Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Ionische Eilanden en traden in krijgsdienst bij de verschillende mogendheden (Rusland, Frankrijk, Engeland), die er heerschappij voerden. Ali-Pasja, in 1820 in Janina door de Turken onder ChoersjidPasja ingesloten en door de Albaneezen verlaten, zocht hulp bij de Soelioten en opende voor hen de vesting Kiagha. De Soelioten gaven gehoor aan zijn roepstem, maar geraakten door het overloopen der Albaneesche aanvoerders naar Choersjid-Pasja en door de rampspoedige uitkomst van den veldtocht der Grieken, in 1822 tot hun ondersteuning ondernomen, in groote ongelegenheid; zij moesten de vesting Soeli aan de Turken overleveren. Omstreeks 3000 Soelioten werden toen op Engelsche schepen naar Kephalonia gebracht, terwijl de overigen een wijkplaats zochten in het gebergte. Velen van hen namen deel aan den Griekschen vrijheidsoorlog en klommen later op tot hooge waardigheden, zooals de Botearis en TzavtUas.

Soeloe-Zee noemt men het gedeelte van de Austraal-Aziatisehe Middelzee, dat in het \V. door het eiland Palawan of Paragua, in het X. en het O. door de overige Philippijnsche eilanden en in het Z. door de Soeloeëilanden en Borneo begrensd wordt.

Soemba, Tjtndaiui of $andelhouUHa>id (zie de kaart Molukken enz.), een eiland in den Indischen Oceaan, van Flores door Straat Soemba gescheiden, ligt tusschen 119°3'—120°50' O. L. en 915'—10*20' Z. Br. en bezit een oppervlakte van ruim 13 700 v. km. In het Z. verheft het eiland zich steil uit de zee, overigens zijn de kusten meest vlak, hier en daar heuvel- of rotsachtig. Men vindt er een aantal kapen en inhammen, welke laatste vooral in het noorden goede ankerplaatsen opleveren. Langs de kusten strekken zich naast zandvlakten groote grasvlakten uit. die jaarlijks worden afgebrand. Meer landwaarts is de bodem bergachtig: men vindt er echter geen hooge toppen. De voornaamste gebergten lijn het Ana Kalagebergte, het Maaadasgebergte en het Massoegebergte. De bodem bestaat voor het grootste doel uit kalksteen en is met een vruchtbare zwarte aardlaag bevlekt. De rivieren zijn over het geheel onbevaarbaar, alleen do Kambera is tot ver landwaarts i:i voor groot 're vaartuigen van belang: het invaren van de Menboro wordt door oen zandha-ik bemoeilijkt. In hot W. van Soemba worden do rivieren aan den rijstbouw dienstbaar gemaakt.

Hot klimaat is getond, de temperatuur niet aan groote veranderingen onderhevig. De voornaamste produktv zijn djagoer.g. rijs:, gierst, groenten, aardvruchten em. Vervier wint men er katoen. tabak, i-idigo, wilde kaneel en andore boschprodukten. verfhout en timmerhout. Bekend zijn de sandelwoods. misschien de beste paarden van den geheelen Archipel. Daarnaast komen buffels, varkens. geiten, schapen, herten, pliimvee en honden voor. Ook leven er slangen, ape .. krokodill r. en pahumarrers Het eiland wordt voornamelijk bewoond door Soembaneezen en Mohammedaansehe Endehneezen. Ook vindt men er Rottheeien en Só.v en v i ' .• - : M •••• r,

kei;' Chinoezen. Arabieren en Boegineezen. De eigenlijke Soembaneeien lijn ia 3 kasten. nX mirambas otgrooter.fci'ris s Jf vri; ne ara's :i slaven verdeeld. In het W. vindt men dichtbevolkte plaatsen, overigens kernen er meest kleine kampe' rs voor. In alle kampongs trer: men graven aan. De vivrr.aamste nüddeïe» van bestaan i landboatr. nir-

verheid, het inzamelen van boschprodukten en vogelnestjes, het vangen van schildpadden en handel in paarden en slaven. Vooral de weefkunst is zeer ontwikkeld. De vischvangst wordt alleen op de rivieren uitgeoefend. De Soembaneezen zijn heidenen, zij bezitten geen bedehuizen of tempels, doch wel oöerplaatsen. Het Soembaneesch heeft geen letterschrift en telt verscheiden dialekten.

Van de vroegere geschiedenis van Soemba is weinig bekend. In de 17de eeuw was het waarschijnlijk onderhoorig aan Bima; in dezen tijd werd ook reeds sandelhout van daar gehaald. In 1756 sloot Paravicini, commissaris van Timor, verschillende contracten, waarvan er een door 8 Soembaneesche vorsten onderteekend, echter door geen van beide partijen gehandhaafd werd. Eerst na 1820 begon men zich meer met het eiland te bemoeien en werden er langzamerhand verschillende contracten gesloten. In 1866 besloot de regeering het eiland onder direct gezag te brengen. Onze invloed is er echter niet groot, en onlusten en opstanden komen dikwijls voor. Het eiland vormt tijdelijk een afdeeling van de residentie Timor en Onderhoorigheden en is verdeeld in de onderafdeelingen: West-Soemba, MiddenSoemba en Oost-Soemba. De hoofdplaats Waingapoe telt (1905) 1169 inwoners, waaronder 5 Europeanen, 1023 Inlanders, 39 Chineezen en 102 Arabieren.

Soembawa, een van de Kleine Soendaeilanden (zie do kaart Molukken enz.), ligt tusschen 116*45'— 119°10' O. L. en 8°5'—9°5' Z. Br., grenst in het N. aan de Soenda-Zee, ia het Z. aan den Indischen Oceaan en wordt in het W. door Straat Alas van Lombok en ia hot O. door Straat Sapeh van Komodo gescheiden. De grootte wordt verschillend opgegeven : de opgaven variëeren tusschen 12 200 v. km. en 15 300 v. km. Het eiland is zeer onregelmatig gevormd. de kust bezit een groot aantal inhammen en vooruitspringende punten. De Baai van Saleh of Soembawa «dringt het eiland zeer diep binnen, vlak vóór den ingang ligt het eiland Mojo, dat door smalle, maar diepe straten van de kusten gescheiden is. De noordelijke oever van deze baai is steiL de zuidelijke is vlak en voorzien van een groot aantal inhammen en eilandjes. Voor den handel is de smalle, maar zeer diep in hot land opdringende Baai van Bima in het X. van het meeste belang: men kan ze verdeefen in een buiten- en een binnenhaal Door de Baai van Tjempi in het Z.. die slechts door een smalle landtong van de Baai van Soembawa gescheiden is. wordt hot geheel? eiland in een oostelijk en een westelijk schiereiland verdeeld. Behalve aan de zuidkust vindt men een groot aantal grootere en kleinere eilandjes, waartoe o. a. het reeds genoemde Mojo. verü- r Goenoeng Api of Poel ee Sutgeang, Poeloe Komodo of Rattenoiland en Poeloe Rindja behooren. Svembawa is zeer bergachtig, alleen langs de kust vindt men op sommige plaatsen aftiviale smoken. D.' meeste benren zijn vulkanisch, hier en daar komen kalkformaties v. r. Tot de hoogste bergen behooren do Tambora (2756 m.>. de Aroe Hassa :ó7« m. . de Sa N;- s m. . dc Ara m. en de Lambee (13SX> m. •. Belangrijke rivieren treft m J:i er niet aan. in den oostmoeson drocen zij uit. in den westmoeson zijn ze door de snelle strX'ming onbevaarbaar. In het W. komen o. a. de Boe wang amok, de Poeik. dj Oedjang. de Tjereweh ec de Taliwa-tg voor. Het klimaat stemt, eveaak de plan-

Sluiten