Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiit de boomschors pikken, en dit geschiedt met zooveel kracht, dat men het op aanmerkelijken afstand hooren kan. Zij broeden in holen van boomen, waarin zij 4 of 5 glanzig-witte eieren leggen. Het geluid, dat sommige soorten maken, herinnert aan een schaterend gelach. In ons vaderland vindt men slechts een vijftal, n.I. den zwarten specht (Dryocopus martius L.), geheel zwart met een roode kuif, terwijl bij het mannetje ook het voorhoofd en de schedel rood zijn; den groenen specht (Picus viridis L.), bij ons de meest algemeene; deze heeft een groenen rug, een groenachtig gelen of grijzen hals en buik, een rooden schedel en kuif en een knevelvlek, die bij het mannetje rood, bij het wijfje zwart is, den grooten, middensten en kleinen lonten specht (Dendrocopus major, medius en minor L.) die zwart en wit gevlekt zijn, met roode vederen in den nek of op den schedeL

Specieboekje noemt men een boekje, waarin bepaalde geldsommen in bepaalde muntstukken zijn uitgedrukt, of dat de waarden van onderscheiden muntstukken bevat. Een Speciebriefje is een briefje, waarop aangegeven is, in welke muntsoorten een bepaalde som is ontvangen of betaald.

Specifica noemt men in de geneeskunde zulke geneesmiddelen, die met vrucht tot bestrijding van een bepaalde ziekte kunnen worden aangewend en waarvan men vroeger aannam, dat zij slechts op de zieke organen inwerkten. Thans weet men, dat ook deze geneesmiddelen op alle weefsels inwerken en slechts op enkele een bijzonder sterken invloed uitoefenen. Als specifica gelden kwikzilver tegen syphilis, chinine tegen malaria, salicylzuur tegen gewrichtsrheumatiek enz.

Speckbacher, Joseph, een der aanvoerders van den opstand in Tirol in 1809, geboren den 13<ie° Juli 1767 op een hoeve tusschen Innsbrück en Hall, wordt naar zijn vrouw wel de „man van Rinn" genoemd. Hij had reeds deelgenomen aan de gevechten van 1797, 1800 en 1805; als eender vrienden van Andreas Hofer overrompelde hij op den 12den April 1809 het Beiersche garnizoen in Ilall, nam met den waard uit de Kroon aldaar, Joseph Straub, de van Innsbrück komende Beiersche cavalerie gevangen, streed dapper in de gevechten van 25 en 29 Mei, waardoor Tirol zijn vrijheid verkreeg en vervolgde de Beieren tot Kufstein, zonder deze vesting te kunnen innemen. In Augustus volgden de gevechten met maarschalk Lejebvre, de schitterende verdediging van het Stilfser Joch, zijn dapper voortrukken in Plnzgau, waar hij zijn tienjarigen zoon Anderl, die ook reeds naar de wapenen gegrepen had, i ontmoette, de aanval op Lofer en het voortrukken tot Berchtesgaden. Daarna kwam echter de : noodlottige dag bij Melegg (17 October), waar Speckbacher een vreeselijke nederlaag leed, waar- I bij zijn zoon met vele anderen in gevangenschap i geraakte. Weken lang hield hij zich verborgen, : totdat het hem eindelijk den 10den Mei gelukte, 1 het gebergte te overschrijden en Weenen te be- ] reiken. Hier ontving hij het pensioen van kolonel ( en den last, de Tiroler volkplanting in het ba- ; naat Temesvar te besturen. Na het uitbarsten i van den oorlog in 1813 begaf hij zich weder naar f Tirol, bewees er uitmuntende diensten en werd 1 bevorderd tot majoor. Hij overleed te Hall in £

t 1820. In 1858 werd hij in de Hofkerk te Innsbrück i met Hofer en Haspinger bijgezet, i Spectraalanalyse (zie de platen) noemt men i het onderzoek van het door een lichaam uitgezon, den of doorgelaten licht, door daarvan, door middel ■ van dispersie of buiging, een spectrum te doen ontstaan, ten einde de stoffelijke gesteldheid van het lichaam te leeren kennen. Witgloeiende vaste lichamen geven, evenals de helder lichtende vlammen van kaarsen, lampen en lichtgas, waarin vaste ; koolstofdeeltjes in witgloeienden toestand zweven, continuo, spectra, waarin alle kleuren van rood tot violet vertegenwoordigd zijn, hoewel niet in dezelfde sterkte. De ligging van het maximum van energie verandert met de temperatuur. Het ligt bijv. bij een roodgloeiend lichaam (ongeveer 500° C.) in het ultrarood, bij het zonlicht (ongeveer 6000° C.) in het geelgroen en zou bij ongeveer 8000° C. in het ultraviolet vallen. Het neemt bij een absoluut zwart lichaam toe evenredig met de vijfde macht van de absolute temperatuur, bij blank platina met de zesde macht daarvan. Gassen en dampen kunnen in het algemeen niet door eenvoudige verhitting tot de technisch verkrijgbare temperaturen lichtend worden gemaakt, wel echter door electrische ontladingen en chemische reacties (verbranding). In de electrische vonk of lichtboog, evenals in zuurstofvlammen van hooge temperatuur, geven zij een lijnenspectrum, dat uit afzonderlijke lichte lijnen op een donkeren of zwak lichtenden achtergrond bestaat, waarvan de ligging en groepeering karakteristiek is voor de scheikundige gesteldheid van het gasvormige lichaam (Plaat I). Brengt men bijv. in de zwak lichtende vlam van een Bunsenschen brander een in het oog van een platina draad ingesmolten proefje van een natriumverbinding (bijv. soda of keukenzout), dan wordt de vlam geel gekleurd en in den spectroskoop neemt men een smalle gele lijn waar. Deze lijn is karakteristiek voor natrium en verraadt nog de aanwezigheid van 0,000003 m. gr. van een natriumzout. Deze gevoeligheid leidde Bunsen, die met Iiirchhoff de spektraalanalyse sedert 1860 tot een scheikundige onderzoekingsmethode had ontwikkeld, tot de ontdekking van rubidium en caesium langs spectraalanalvtischen weg, en andere onderzoekers ontdekten door middel van dezelfde methode het thallium, indium, gallium, germanium, scandium, samarium en europium, evenals de gassen helium, neon, krypton^ en xenon. Ook bij de ontdekking van het radium verleende de spectraalanalyse uitstekende diensten. Waar de temperatuur der Bunsensche vlam niet toereikend is voor de vervluchtiging (zooals bij de meeste zware metalen), bedient men zich van de inductieklos van Rhumkorff, waarvan men de vonken tusschen electroden, welke uit het te onderzoeken metaal vervaardigd of met een verbinding daavan bedekt zijn, laat overspringen, of ook van den electrischen lichtboog, bijv. voor kwikzilver van de zoogenaamde kwiklamp. Ook de spectra der zware metalen onderscheiden zich door karakteristieke dikwijls zeer talrijke heldere lijnen (in het spectrum van ijzer bijv. ongeveer 4000). Om zouten, welke in vloeistoffen zijn opgelost, in de inductievonk tot gloeienden damp te vervluchtigen, brengt men een weinig van de vloeistof op den bodem van een glazen buisje, waarin een door een glasmanteltje omringde platina draad is ingesmol-

Sluiten