Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Spanje nam vooral toe in de vier oorlogen, welke Karei met Frans 1 van Frankrijk voerde en waardoor hij het hertogdom Milaan verkreeg, dat in 1521 eerst Francesco II Sforza ontvangen had. Tegelijkertijd werd door de veroveringen in Amerika de grondslag gelegd voor de koloniale macht van Spanje. Met de troonsbeklimming van zijn zoon Philips II (1556—1598) begon het verval der Spaansehe monarchie, waartoe thans behalve Spanje nog behoorden de Nederlanden, het koninkrijk der beide Siciliën, Milaan, Sardinië, Franche-Comté en de ontzaglijke koloniale bezittingen in Amerika. Terwijl Philips in 1580 Portugal, na het uitsterven van de onechte Bourgondische lijn, verkreeg, was hij de oorzaak van het verlies der Nederlanden. In het algemeen was hij niet gelukkig in zijn oorlogen met de Turken, met Engeland, Frankrijk en Nederland. Evenmin gelukte het hem, niettegenstaande de daartoe aangewende buitensporige middelen, de ketterij volledig uit te roeien, hoewel hij door middel van de inquisitie elke uitbreiding van het Protestantisme in Spanje onderdrukte en de overblijfselen van het Mohammedanisme trachtte te verdelgen. Het beste gelukte hem de onderdrukking van de in Spanje, vooral in Aragon, bestaande vrijheden. De vele oorlogen en de verkeerde staatkunde van Philips brachten Spanje, niettegenstaande de ontzaggelijke rijkdommen, welke uit Amerika toestroomden, aan den rand van den financieelen afgrond; slechts de uiterlijke glans bleef bestaan. Spaansche kunst en letterkunde beleefden wel is waar toen en ook nog korten tijd daarna hun gouden tijdperk. Zijn zoon Philips 111 (1598—1621) het zich geheel door zijn gunsteling, graaf Lerma, en de geestelijkheid leiden. Op aandringen van de laatste, werden in 1609 alle zich nog in Spanje bevindende Morisco's, ongeveer 800 000 personen, uit het land verdreven, wat aan den landbouw, de nijverheid en de welvaart groote schade toebracht. Onder zijn zoon Philips IV (1621—1665), onder wien de hertog van Olivarez jaren lang als gunsteling en minister regeerde, werd de toestand van het land nog treuriger. Oorlogen in Duitschland, Italië, Nederland en Frankrijk teerden de laatste krachten van het land op en leidden tot de zwaarste onderdrukking, welke oorzaak waren van een tienjarigen burgeroorlog in Catalonië en van opstanden in Andalusië, Napels enz. Het koninkrijk Portugal schudde in 1640 het Spaansche juk weer af. Bij den Westfaalschen vrede van 1648 moest de onafhankelijkheid van de noordelijke Nederlanden formeel erkend worden en bij den vrede van de Pyreneeën van 1659 moest Spaansch gebied aan Frankrijk worden afgestaan. Onder den zoon en opvolger van Philips IV, den geestelijk en lichamelijk zwakken Karei 11 (1665—1700), kwamen de gevolgen van het stelsel duidelijk aan het licht. Het gebrek aan geld had zijn hoogtepunt bereikt, de regeering in het binnenland en in de koloniën was zonder kracht en aanzien en ongelukkig in haar oorlogen tegen Frankrijk, waaraan bij de Vredes van Aken in 16C8 en van Nijmegen in 1679 een aantal Nederlandsche vestingen en Franche—Comté verloren gingen.

Karei II, de laatste Spaansche Habsburger, had in zijn testament Philips (P) van Anjou, een kleinzoon van zijn met koning Lodewijk XIV gehuwde

oudere zuster, tot universeel erfgenaam van zijn geheel rijk benoemd, om de door Engeland, Nederland en Frankrijk besloten verdeeling der Spaansche monarchie te verhinderen(zie Successieoorlogen.) Werkelijk werd Philips V (1701—1746) na den dood van Karei, zonder tegenstand in de geheele Spaansche monarchie als koning erkend. Nu ontbrandde echter de twaalfjarige Spaansche Successieoorlog, waarin Philips V zich ten slotte op den Spaanschen troon wist staande te houden. Bij den Vrede van Utrecht in 1713 moest hij echter Napels, Sardinië, Milaan en de Nederlanden aan Oostenrijk en Sicilië aan Savoye' afstaan, ook behielden de Engelschen Gibraltar en Minorca. Onder de Bourbons verloor de natie haar laatste grondwettige rechten. De laatste Rijksdag werd in Castilië in 1713 en in Aragon in 1720 gehouden. Slechts de Baskische provincies en Navarra behielden hun van ouds overgeleverde privilegiën. Philips V nam een gering aandeel aan de staatszaken, maar zijn energieke en intelligente tweede echtgenoote, Elisabeth van Parma, keerde met haar raadgevers Alberoni en Ripperda tot de oude staatkunde terug, hervormde de staatshuishouding, vermeerderde de marine, kreeg in Italië het koninkrijk van beide Sicilië's en het hertogdom Parma in 1748 als Spaansche secundogenituren terug. Onder den geesteszieken zoon en opvolger van Philips, Ferdinand VI (1746—1759), herstelde het land zich financieel gedurende den tijd van vrede. In het bijzonder beperkte het concordaat van 1753 de groote geldzendingen, welke de curie uit Spanje ontving. Eerst onder Karei III (1759—1788), een verlicht vorst, brak een betere tijd voor Spanje aan. Weliswaar werd hij door zijn eerzucht en het Bourbonsche familieverdrag in 1761 ten nadeele van het land in den FranschEngelschen oorlog gewikkeld en mislukte de in de geschiedenis merkwaardige driejarige belegering van Gibraltar, terwijl het eiland Minorca heroverd werd (5 Februari 1782). Dit stoorde echter den gang van het binnenlandsch bestuur niet, aan de verbetering waarvan mannen, zooals Aranda, Campomanes en Florida-Blanca werkten. Deze zorgden vooral voor de bevordering van landbouw, nijverheid en handel. Ook de inquisitie werd beperkt, de geestelijke censuur opgeheven het koninklijke placet voor alle pauselijke stukken voorbehouden, de geestelijke orde aan strenger tucht onderworpen en de Jezuïetenorde door de Pragmatieke Sanctie van 2 April 1767 uit alle Spaansche landen verbannen en haar goederen ingetrokken. De vooruitgang was ook nog in het begin van de regeering van Karei IV (1788—1808) merkbaar. Ten slotte echter werd FloridarBlanca door Godoy, hertog van Alcudia, verdrongen, met wien een voor den staat zeer nadeelige gunstelingenregeering begon.

Aanvankelijk nam Spanje met groote inspanning aan den oorlog tegen de republiek Frankrijk deel; maar bij den vrede van Bazel (22 Juli 1795) moest Spanje zijn helft van het eiland San Domingo afstaan. Daarna sloot Alcudia „de vredevorst" met de Fransche republiek het noodlottig verbond van San Ildefonso (19 Augustus 1796) en verklaarde den oorlog aan Engeland, tengevolge waarvan Spanje bij den vrede van Amiens den 25,ten Maart 1802 Trinidad verloor. In het belang van Napoleon begon Alcudia in 1801 een roemloozen

Sluiten