Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen hij in 1589 benoemd werd tot raad in de admiraliteit te Hoorn, betaalde hij liever boete dan dat hij dit ambt aanvaardde. Het laatste gedeelte van zijn leven sleet hij te Alkmaar en overleed aldaar in Januari 1614. Hij behoorde tot de oprichters der rederijkerskamer: „In liefde bloeiend" te Amsterdam, en zijn vrije uren bracht hij gewoonlijk door op het buitentje Meerhuizen, buiten de Utrechtsche poort aan den Amstel gelegen.

Hendrik Laurens Spieghel.

Hier vervaardigde hij bijna al zijn gedichten. In 1591 bezorgde hij een uitgave van de „Rijmkronijk" van Melis Stoke. Zijn voornaamste werk is voorts: de ,,Hertsspiegel", uitgegeven in 1614 en later bij herhaling, terwijl Bilderdijk er in 1828 een bewerking van leverde. Verder schreef Spiegel: „Ruvgh bewerp van de redekaveling ofte Nederduitsche dialectike" (1587) „Byspraakx almanak'' (1608) en „Epictotus' Handtboexken en Cebes, tafereel en tafereels kort begrip"(1615).

Spiegel, Laurens Pieier van de, een Nederlandsch staatsman en geleerde, geboren te Middelburg in Januari 1737, behoorde tot een aanzienlijk geslacht, studeerde en promoveerde te Leiden in de rechten en werd in 1759 secretaris, later burgemeester van Goes, in 1780 secretaris van de Staten van Zeeland, in 1785 raadpensionaris van Zeeland en in 1787 raadpensionaris van Holland, welke betrekking hij in 1796 bij de komst van de Franschen verloor. Aan het tot stand komen van het provisioneel tractaat van vereeniging, dat in 1788 op het Loo tusschen Pruisen en Engeland gesloten werd, nam hij een werkzaam deel. De Franschen hielden hem na 1796 een half jaar gevangen, en ook na dien tijd bleef hij tot 1798 te Woerden in hechtenis, vestigde zich daarop te. IJselstein en vertrok in het daarop volgende jaar, omdat hij zich in het vaderland niet meer veilig gevoelde, op uitnoodiging van den erfprins van Oranje, later koning Willem I, naar Lingen. Hier ontwierp

hij een nieuwe constitutie, geschoeid op de leest van de artikelen der Unie van Utrecht, maar gezuiverd van de groote gebreken daarvan. Zijn gezondheid had inmiddels veel geleden, zoodat hij in 1800 te Lingen overleed. Van zijn geschriften vermelden wij: „Verhandeling over den oorsprong en de historie der vaderlandsche rechten, inzonderheid van Holland en Zeeland"(1769), „Verhandeling over de opkomst, het gezag en den ondergang der aloude hooge of grafelijke vierschaar in Zee!and"(in de Werken van het Zeeuwsch genootschap), „Gedachten over het samenstel onzer hedendaagsche burgerlijke rechtsgeleerdheid" (1777), „Historie van de Satisfactie, waarmede de stad Goes en het eiland van Zuid-Beveland zich begeven hebben onder het stadhouderschap van Prins Willem van Oranje"(1777), „Missive aan een heer in Zeeland over de militaire satisfactie binnen deze provincie"(1777), „Algemeene kundigheden voor den gemeenen man van rechten betrekkelijk tot den landbouw en de landlieden", „Zeelands Cronijk-almanak"(15 dln., 1777—1791), „Ontwerpen van de Unie van Utrecht benevens eene lijst van ongedrukte stukken tot de historie van dezelve Unie betrekkelijk"(1778), „Bundel van onuitgegeven stukken, dienende tot opheldering der vaderlandsche historie en van den regeeringsvorm, en voornamelijk der historie van de Unie van Utrecht"(2 dln., 1710—1782), „Brief van een heer in Holland, geschreven aan een heer van de regeering in Zeeland, betreffende de pro memorie dienende tot onderzoek, hoedanig het staatsrecht zij van Zeeland omtrent de militaire jurisdictie"(1783), „Nadenking van eenen staatsman wegens zijn ministerie van Holland"(1800), „Schets der regeerkunde in betrekking tot haar oogmerken en middelen, 1 Februari 1786"(1801), „Over armoede en bedelarij"(1805) en „Brieven en negotiatiën"(3 stukken), welke laatste 3 jaar na zijn dood zonder medeweten van zijn weduwe en kinderen werden gedrukt.

Spiegel, Friedrich von, een Duitsch oriëntalist, geboren te Kitzingen den Uien Juli 1820, studeerde te Erlangen, Leipzig en Bonn, doorzocht van 1842—1847 de bibliotheken te Kopenhagen, Parijs, Londen en Oxford en werd in 1849 hoogleeraar in de Oostersche talen te Erlangen. In 1890 trok hij zich in het ambtelooze leven terug en overleed den 15den December 1905 te München. Hij wijdde zich voornamelijk aan de studie van de Iranische talen en den Zoroastrischen godsdienst en leverde een critische uitgave van de Zendavesta met de oude Pehlewi-vertaling daarvan (2 dln., 1851—1858) en een volledige vertaling van dit godsdienstwerk (3 dln., 1852—1863), waarop hij een „ Kommentar über das Avesta"(2 dln., 1865—1869) en een „Grammatik der altbaktrischen Sprache"(1867) liet volgen, Bovendien moeten van zijn werken worden genoemd: „Grammatik der P8,rsisprache"(1851), „Einleitung in die traditionellen Schriften der Parsen"(2 dln., 1856—1860), „Die altpersischen Keilinschriften im Grundtext, mit Übersetzung, Grammatik und Glossar"(2ae druk, 1881), „Eran, das Land zwischen dem Indus und Tigris"(1863) en „EranischeAlt<>rtumskunde"(3dln., 1371—1878).

Spieg-elberg, Otto, een Duitsch geneeskundige, geboren den 9aen Januari 1830 te Peine in Han-

Sluiten