plaats.

Sluter, Claes (ook wel Claus), een HollandschFransch of Duitsch-Fransch beeldhouwer, sedert ongeveer 1380 te Dijon woonachtig en aldaar overleden, waarschijnlijk in 1405. Een oorkonde van 7 April 1404 zegt van hem, dat hij „originaire de Orlandes" was, waaruit men moet opmaken, dat hij in Holland geboren is. Andere gegevens daarentegen wijzen op een Duitsche afkomst. Hoe of waarom hij naar Dijon kwam, is onbekend. Hij werkte er eerst onder leiding van Jean de Marville. Na den dood van zijn leermeester in 1389 kreeg hij diens titel van „Imagier du duc, variet de chambre", en daardoor ook de opdracht, het door zijn meester voor den hertog van Bourgondië begonnen werk te voltooien. Den 15den Maart 1385 had Philips de Stoute van Bourgondië opdracht gegeven in het domein Champmol een Karthuizer kerk en klooster te bouwen. De kerk zou tevens grafkapel van de hertogen van Bourgondië zijn. Jan de Marville was belast met het maken van de beeldhouwwerken, die de kerk zouden versieren en het grafmonument voor Philips den Stoute. Het portaal van de kerk zou versierd worden met vijf groote figuren; in het midden de Madonna met het Kind, rechts de hertogin(Margaretha van Vlaanderen), aanbevolen door defl. Catherina van Alexandrië, links de hertog met zijn beschermheilige, Johannes de Dooper. Volgens sommigen zijn al deze figuren door Claus Sluter uitgevoerd, volgens anderen zou Marville vóór zijn dood de Madonna, zoo al niet geheel voltooid, dan toch feitelijk gemaakt hebben. Deze figuren zijn tegenwoordig in het museum te Dijon, evenals het reeds genoemde grafmonument. Dit grafmonument is gemaakt van zwart marmer. Op het deksel van den sarkofaag rust de figuur van den hertog. De sarkofaag is versierdmet een rand van witmarmer,waarin nissen uitgehouwen zijn, om plaats te geven aan veertien „pleurants", treurende figuren, elk een halven

Sluiten