Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bumouristiques"(Lyon, 1857), „Les Figulines" (1862), „Les diables bleus"(1870), „Pendant 1'invasion" (1871), „La chasse aux mouches d'or" (1876) en „Les rimes ironiques"(1877). Verder schreef hij een blijspel in verzen „Un grand homme qu'on attend" (1879) en „Promenade autour d'un tiroir"(1886). Een verzameling jan zijn dichtwerken verscheen in 3 dln. van 1872— 1883. Hij overleed den 28sten Maart 1891 te Lvon.

Soulie, Frédéric, een Fransch novellist en tooneelschrijver, geboren den 23s,en December 1800 te Foix, was eerst advocaat, toen ambtenaar bij de belastingen, vervolgens directeur van een fabriek en werd eindelijk onderbibliothecaris bij het arsenaal. In het jaar 1829 betrad hij het gebied der romantiek en leverde een lange reeks drama's en melodrama's, waarvan slechts het treurspel „Roméo et Juliette" in den geest van Shakespeare en de tooneelspelen „Clotilde" en „La closerie des genéts" vermelding verdienen. Andere verschenen verzameld als „Drames inconnus" (4 dln., 1879). Van zijn romans vermelden wij: „Le vicomte de Béziers", „Le comte de Toulouse", „Le magnétiseur" en „Les deux cadavres"; maar hij behaalde vooral grooten roem met „Le lion amoureux" en „Mémoires du diable", zorgvuldige psychologische studiën, welke door dramatische levendigheid, fantastische situaties en uitstekenden feuilleton stijl het publiek boeiden. Hij overleed te Bièvre bij Versailles den 23"ten September 1847.

Soulouque, Fauslin, als Faustin 1 keizer van Haïti, geboren als Negerslaaf in 1782 in PetitGoyave op het eiland Haïti, ontving in 1793, na opheffing der slavernij, de vrijheid en werd bediende, later adjudant van generaal Lamarre. In 1810 werd hij onder Pétion luitenant, in 1820 onder Boyer kapitein, in 1843 kolonel en in 1846 bevelhebber van Port au Prince. Den l,lcn Maart 1847 werd hij door den Senaat tot president der republiek gekozen, ofschoon hij noch lezen, noch schrijven kon. In de hoogste mate wantrouwend, wakkerde hij den haat van het zwarte gepeupel tegen de bourgeoisie der Mulatten aan en liet onder het voorwendsel van een samenzwering vanaf den 16den April 1848 te Port au Prince een bloedbad van vier dagen onder hen aanrichten. Daarvoor ontving de dictator den 3den Decembpr 1848 den dank van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Een veldtocht tegen San Domingo in Maart 1849 eindigde met een smadelijken terugtocht. Toch ontving hij van de Kamers den keizerlijken titel, en met-Kerstmis van 1850 liet hij zich als Faustin I in het openbaar tot keizer kronen. Zijn hofhouding werd naar Fransch model gevormd, en zijn staatsinstellingen waren een caricatuur van die van Napoleon 1. Verschillende pogingen om San Domingo te onderwerpen, leden jammerlijk schipbreuk; ook maakte hij zich door wreedheid en verkwisting gehaat. Toen generaal Gefjrard den 22«<en December 1858 de republiek proclameerde, liep het grootste gedeelte der troepen naar dezen over. Den 15den Januari 1859 werd Soulouque te Port-au-Prince door verraad gevangen genomen; men spaarde zijn leven en liet hem naar Jamaica emigreeren. In 1867 kreeg hij zelfs verlof naar Haïti terug te keeren, waar hij den 4den Augustus 1867 in zijn geboorteplaats overleed.

Sonlt, Nicolas Jean de Dieu, hertog van Delmatië, Fransch maarschalk en staatsman, geboren den 29aten Maart 1769 te Amans la Bastide (Tarn), was de zoon van een landbouwer, trad in 1785 als gemeen soldaat in dienst en onderscheidde zich in de veldtochten der Revolutie. Daarvoor tot divisie-generaal benoemd, behaalde hij in den veldtocht in Zwitserland (1799) en bi] de verdediging van Genua (1800) nieuwen roem. Bij de troonsbeklimming van Napoleon 1 ontving hij den maarschalksstaf. Van 1805 tot 1807 voerde hij het bevel over het 4de legercorps bij Austerlitz, Jena en Eylau, werd na den Vrede van Tilsit tot hertog van Dalmatië verheven en aanvaardde in 1808 het opperbevel over het centrale leger in Spanje. Zijn veldtocht tegen Portugal (1809) mislukte ten gevolge van het grootere genie van Wellington. Hij versloeg echter den 12den November 1809 het Spaansche leger bij Ocana, veroverde in 1810 Sevilla en verjoeg de Spanjaarden naar Cadix. Den 16den Mei werd hij door Wellingion bij Albuera verslagen. In 1813 drong hij Spanje binnen, maar werd bij Cubiry (27 Juli) met groot verlies teruggeslagen. Een tweede poging om verder te trekken (einde Augustus) eindigde met zijn nederlaag bij Irun en met zijn terugtocht naar Bayonne. Hoewel hij den 27sten Februari 1814 den slag bij Orthez verloor, leverde hij Wellington den 10den April met nauwelijks 20000 man den bloedigen slag van Toulouse. Eerst op den 12den ontruimde hij deze stad en sloot, zich tevens aan den koning van Frankrijk onderwerpend, een week daarna een wapenstilstand. Lodewijk XV1I1 benoemde hem dpn 3den December 1814 tot minister van Oorlog. Toen Napoleon den ls,en Maart bij Fréjus aan land stapte, nam Soult zijn ontslag en aanvaardde den llden Mei de betrekking van chef van den generalen staf. In de slagen van Ligny en Wateiloo bevond hij zich aan de zijde van Napoleon, belastte zich, toen deze te Laon het leger verliet, met het opperbevel en bestuurde den terugtocht tot aan Soissons. Van 1816—1819 verbannen, werd hij toch in 1827 tot pair benoemd. Lodeuijk Philips belastte hem den 18den November 1830 met de portefeuille van Oorlog; hij behield haar een viertal jaren en was sedert 1832 tevens voorzitter van het Kabinet. In Mei 1839 aanvaardde hij na den val van Molé opnieuw het voorzitterschap van het Kabinet tegelijk met de portefeuille van Buitenlandsche Zaken, maar dat vrijzinnig bewind bezweek reeds in Januari 1840. Na het aftreden van Tliiers den 29sten October 1840 het Soult zich bewegen, nogmaals de portefeuille van Oorlog en het presidentschap te aanvaarden, maar legde in 1846 de eerste en een jaar daarna het laatste neder, en werd tot maréchal général de France benoemd. Hij overleed den 26sten November 1851 op zijn kasteel te St. Amans. Soult was niet kunstmatig ontwikkeld of beschaafd, maar bezat een schranderen blik, groote dapperheid en en een grenzelooze eerzucht. Hij ging voor een van de beste tactici van de generaals van Napoleon door. De in 1816 geschreven mémoires van den maarschalk gaf zijn zoon uit (3 dln., 1864).

Soult, üector Napoléon, hertog van Dalmatië, een zoon van den vorige, geboren in 1801, betrad in 1830 de diplomatieke loopbaan en bekleedde verschillende gezantschappen. Vóór de Februari-omwenteling was

Sluiten