Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij lid van de Tweede Kamer, doch in 1850 nam hij zitting in het Wetgevend Lichaam en streed hier voor de belangen van het Huis Orléans. Na den staatsgreep van 2 December 1851 keerde hij tot het ambteloos leven terug en overleed den 3]sten December 1857. Hij heeft in 1854 de „Mémoires" van zijn vader in 3 deelen uitgegeven.

Soull, Pierre Benoit, broeder van den maarschalk, geboren den 208tel> Juli 1770 te St. Amans, diende eveneens bij het leger gedurende de republiek en het keizerrijk, klom op tot den rang van luitenant-generaal en overleed te Tarbes den 7den Mei 1843.

Soumet, Alexandre, een Fransch dichter, geboren te Castelnaudary in het departement Aude den 8slen Februari 1788, werd in 1808 door Napoleon tot auditeur bij den staatsraad benoemd. De roerende elegie: „La pauvre fille"(1814) bezorgde hem de gunst van het publiek en de twee gedichten: „La découverte de la vaccine" en „Les derniers moments de Bayard" werden door de Académie bekroond. Hij verheerlijkte zoowel de Restauratie als het keizerschap en werd bibliothecaris des konings te St Cloud. Ia 1830 bezong hij de Juliregeering en werd bibliothecaris te Compiègne. Hij overleed den 308ten Maart 1845. In 1824 was hij lid geworden van de Fransche Académie. Hij schreef voorts: „La divine Epopée" in 12 zangen en onderscheidene tooneelstukken.

Soust de Borkenfeldt, Adolphe Ferdinand Joseph van, een Belgisch dichter en kunsthistoricus, geboren te Brussel den 6den Juli en overleden den 23Btel1 April 1877 te St. Josse ten Roode, ontving eerst een aanstelling bij het ministerie van Binnenlandsche Zaken en werd later tot inspecteur der Schoone Kunsten benoemd. Van zijn dichtwerken, welke vooral betrekking hadden op de Vlaamsche beweging, noemen wij: „Rénovation flamande", „Venise sauvée" en „L'année sanglante"(1872), dit laatste onder den pseudoniem Paul Jane. Belangrijker is hij als kunstcriticus. Ben „Revue du salon de peinture de Bruxelles"(1853), „L'école beige de peinture en 1857", „Etudes sur 1'état présent de 1'art en Belgique et sur son avenir"(1858)enL'école d'Anvers" werden met welwillendheid ontvangen.

Soutane noemt men een lange jas met staande boord en nauwe mouwen, welke door R. Katholieke geestelijken gedragen wordt. Voor de verschillende rangen heeft de soutane een verschillende kleur. Het korte kleedingstuk, in den vorm van een rok, heet Soutanelle.

Southampton (zie de kaart bij Porlsmouth), een stad en graafschap aan de Z. kust van Engeland, op een schiereiland gelegen, gevormd door de samenvloeiing van de Itchen en de Test, verrijst bij een 16 k.m. in het land doordringende baai, Southampton Water genaamd, vóór de monding waarvan zich het eiland Wight verheft. Van de oude stadsmuren zijn nog overblijfselen en er is ook nog een poort (Bargate), maar de stad heeft zich aanmerkelijk uitgebreid buiten haar voormalige grenzen. Van de gebouwen, voor de godsdi mstoefening bestemd, is de Normandische St. Michaëliskerk het voornaamste en het oudst", de slanke toren van deze kerk is een teeken voor de zeelieden. Het hospitaal Domus Dei, uit den tijd van Hendrik III, is een der oudste van Engeland. Men heeft er in de Hartley Instüution een school

Voor wetenschappen en kunstnijverheid (sedert 1872), verder een Latijnsche school, een handelsschool, een zeevaartschool, een openbare bibliotheek, een korenbeurs, en het centrale comité voor de immigratie van Groot-Brittannië (Ordnance Survey Office). Southampton bezit drie parken, in een waarvan een gedenkteeken van den dichter van geestelijke liederen Watt staat, die evenals de dichter Dibdin, hier geboren werd; in het Queen's Park staat een gedenkteeken voor generaal Gordon. De bevolking van de stad is snel toegenomen; zij telde in 1831 eerst 19 324, in 1901 echter na inlijving van eenige voorplaatsen 104824 zielen. De nijverheid beperkt zich bijna geheel tot machine- en scheepsbouw. Southampton is voornamelijk handelsstad, en haar vijf dokken, waarvan het in 1895 geopende een lengte van 229, een breedte van 34,3 en een diepte van 9—10 m. bezit, laten steeds de grootste schepen toe. De stad is het voornaamste station voor het postbootverkeer met Oost-Indië, Afrika, Zuid-Amerika en West-Indië, het Iberische Schiereiland en door de stoombooten uit Bremen ook met Noord-Amerika. In 1905 kwamen hier 13 235 schepen van 4 227 662 ton aan en vertrokken 12 996 van 4 048 863 ton. Men schatte in 1903 de waarde van den invoer (vooral wol en wollen goederen, aardappelen, hout, tomaten en wijn) op £ 15 740195, die van den uitvoer van Britsche produkten (vooral leer, wollen goederen, machines, papier en schrijfmateriaal) op M11527193, van bu itenlandsche en koloniale produkten op £ 3060385. Nabij de stad vindt men den schilderachtigen bouwval van Netley Abbey en daar tegenover New-Forest, door Willem dm Veroveraar gesticht. Southampton ligt op de plaats van een Romeinsch station en was reed-s in den tijd der Normandiërs de haven van Winchester, kreeg echter vooral sedert de 16de eeuw beteekenis.

South-Bend, de hoofdstad van St. Joseph County in den Noord-Amerikaanschen Staat Indiana, ligt aan de St. Josephrivier (1900) 35 999 inwoners. Men heeft er vele fabrieken en zeer goede schole i. In de nabijheid bevindt zich de Katholieke Notre Dame Unive sity.

Southey, Robert, een Engelsch dichter en geschiedschrijver, geboren den 12den Augustus 1774 te Bristol, was de zoon van een lakenkooper, bezocht de Westminsterschool, maar moest deze na een vierjarig verblijf verlaten wegens een artikel tegen de lichamelijke tuchtiging in de Engelsche scholen, dat hij in het door hem gestichte tijdschrift: „Flaggellant" geplaatst had. Hij vertrok naar Oxford, om aldaar in de theologie te gaan st ideeren, geraakte in geestdrift voor de Fransche revolutie en wilde met Coleridge, die dezelfde beginselen huldigde, naar Amerika emigreeren, om een communistischen st lat te stichten. Zijn toenmalige denkbeelden spiegelen zich af in de treurspelen „Wit Tyler" en „The fall of Robespierre"(1794, het laatste met Coleridge), in het epos „Joan of Are" (1795), dat van rijke fantasie, maar ook van jeugdige overspanning getuigt, en in talrijke gedichten uit zijn jeugd. Tegelijkertijd hield hij met Coleridge staatkundige lezingen te Bristol; beide vrienden huwden de twee zusters Fricker. Maar in November 1795 werd Southey door een oom mee naar Lissabon ge-omen en legde in een verblijf van zes maanden op het Pyreneesch Schiereiland den grondslag voor

Sluiten